-->
  • Alles
  • Over
  • Contact
Dit zijn alle posts in de categorie 'Wim Helsen'!
Posts tonen met het label Wim Helsen. Alle posts tonen

zondag 27 november 2016

Dit lijkt misschien een liefdesverklaring ❤


Wim Helsen. Je moet je voorstellen dat ik die naam half verzuchtend, half vastberaden uitspreek. Verzuchtend uit een soort bewondering, vastberaden alsof het niet nodig is meer te zeggen. Alsof alleen al het noemen van zijn naam genoeg is en het meteen duidelijk is wat ik bedoel. Wim Helsen. Die man.

Dit lijkt misschien een liefdesverklaring, maar dat is het ook. Ik heb alle voorstellingen van Helsen gezien, waarvan de laatste twee in het theater. Hij is een meester in de combinatie van absurdisme en ontroering. Hallo, hij maakte een voorstelling met de titel Het uur van de prutser. Dat is bijna net zo’n mooie titel als De helaasheid der dingen.

Zijn nieuwe voorstelling Er wordt naar u geluisterd is opnieuw absurd en opnieuw ontroerend, maar toch anders dan de eerdere. Het is rustiger. En ongemakkelijker. De setting is een begrafenis en biedt ruimte aan een voorzichtig begin. (De mensen die al vanaf het begin zaten te lachen zijn af! Die moeten weg.) Natuurlijk loopt alles steeds volledig tot het absurde uit de hand, maar steeds keer je weer terug naar het ongemak, in het begin vergezeld van irritatie, aan het einde van ongegeneerd medelijden.

Kijk, mij heb je al snel hoor. Hij hoeft maar op een licht afwijkende manier het podium op te wandelen en ik ben verkocht. Maar serieus, deze voorstelling. Wim kan je ontzettend ongemakkelijk laten voelen en je vervolgens ontroeren met het meest belachelijke dansje dat je ooit hebt gezien.

Aan het eind hield ik van The Guido. Van de uitvaartleider. En van Wim Helsen.


maandag 15 juni 2015

Yvonne Roos maakte de poster voor Wim Helsen


Poster Wim Helsen Spijtig spijtig spijtig Yvonne Roos Ontwerper poster Wim Helsen

Deze poster is bedacht en gemaakt door Yvonne Roos. Het is de enige poster die mij wel eens laat schrikken. Als ik op mijn balkon sta bijvoorbeeld, of als ik gewoon naar het behangetje staar. Ik sprak Yvonne over het affiche en een beetje over de voorstelling die erbij hoort.

‘Pas als je langer kijkt, zie je ineens de grimmigheid tussen de stoffige bloemen opduiken.’

Hoe ben je op het idee voor de poster gekomen?
Toen Wim en het impresariaat mij vroegen de poster te maken, moest de voorstelling nog worden geschreven. Wel ontving ik een tekst getiteld ‘Spijtig, spijtig, spijtig’ waarin Wim belooft alle problemen op te lossen. Ze wilden graag een affiche met jaren 70 sfeer en de foto van Wim was al gemaakt. Al schetsend kwam ik terecht bij de patronen die zo kenmerkend zijn voor de zeventiger jaren. En na een brainstorm met Wim heb ik hier meer inhoud aan gegeven door er allerlei verborgen gezichten in te monteren, zodat de achtergrond van het affiche weerspiegelt wat er in het hoofd van Wim om gaat. 'Het is niet wat het lijkt', dat gevoel. Het stoffige behangetje blijkt een hele andere lading te omvatten dan het in eerste instantie doet vermoeden. De gezichten zijn afkomstig van foto’s van waterspuwers die ik heb gemaakt tijdens vakanties.

