Door het wonderlijke algoritme van YouTube kwam ik terecht op een AVRO-documentaire uit 2000 over Harry Bannink. “Muziek: Harry Bannink.” Een documentaire die me qua beeldverhouding, pixels en montage eraan deed denken dat het jaar 2000 erg lang geleden is, maar een documentaire waar ik desalniettemin ingezogen werd en die ik ademloos afkeek.
Het filmpje was duidelijk geüpload voor een nichepubliek. Nog geen 24 000 views, waarvan 87 likes (twee dislikes) en 13 reacties. De kijkers moeten wel Bannink-fans zijn. Al voelt 'fan' als een totaal ongeschikt woord, omdat het niet past bij de bescheidendheid van de man, en eigenlijk ook niet bij de briljantheid van zijn composities. Bewonderaars misschien, liefhebbers. ‘Wat een bijzondere man’, moeten de andere kijkers met mij gedacht hebben, ‘en wat een indrukwekkend oeuvre.’ Wellicht overbodig om te vermelden: alle 13 reacties drukten ontzag uit voor dhr. Bannink. Allemaal.
Maar hoe kan het dan – en dit verwonderde alsmede versloeg me – hoe kan het dan dat als je die hele documentaire hebt gekeken (50 minuten lang, je vond hem mooi, je vindt Bannink bijzonder), hoe kan het dan dat je het tóch voor elkaar krijgt een negatieve reactie te plaatsen? Hoe?
Iemand schreef: “Tjonge, wat mogen wij ons in de handen knijpen met mensen als Bannink en Wilmink. Daar had Nederland nog wel iets dankbaarder voor mogen zijn ipv altijd maar de oren te laten hangen naar de Angelsaksische cultuur.”
Waarom schrijf je dat? Ik snap wat er staat, maar het stelde me zo teleur. Ik moest denken aan een zin uit een voorstelling van Van der Laan en Woe, een zin die de televisie-uitzending volgens mij nooit heeft gehaald: “Waarom kan iets dat mooi is niet gewoon even bestaan?”
Een terechte vraag. Laat wat mooi is in godsnaam eens even gewoon bestaan. Voor wat het is. En als je dat niet kan opbrengen, bewonder of haal je schouders op in stilte. Dat mag ook. Echt.
P.S. De Grote Harry Bannink Podcast van Gijs Groenteman (die je moet luisteren) is op tour door de theaters van Nederland (waar je heen moet). Ik zag het vorig jaar in De Kleine Komedie en het was zo leuk en niemand zei iets stoms. In 2020 gaat ie weer touren.
Dit zijn alle posts in de categorie 'column'!
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
woensdag 9 oktober 2019
Laat het
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
column,
Harry Bannink
maandag 12 februari 2018
Bij nader inzien - Kwestie Gijp
Ik heb er nog even over nagedacht, en ik wil toch iets schrijven over wat in mijn hoofd inmiddels 'Kwestie Gijp' heet. Over René van der Gijp die bij Voetbal Inside voor de grap deed alsof hij voortaan als vrouw door het leven ging, en vooral over de discussie die daarna ontstond. Het is niet dat ik per se de tienduizendste wil zijn met een mening, maar er zijn volgens mij een paar punten in de discussie die van belang zijn. Bij nader inzien wil ik dat toch kwijt. Het is geen gestructureerd betoog. Wel negen punten.
Punt 1: Vooraf
Laat ik vooropstellen dat ik René van der Gijp een gigantische lul vind. Ik vind het van geen enkele smaak getuigen om een zo kwetsbare groep in het algemeen (transgenders) en zo’n kwetsbaar persoon in het bijzonder (Bo van Spilbeeck) belachelijk te maken. Dat is mijn korte mening.
