-->
  • Alles
  • Over
  • Contact
Dit zijn alle posts in de categorie 'De Kleine Komedie'!
Posts tonen met het label De Kleine Komedie. Alle posts tonen

woensdag 30 januari 2019

Spect goon - Op Maarten

Het is gevaarlijk om zo uit te kijken naar een voorstelling. Om toelevend naar de dinsdagavond steeds hogere verwachtingen op te bouwen waaraan - daar ben je je angstvallig van bewust - onmogelijk nog voldaan kan worden. Het risico op een per ongelukke ‘mwah’, misschien het risico dat er iets van je afgepakt wordt. Dat risico moet je soms nemen.

‘Op Maarten’, in De Kleine Komedie. Egon Kracht, Marcel de Groot, Wilko Sterke, Paul de Munnik, Lucretia van der Vloot, Jan-Paul Buijs, Jeroen Zijlstra en Hans Sibbel proostten ruim vijf jaar na zijn dood op het leven en werk van Maarten van Roozendaal. Een eerbetoon in liedjes en verhalen, dat hij verdient en dat wij nodig hebben. Wat. Een. Avond.

Die band. Egon Kracht op contrabas en Marcel de Groot op gitaar: een aangrijpend vertrouwd geluid. Eén akkoord, één basloopje spelen ze, en je weet precies welk nummer het is, - je schrikt even dat het dus zonder Maarten - je gaat op in de muziek. Wilko Sterke op piano en saxofoon sluit daar naadloos bij aan. Ze dragen de avond.

Die zangers. Natuurlijk, het zijn goede zangers, dat wist ik van tevoren ook. Maar dat ze met zoveel concentratie en gepaste eigenheid de liedjes konden brengen, overdonderde totaal. Ze leken allemaal een stukje van Maarten. Zijn bravoure, zijn timing, zijn grijns. En ondertussen straalden ze van respect, ze wáren niet Maarten, ze waren grote bewonderaars van Maarten, die er nog niet aan zouden denken om zijn liedjes met de Franse slag uit te voeren.

En dan, die zaal. Er is natuurlijk geen betere plek voor een toost op Maarten dan De Kleine Komedie. Daar waar hij avonden lang speelde, aan de bar hing, en waar nu een prachtig portret hangt. De voltallige 502 bezoekers-tellende zaal kolkte van liefde.

Het was zo’n mooie avond, ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik had het gevoel dat de woorden nu echt op waren. Het is gevaarlijk om iets te schrijven over een avond die je zoveel doet. De kans dat je precies opschrijft wat je bedoelt, is nihil. Maar ik neem het risico graag. Gijpje wat ik doel, gijpje?


maandag 20 februari 2017

#HELD

Man, wat was ik onder de indruk van Marcel de Groot gisteren. Nee, ik was niet eens onder de indruk. Het was zo'n avond dat je zit, en dat je wilt dat het altijd zo blijft. Pas na afloop was ik onder de indruk. Ik dacht nog even dat het tijdelijk was. Maar ik bleef eraan denken. Ik dacht eraan toen ik naar huis fietste en toen ik ging slapen. En dacht er weer aan toen ik wakker werd. Het was verschrikkelijk prachtig.

Vertrouw me nou maar. Ga naar die held volgend jaar.

maandag 9 januari 2017

Amstel 56-58 | Ik vermoedde het al


De Kleine Komedie: Het Nieuwe Lied

Geschreven op 5 januari 2016. Ik vermoed het nog steeds.

Ik vermoedde het al. Nadat we zondag 4 januari 2015 De Kleine Komedie uitstapten – we waren bij het nieuwjaarsconcert van Het Nieuwe Lied geweest – vermoedde ik al dat dit de mooiste theateravond van het hele jaar zou worden. En verdomd, of ik gelijk had. Natuurlijk, de avond met Van der Laan en Woe was tamelijk fantastisch en ook de dag dat we naar Yentl en de Boer gingen werd vrij memorabel. Maar toen we 4 januari 2015 De Kleine Komedie uitstapten, zeiden we al tegen elkaar: “volgend jaar weer”.

4 januari 2016, een maandag.  Drie keer raden wie er intens gelukkig in een propvolle zaal op een stoeltje zat. Peter van Rooijen, Yentl en de Boer,  Maarten Ebbers, Jeroen Woe, stuk voor stuk was iedereen van Het Nieuwe Lied steengoed. Om over de magische combinatie nog maar te zwijgen. Een prachtige Bende van Elf.