Wat is de relatie van de poster tot de voorstelling?
Ik denk dat het affiche de lading van de voorstelling dekt als je bedenkt in wat voor monsterlijke situaties je jezelf kunt laten belanden, brrr. Ook herken ik in het affiche het nerveuze, achterdochtige aspect uit de voorstelling. De discussie die Wim met zichzelf voert op de wc. 'Is het wat het lijkt?' 'Of stel nou dat, en wat dan!?’ ‘Zijn ze te vertrouwen?’.

Wat vind je belangrijk aan een (cabaretaffiche)?
Een goed theater- of cabaretaffiche raakt je wanneer je er snel langs fietst. Dat is vaak al heel knap, gezien de hectiek op en langs de Nederlandse fietspaden, met name in Amsterdam. Als een cabaret- of theateraffiche je in een paar seconden een bepaald gevoel meegeeft of een vraag stelt, vind ik het een geslaagd ontwerp. Terwijl je je fietsrit vervolgt, blijft het beeld bij je hangen en eenmaal thuis of op je werk ga je op zoek naar informatie over de voorstelling. Het affiche dat ik heb gemaakt voor de voorstelling van Wim Helsen vraagt eigenlijk wel iets meer tijd dan een paar seconden. Pas als je langer kijkt, zie je ineens de grimmigheid tussen de stoffige bloemen opduiken.

Zie hier de website van Rooswerk.

Dit interview is deel 2 in een serie van drie. Lees ook:
- Een muur vol posters (de inleiding)
- Interview met Ruben Steeman, waarin hij vertelt hoe hij de poster voor ‘Zo Goed Als Nieuw’ van Pieter Derks bedacht en maakte.
- Interview met Joost de Haas, ontwerper van de poster voor ‘Alles Eromheen’, een voorstelling van Van der Laan en Woe.


zondag 14 juni 2015

Een muur vol posters


Gesprekken gaan altijd over mijn muur. Met iedereen die voor het eerst op mijn kamer in Groningen komt, bespreek ik even de wand die volgeplakt is met posters. Cabaret vooral, af en toe een verdwaald toneelaffiche. ‘Nee, ik heb niet het gevoel dat ik aangekeken word door mijn posters. Alleen als ik op het balkon sta, denk ik wel eens dat er iemand in mijn kamer staat, omdat Wim Helsen op geloofwaardige hoogte hang.’

Gifje Lotte bekijkt haar postermuur

Het is een dankbaar gespreksonderwerp. Af en toe worden posters minutenlang besproken. ‘Die van Buutvrij, zou Jeroen Woe op een krukje staan of is de foto in twee keer genomen?’ (Ik hoop het eerste, maar weet inmiddels het tweede) Sommige posters zijn zo mooi of slim gemaakt, dat ik het jammer vind dat er soms zo weinig aandacht aan wordt besteed. De ontwerper staat meestal of minuscuul in een hoekje of is überhaupt niet te achterhalen.

Dat ze toch het bespreken waard zijn, is niet alleen mijn opvatting. Van 1992 tot 2011 werd de theaterafficheprijs uitgereikt, die ook af en toe gewonnen werd door cabaretposters:

2000
Lenette van Dongen – Een echte Van Dongen
Ontwerpbureau VANDEJONG

2010
Theo Maassen – Zonder Pardon
Scherpontwerp 
(i.s.m. Theo Maassen/
De Ontwerpconcurrent)

2011
Paulien Cornelisse – Hallo Aarde 
Ontworpen door Paulien Cornelisse zelf
Sinds 2011 gaat de prijs door het leven als Mart.Spruijt Theaterafficheprijs, sinds 2013 wordt ‘ie tweejaarlijks uitgereikt (dat is dus om de twee jaar en niet twee keer per jaar – dit heb ik moeten opzoeken). 