Punt 2: Maar vrijheid van meningsuiting
Er is een belangrijk onderscheid tussen wat ik vind dat je mag zeggen (eigenlijk alles, zolang je de ander niet fysiek bedreigt) en wat ik vind dat je moet zeggen (veel minder, want rekening houden met kwetsbare groepen). Ik vind dat René van der Gijp de grap mocht maken. Maar ik vind ook dat hij het niet had moeten doen. Dat sluit elkaar niet uit. Het discussieverloop ‘Wat een misselijkmakende grap!’ ‘Maar vrijheid van meningsuiting’ is raar, want de uitspraken gaan niet op elkaar in. Volgens mij kun je los van de vraag of iets mag, heel goed bediscussiëren of iets fatsoenlijk is. Het oordeel ‘niet-fatsoenlijk’ mag echter nooit de reden zijn de vrijheid van meningsuiting in te perken, of de uiting op een andere manier taboe te verklaren.
Nota bene, ik vind de term ‘fatsoenlijk’ moeilijk en lelijk. Maar ik weet niet goed hoe ik anders het onderscheid moet noemen.
Punt 3: Vrijheid van kwaad worden
Bovendien, het feit dat iemand de vrijheid heeft (en moet hebben) om kwetsende grappen te maken, houdt ook de vrijheid van anderen in om daar keihard tegenin te gaan. Dat heel progressief Nederland nu woedend over Van der Gijp heen valt is net zo goed toegestaan. En terecht.
Punt 4: Waarom ik vind dat hij de grap niet had moeten maken
Goede grappen maak je over mensen in hoge posities. Machtigen, meerderheden, mensen die er zelf voor gekozen hebben in een publieke functie te verkeren. Het heeft een functie hen te relativeren, te nuanceren, en zij kunnen het hebben. Grappen maak je derhalve niet ten koste van kwetsbare groepen, die het moeilijk hebben en die bovendien geen platform hebben om zich te verdedigen. Transgenders zijn een gigantische kwetsbare groep. De acceptatie is nog ver te zoeken, het aantal transseksuelen met suïcidale gedachten is hoog. Het heeft geen functie hen en hun problemen te relativeren. Het is wellicht grappig voor een paar mensen, maar pijnlijk en naar voor anderen. Anderen nodeloos pijn doen, dat doe je niet. Comedian Ricky Gervais heeft vaak gezegd: ‘It all depends on who’s the target of the joke. The bully or the one being bullied?' (Met dank aan @floorbakhuys voor de quote bij dit inzicht.)
Punt 5: De luizenmoeder
In de Kwestie Gijp is er weinig twijfel over het doelwit van de grap (althans, zie punt 7), maar in andere gevallen is het lastiger. Een veelgehoord argument van Gijp-verdedigers afgelopen week was ‘Maar waarom mag politiek incorrecte humor in De luizenmoeder wel en in VI niet?’ Met daarin, voor mij, doorklinkend: waarom rechtse RTL-presentatoren niet en linkse NPO-makers opeens wel? Ik begrijp die verontwaardiging. Maar, de analyses die De luizenmoeder politiek incorrecte humor toeschrijven, gaan voorbij aan het onderscheid in punt 4. De grappen gaan daar niet over minderheden (de donkere homo, het geadopteerde kind ‘met die oogjes’), maar over de mensen die daar in, in al hun onhandigheid, racistisch of anderszins uitsluitend mee omgaan (Juf Ank). Waarmee het doelwit van de grap faliekant anders is. (Wederom dank aan @floorbakhuys.)
Punt 6: Interpretatie
Wie of wat het doelwit van een grap is, is soms lastig te achterhalen. Dat maakt het moeilijk. Gaat het hier alleen om de intenties van de maker, of speelt de interpretatie ook een rol? Met andere woorden: wat als een deel van het publiek De luizenmoeder leuk vindt om de racistische grappen en voorbij gaat aan de diepere boodschap?