De associatie met De bende van Vier komt niet uit de lucht vallen. Samen solo in De Kleine Komedie is blijkbaar om te janken zo mooi. Wanneer ik aan de bar sta me een glas in mijn hand, wanneer ik opsta voor de staande ovatie en zelfs wanneer ik de trap afloop naar de wc – een onopvallend knikje naar meneer Van Roozendaal – voelt het kloppend. De mooiste theateravond van het jaar, ik vermoed het al.

Dit is een vervolg op: 'Leidsekade 90 | Ik wist het niet'.
Vanavond ga ik voor het derde jaar op rij naar het nieuwjaarsconcert. Ik zag de soundcheck al even op de bewakingscamera. Want sinds vorige week loop ik stage in De Kleine Komedie.

woensdag 18 mei 2016

Ken je Theo?

Theo Zelf Even Niet Peter Van Rooijen Met Christy was ik bij de voorstelling van Peter van Rooijen in het Usva-theater. Ik ging er niet onbevooroordeeld heen. Ik ken Peter van Het Nieuwe Lied – nou ja, ik kén hem natuurlijk niet echt. (Dit is problematisch, schrijf ik ‘Van Rooijen’ klinkt dat oud en afstandelijk, schrijf ik ‘Peter’ suggereert dat dat we regelmatig samen een biertje drinken in een hippe kroeg in Amsterdam-Noord, quod – hoe helaas dan ook – non). Ik hem ‘ontdekt’ bij Het Nieuwe Lied en sindsdien verkeer ik in de compromisloze overtuiging dat hij een van de beste liedjesschrijvers van zijn generatie is. En met de beste baard.

Na afloop zochten we hem nog op. Christy zei dat ze het een leuke voorstelling vond, ik complimenteerde hem met zijn nieuwe cd. Peter zei dankjewel. Ik vertelde dat ik een paar weken daarvoor in De Kleine Komedie was geweest, bij de eenmalige voorstelling ‘Theo zelf even niet’. Daarin zongen verschillende artiesten (Wende Snijders, Paul de Munnik, Marcel de Groot) nummers van Theo Nijland, een van de beste liedjesschrijvers aller generaties, die zelf aan het herstellen was van een gescheurde aorta. Peter zong mijn lievelingsliedje en het was heel mooi.

‘Dat was een bijzondere avond hè?’ zei hij. ‘Ja, wow,  zei ik, ‘vooral toen hij tóch aanwezig bleek te zijn.’ De tot nog toe best stugge man glimlacht breed. ‘Dat was zo’n gaaf moment, Theo die-.’ Hij kijkt Christy aan. ‘Ken je Theo?’ ‘Nou niet echt, ja, Lotte heeft het wel eens over hem.’ Peter schetst de situatie. ‘Theo was bijna dood dus hij kon zelf even niet optreden. Daarom was er in De Kleine Komedie een soort verkapte benefiet waar allemaal andere zangers zijn liedjes zongen. Ze hadden gezegd dat Theo zelf niet aanwezig was, maar op een gegeven moment kwam hij toch het podium op.’ Ik herinner met het moment nog haarscherp. Zijn wankele tred, mijn blijdschap dat hij er was, de minutenlange staande ovatie die hij kreeg. Peter wendde zich weer tot mij. ‘Het was alsof er een dode was opgestaan. De mensen bleven maar klappen en Theo stond daar maar. Het was zo mooi, ik moest bijna huilen.’

Ik glimlachte. Ook ik had met tranen in mijn ogen staan klappen alsof zijn leven ervan afhing. Ik was niet de enige die had gevoeld dat het een bijzondere avond was.

’s Avonds in bed dacht ik terug aan het gesprek en lachte weer. Het was een kort gesprek, lichtelijk stroef soms, maar toch heb ik er nog heel vaak aan terug gedacht. Misschien omdat Peter mij begreep. Ik heb tientallen mensen over de avond in De Kleine Komedie verteld. Iedereen vond het leuk voor mij, niemand begreep het. ‘En dat was helemaal in Amsterdam?’ Ze waren er niet bij en hebben bovendien andere prioriteiten. Maar ik ben toch niet de enige. Er zijn deelgenoten.  Ik heb alleen de pech dat ik vrienden heb die nog nooit van Maarten van Roozendaal, Bram Vermeulen en laat staan Theo Nijland hebben gehoord. Dat is niet per se erg (oké, een beetje), maar dat Peter, zonder blikken of blozen, vanzelfsprekend enthousiast, zei dat hij bijna moest huilen en dat ik exact wist wat hij bedoelde, vergeet ik niet meer. En dat hoef ik aan niemand te vertellen, want dat snappen ze toch niet. Peter Wie?