Gesprekken gaan altijd over mijn muur en steevast komt de vraag ‘welke vind je het mooist?’. Dat is natuurlijk een onmogelijke vraag, maar er zijn een aantal posters die altijd de revue passeren. De poster van Pieter Derks’ voorstelling ‘Zo Goed Als Nieuw’, Wim Helsens ‘Spijtig spijtig spijtig’ en die van Van der Laan en Woe met ‘Alles Eromheen’. Ik sprak met de makers. Respectievelijk Ruben Steeman, Yvonne Roos en Joost de Haas.
In november 2016 sprak ik voor de Volkskrant met de makers van de genomineerde affiches van de prijs, die inmiddels weder een nieuwe naam heeft: de MullerVisual Theaterafficheprijs.

dinsdag 2 juni 2015

One does not simply

Waarom typen als je ook kan communiceren in memes? Memes domineren al jaren het volledige internet, of in ieder geval facebookcomments en 9gag. Dat is heel handig.

Wanneer je een waardevolle bijdrage moet leveren aan een relevante facebookdiscussie en zowel smileys als Caps lock schieten tekort, kun je altijd nog een toepasselijke meme sturen. Of een ontoepasselijke, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Werkt altijd, ook in whatsappgesprekken. Mijn persoonlijke favoriet is

Meme van een aap die een banaan leest











Ik práát ook regelmatig in memes. Zonder plaatjes dan, en zonder zwart omrande witte tekst. Eigenlijk zijn het gewoon quotes. (Ik probeer alleen maar een bruggetje te maken, oké?) Ik gebruik veel meer quotes dan memes. Ik doorspek mijn gesprekken met (ir)relevante citaten. Ook whatsappgesprekken, en dat levert regelmatig problemen op. Hoe maak je duidelijk dat je niet zomaar meldt dat je een heel zwaar leven hebt, maar een héééél zwáááár lévùùùh (à la Brigitte Kaandorp dus)? Precies, one does not simply...

Tijdens een tenenkrommend saai college heb ik me dus maar toegelegd op het maken van voor mij bruikbare memes. Het is dat mijn telefoon nog maar zeven procent had, anders had ik het de volle twee uur gedaan. (Toen ie uitviel, ben ik dit gaan schrijven – nog vijf minuten te gaan). Zo bruikbaar.

Meme van Brigitte Kaandorp
Ik heb een heel zwaar leven.
Meme van Ronald Goedemondt
Je bent anders geen mensenkind.












Meme van Van der Laan en Woe
No worries jongens,
ik blijf gewoon wel hoor.
Meme van Wim Helsen
U hebt een paar gewonnen!











Klik op het onderschrift voor het bijbehorende fragment.

Overigens, dat gequoot (?) van mij is een terugkerend thema, zowel in drie (!) voor mij geschreven sinterklaasgedichten van afgelopen december als in een eerdere post.

vrijdag 20 maart 2015

Bedankt voor die bloemen




Wat moet een cabaretier toch met al die bloemen die hij krijgt na een voorstelling? Jeroen Woe, Youp van ’t Hek, Wim Helsen, Pieter Derks en anderen nemen de bosjes graag in ontvangst. ,,Geven is altijd goed, ontvangen ook.’’

In het theater heb je niet zoals in de bioscoop een aftiteling. Lastig, juist na een indrukwekkende cabaretvoorstelling kun je toch niet zomaar, bam, de lampen aandoen en in gesprek raken met je vrienden alsof er niks gebeurd is? Gelukkig is een voorstelling nooit bam afgelopen. Rondom het einde zit een tamelijk vaste procedure met als hoogtepunt de bloemen.
Die bloemen zijn een merkwaardig fenomeen. Ervan uitgaande dat het theaterseizoen loopt van september tot juni, 9 maanden dus, en dat een cabaretier zo’n 12 keer per maand op de planken staat, krijgt een artiest 9 x 12 = 108  bossen bloemen per jaar! Hon-derd-acht! Verjaardags- en prijswinbloemen niet meegerekend. Dat vind ik veel. Als je die allemaal schuin af moet snijden en in lauwwarm water zetten, houd je geen tijd meer over. En geen plek in je huis. Wat moet je ermee?
Op internet ging ik op zoek naar informatie over deze gewoonte. Dat mislukte jammerlijk, want mijn zoekresultaten werden gedomineerd door stukjes over Karin Bloemen. Daarom besloot ik het de cabaretiers zelf maar te vragen. En ik kreeg heel leuke antwoorden. “De volgende keer in Heerenveen of Drachten krijg jij mijn bloemen!” zei Youp van ’t Hek. Verder vertelden ze van alles. Dat ze soms helemaal geen bloemen krijgen. Of ze zelf moeten betalen. En zijn de bloemen eigenlijk wel voor de artiesten? Of misschien meer voor het publiek?