Punt 7: Al die toleranten
Wie is het doelwit precies van de grap van Van der Gijp? In de uiteindelijke grap zijn dat transgenders, of misschien Bo van Spilbeeck alleen. Zij worden geraakt (en gekwetst) door de grap, wat precies de reden is dat ik vind dat Van der Gijp de grap niet had moeten maken. Maar volgens mij komt de grap wel voort uit het afzetten tegen een wel degelijk machtige groep, namelijk de linkse, hoogopgeleide, progressieve en o zo ruimdenkende intellectuelen. Zij die er te koop mee lopen verschrikkelijk tolerant te zijn tegenover bijvoorbeeld homo’s en transseksuelen. Die dat allemaal maar begrijpen. En die in het geval van een intolerante opmerking of grap onmiddellijk reageren met een opgeheven vingertje. Vaak verontwaardigd en diep beledigd. Voor de goede orde: ik ben zo iemand. En ik vind de boze reactie van ‘ons’ op intolerante uitingen verschrikkelijk terecht. Maar ik snap ook de afkeer van anderen, die langzaam het gevoel krijgen niks meer te mogen zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die moeite hebben met het idee van transgenders, die het moeilijk vinden om te begrijpen. En hoewel ik vind dat dat nooit mag resulteren in een grap die minderheden pijn doet, snap ik dat er grappen gemaakt worden die de spanning tussen hen en de tolerante vingertjes ontladen. De beschuldiging dat dergelijke grappen puur en alleen voortkomen uit diepe haat tegen iedereen die anders is, lijkt me daarom iets te kort door de bocht. (Ik zie nu dat Paulien Cornelisse een soortgelijke gedachte mooi en helder formuleert in haar column.)
Punt 8: Wel lachen
Ik vraag me af hoe en of mijn oordeel over of een grap wel of niet kan (dus los van vrijheid van meningsuiting) afhangt van hoe leuk de grap is. Als het een goede grap is, kan er dan meer? Of is dat inherent aan elkaar verbonden en kan ik per definitie niet lachen om een grap die ik in de kern ongepast vind?
Punt 9: Conclusie
Ik zou graag een conclusie schrijven, maar ik heb geen conclusie. Mijn belangrijkste punt: qua vrijheid van meningsuiting mag alles, maar dat geeft de tegenpartij het volste recht om er superkwaad op te reageren en het fatsoen van de ander aan de orde te stellen. Nooit echter om een uitspraak te bieden of taboe te verklaren. De vraag waar ik mee blijf zitten is hoever die kwade reactie mag gaan. Kun je zeggen dat VI van de buis moet? Oproepen tot een boycot? Moeten zenderbazen met Van der Gijp gaan praten? Moeten investeerders zich terugtrekken? Ik weet het niet.
Gijp is een lul. Dat boven alles. Maar dat is niet het enige waar mijn mening uit bestaat. Helaas passen de overige 1176 woorden niet ook in een tweet.
Punt 1: Vooraf
Laat ik vooropstellen dat ik René van der Gijp een gigantische lul vind. Ik vind het van geen enkele smaak getuigen om een zo kwetsbare groep in het algemeen (transgenders) en zo’n kwetsbaar persoon in het bijzonder (Bo van Spilbeeck) belachelijk te maken. Dat is mijn korte mening.
Punt 2: Maar vrijheid van meningsuiting
Er is een belangrijk onderscheid tussen wat ik vind dat je mag zeggen (eigenlijk alles, zolang je de ander niet fysiek bedreigt) en wat ik vind dat je moet zeggen (veel minder, want rekening houden met kwetsbare groepen). Ik vind dat René van der Gijp de grap mocht maken. Maar ik vind ook dat hij het niet had moeten doen. Dat sluit elkaar niet uit. Het discussieverloop ‘Wat een misselijkmakende grap!’ ‘Maar vrijheid van meningsuiting’ is raar, want de uitspraken gaan niet op elkaar in. Volgens mij kun je los van de vraag of iets mag, heel goed bediscussiëren of iets fatsoenlijk is. Het oordeel ‘niet-fatsoenlijk’ mag echter nooit de reden zijn de vrijheid van meningsuiting in te perken, of de uiting op een andere manier taboe te verklaren.
Nota bene, ik vind de term ‘fatsoenlijk’ moeilijk en lelijk. Maar ik weet niet goed hoe ik anders het onderscheid moet noemen.
Punt 3: Vrijheid van kwaad worden
Bovendien, het feit dat iemand de vrijheid heeft (en moet hebben) om kwetsende grappen te maken, houdt ook de vrijheid van anderen in om daar keihard tegenin te gaan. Dat heel progressief Nederland nu woedend over Van der Gijp heen valt is net zo goed toegestaan. En terecht.
Punt 4: Waarom ik vind dat hij de grap niet had moeten maken
Goede grappen maak je over mensen in hoge posities. Machtigen, meerderheden, mensen die er zelf voor gekozen hebben in een publieke functie te verkeren. Het heeft een functie hen te relativeren, te nuanceren, en zij kunnen het hebben. Grappen maak je derhalve niet ten koste van kwetsbare groepen, die het moeilijk hebben en die bovendien geen platform hebben om zich te verdedigen. Transgenders zijn een gigantische kwetsbare groep. De acceptatie is nog ver te zoeken, het aantal transseksuelen met suïcidale gedachten is hoog. Het heeft geen functie hen en hun problemen te relativeren. Het is wellicht grappig voor een paar mensen, maar pijnlijk en naar voor anderen. Anderen nodeloos pijn doen, dat doe je niet. Comedian Ricky Gervais heeft vaak gezegd: ‘It all depends on who’s the target of the joke. The bully or the one being bullied?' (Met dank aan @floorbakhuys voor de quote bij dit inzicht.)
Punt 5: De luizenmoeder
In de Kwestie Gijp is er weinig twijfel over het doelwit van de grap (althans, zie punt 7), maar in andere gevallen is het lastiger. Een veelgehoord argument van Gijp-verdedigers afgelopen week was ‘Maar waarom mag politiek incorrecte humor in De luizenmoeder wel en in VI niet?’ Met daarin, voor mij, doorklinkend: waarom rechtse RTL-presentatoren niet en linkse NPO-makers opeens wel? Ik begrijp die verontwaardiging. Maar, de analyses die De luizenmoeder politiek incorrecte humor toeschrijven, gaan voorbij aan het onderscheid in punt 4. De grappen gaan daar niet over minderheden (de donkere homo, het geadopteerde kind ‘met die oogjes’), maar over de mensen die daar in, in al hun onhandigheid, racistisch of anderszins uitsluitend mee omgaan (Juf Ank). Waarmee het doelwit van de grap faliekant anders is. (Wederom dank aan @floorbakhuys.)
Punt 6: Interpretatie
Wie of wat het doelwit van een grap is, is soms lastig te achterhalen. Dat maakt het moeilijk. Gaat het hier alleen om de intenties van de maker, of speelt de interpretatie ook een rol? Met andere woorden: wat als een deel van het publiek De luizenmoeder leuk vindt om de racistische grappen en voorbij gaat aan de diepere boodschap?
Punt 7: Al die toleranten
Wie is het doelwit precies van de grap van Van der Gijp? In de uiteindelijke grap zijn dat transgenders, of misschien Bo van Spilbeeck alleen. Zij worden geraakt (en gekwetst) door de grap, wat precies de reden is dat ik vind dat Van der Gijp de grap niet had moeten maken. Maar volgens mij komt de grap wel voort uit het afzetten tegen een wel degelijk machtige groep, namelijk de linkse, hoogopgeleide, progressieve en o zo ruimdenkende intellectuelen. Zij die er te koop mee lopen verschrikkelijk tolerant te zijn tegenover bijvoorbeeld homo’s en transseksuelen. Die dat allemaal maar begrijpen. En die in het geval van een intolerante opmerking of grap onmiddellijk reageren met een opgeheven vingertje. Vaak verontwaardigd en diep beledigd. Voor de goede orde: ik ben zo iemand. En ik vind de boze reactie van ‘ons’ op intolerante uitingen verschrikkelijk terecht. Maar ik snap ook de afkeer van anderen, die langzaam het gevoel krijgen niks meer te mogen zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die moeite hebben met het idee van transgenders, die het moeilijk vinden om te begrijpen. En hoewel ik vind dat dat nooit mag resulteren in een grap die minderheden pijn doet, snap ik dat er grappen gemaakt worden die de spanning tussen hen en de tolerante vingertjes ontladen. De beschuldiging dat dergelijke grappen puur en alleen voortkomen uit diepe haat tegen iedereen die anders is, lijkt me daarom iets te kort door de bocht. (Ik zie nu dat Paulien Cornelisse een soortgelijke gedachte mooi en helder formuleert in haar column.)