"Of mijn technicus krijgt ze mee om zijn vrouw blij mee te maken"

,,Ik vind het heel fijn om een huis vol bloemen te hebben’’, begint Carolien Borgers. Ze is dan ook blij als ze een boeket krijgt. Een half bosje vaak, want de meeste theaters denken dat ze alleen op het podium staat. ,,De gitarist krijgt de andere helft. De bos hebben ze vlak voor het einde van de voorstelling nog driftig uit elkaar gehaald en er twee bosjes van gemaakt. Meestal erg karige bosjes, maar dat vind ik ook wel ontroerend.’’ Hoe klein ook, ze neemt het mee naar huis. ,,Fijne bijkomstigheid: mijn gitarist houdt niet van bloemen dus ik krijg die van hem ook altijd mee.’’
Ook Pieter Derks zet ze thuis in een vaas. ,,Of mijn technicus krijgt ze mee om zijn vrouw blij te maken.’’ Niet iedereen neemt ze altijd mee. Jeroen Woe zegt schuldbewust: ,,De eerste uitdaging is om ze niet te vergeten! Soms laten we ze per ongeluk liggen in de kleedkamer, dat is natuurlijk niet zo beleefd.’’

Meenemen hoeft niet per se. Je kunt ze ook weggeven, een tactiek die menig cabaretier hanteert. Aan de dame van de artiestenfoyer (Youp van ’t Hek), aan een knap meisje op de eerste rij (Pepijn Schoneveld) of aan ,,de persoon die ik medeplichtig heb gemaakt aan de voorstelling.’’ (Wim Helsen).

"Ik moest mijn bloemen zelf betalen"

,,Geven jullie een artiest altijd bloemen na een voorstelling?’’ Vroeg ik meerdere theaters. ,,Ja’’, zegt De Lawei. ,,Ja, altijd’’, antwoordt het Posthuistheater in Heerenveen. Ook Carré in Amsterdam geeft altijd bloemen bij de eerste voorstelling of première. Maar niet alle theaters geven bloemen. Sommige theaters reageren desgevraagd dat ze er simpelweg de financiële middelen niet voor hebben. Geen bloemen is dan een oplossing, maar je kunt het ook anders aanpakken.
Theater Bellevue in Amsterdam is daar berucht om. Pepijn Schoneveld kreeg na zijn première wel bloemen, maar die moest hij zelf betalen. Een dergelijk verhaal komt de Vlaamse komiek Wouter Deprez bekend voor. ,,Jaaa’’, roept hij uit wanneer ik hem ernaar vraag. ,,Daar hebben ze wisselbloemen, die moet je teruggeven. Dat zijn plastic bloemen, die liggen daar bovenop een kast en die stoffen ze voor de voorstelling even af.’’

Andere theaters geven iets anders, meestal een streekproduct. In Naaldwijk geven ze een kistje groenten, in Tiel appels. Podium Reimerswaal in het Zeeuwse Rilland heeft jaren een T-shirt met daarop Vrienden van de mossel gegeven. Een woordvoerder: ,,Er zijn cabaretiers die ermee gingen stappen in Amsterdam (Leo Alkemade en Roel Bloemen). Dat leidde tot grote hilariteit.’’ Rode wijn is ook een populair bedankje. ,,Dat vinden we altijd erg leuk’’, zegt Jeroen Woe. ,,En soms krijgen we een fles speciaalbier, dat is natuurlijk het allermooist.’’

"Wij noemen geen namen"

Dat de bloemen gegeven moeten worden ná de voorstelling, daar is iedereen het wel over eens. Maar wanneer precies lijkt nog best lastig. In Carré wordt het moment bepaald door de toneelmeester. In het Posthuis wordt er vooraf gewaarschuwd: ,,als er dit of dit gezegd of gedaan wordt, dan zijn we nog vijf minuten verwijderd van het einde.’’ Meestal geeft de techniek een seintje. Dat moment is niet altijd even gelukkig, vindt Jeroen Woe. ,,Dat het publiek net besluit dat het wel lang genoeg geklapt heeft en dat dan nog eens die bloemen komen. Wij blijven vriendelijk lachen, maar in de zaal zie je de mensen kijken van: schiet es op joh, we krijgen pijn in de handen!’’

Rigt Oostenbrug, van de Lawei in Drachten, werkte voorheen in de horeca van De Oosterpoort in Groningen. Bloemen geven behoorde af en toe tot haar taak. Dat was geen probleem, tot ze een bos aan Vincent Bijlo moest overhandigen en niet wist dat hij slechtziend was. ,,Toen ik het toneel op kwam liep hij af, en dus liepen wij tot twee keer toe achter elkaar aan over het toneel.’’
Pieter Derks pleit voor een duidelijke geefinstructie. ,,Dat zowel artiest als bloemenmeisje weten of er gezoend wordt, of een hand geschud, of alleen maar overhandigd. Nu sta ik vaak toch anderhalf uur te spelen in zenuwachtige afwachting van dat ongemakkelijke moment tijdens het slotapplaus.’’
Alle cabaretiers genoemd in dit verhaal geven aan dat ze het fijn vinden om bloemen te krijgen. Carolien Borgers: ,,De traditie geeft voor mij aan dat mensen blij zijn dat je gekomen bent, dat je het publiek een goede avond hebt bezorgd.’’ Toch heeft Theater Carré ook andere ervaringen. Daar gaat de anekdote dat een beroemde artiest – ,,wij noemen geen namen’’ – de bos weigerde omdat zij het boeket te veel vond ruiken.

"Zonder bloemen ga ik ook door met spelen"

Maar zijn de bloemen wel echt voor de artiest? ,,Het is in onze beleving bijna meer iets voor het publiek dan voor de artiest.’’ Jeroen Woe daarover: ,,Als we een keer geen bloemen krijgen, vragen mensen in de foyer ons na afloop of we dat niet stom vonden, dat we geen boeketje kregen.’’ Dat is ook wat ze bij theater Geert Teis in Stadskanaal zeggen, ,,dat het de avond voor het publiek compleet maakt.’’

Bloemen als bedankje voor de artiest of als vervanging van de aftiteling voor het publiek. Het maakt ook niet zoveel uit, het is een mooie gewoonte. ,,Zonder bloemen ga ik ook door met spelen’’, zegt Youp van ’t Hek. ,,Geven is altijd goed, ontvangen ook,” aldus Wim Helsen. Pieter Derks: ,,Een goede, dikke, vette, kleurrijke bos bloemen, gebracht door een goedlachse dame van het theater, daar kan niemand tegen zijn.’’ Al wordt het soms een beetje veel. Als ik aan het eind van mijn vragenlijstje vraag of de cabaretier verder nog iets kwijt wil, antwoordt Jeroen Woe: ,,Bloemen. Een bos of 6. Iemand?’’

De oogst van één week in de vensterbank van Jeroen Woe.

Dit artikel verscheen op 19 maart 2015 in de cultuurbijlage van de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.

Lees hier het voorafgaande stukje.