Punt 8: Wel lachen
Ik vraag me af hoe en of mijn oordeel over of een grap wel of niet kan (dus los van vrijheid van meningsuiting) afhangt van hoe leuk de grap is. Als het een goede grap is, kan er dan meer? Of is dat inherent aan elkaar verbonden en kan ik per definitie niet lachen om een grap die ik in de kern ongepast vind?
Punt 9: Conclusie
Ik zou graag een conclusie schrijven, maar ik heb geen conclusie. Mijn belangrijkste punt: qua vrijheid van meningsuiting mag alles, maar dat geeft de tegenpartij het volste recht om er superkwaad op te reageren en het fatsoen van de ander aan de orde te stellen. Nooit echter om een uitspraak te bieden of taboe te verklaren. De vraag waar ik mee blijf zitten is hoever die kwade reactie mag gaan. Kun je zeggen dat VI van de buis moet? Oproepen tot een boycot? Moeten zenderbazen met Van der Gijp gaan praten? Moeten investeerders zich terugtrekken? Ik weet het niet.
Gijp is een lul. Dat boven alles. Maar dat is niet het enige waar mijn mening uit bestaat. Helaas passen de overige 1176 woorden niet ook in een tweet.
Ik overweeg een rubriek te beginnen met de titel 'Bij nader inzien', waarin ik gewoon standaard begin met 'Ik heb er nog even over nagedacht' en dan net iets te laat reageer op actuele kwesties. De vraag is of mijn drang dingen te zeggen die me van belang lijken het wint van het belang dat ik hecht aan vrijheid van meningsverzwijging. We zullen zien.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bij nader inzien,
column,
René van der Gijp
maandag 9 januari 2017
Amstel 56-58 | Ik vermoedde het al
Geschreven op 5 januari 2016. Ik vermoed het nog steeds.
Ik vermoedde het al. Nadat we zondag 4 januari 2015 De Kleine Komedie uitstapten – we waren bij het nieuwjaarsconcert van Het Nieuwe Lied geweest – vermoedde ik al dat dit de mooiste theateravond van het hele jaar zou worden. En verdomd, of ik gelijk had. Natuurlijk, de avond met Van der Laan en Woe was tamelijk fantastisch en ook de dag dat we naar Yentl en de Boer gingen werd vrij memorabel. Maar toen we 4 januari 2015 De Kleine Komedie uitstapten, zeiden we al tegen elkaar: “volgend jaar weer”.
4 januari 2016, een maandag. Drie keer raden wie er intens gelukkig in een propvolle zaal op een stoeltje zat. Peter van Rooijen, Yentl en de Boer, Maarten Ebbers, Jeroen Woe, stuk voor stuk was iedereen van Het Nieuwe Lied steengoed. Om over de magische combinatie nog maar te zwijgen. Een prachtige Bende van Elf.
De associatie met De bende van Vier komt niet uit de lucht vallen. Samen solo in De Kleine Komedie is blijkbaar om te janken zo mooi. Wanneer ik aan de bar sta me een glas in mijn hand, wanneer ik opsta voor de staande ovatie en zelfs wanneer ik de trap afloop naar de wc – een onopvallend knikje naar meneer Van Roozendaal – voelt het kloppend. De mooiste theateravond van het jaar, ik vermoed het al.
Dit is een vervolg op: 'Leidsekade 90 | Ik wist het niet'.
Vanavond ga ik voor het derde jaar op rij naar het nieuwjaarsconcert. Ik zag de soundcheck al even op de bewakingscamera. Want sinds vorige week loop ik stage in De Kleine Komedie.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
column,
De Kleine Komedie,
Het Nieuwe Lied
woensdag 26 oktober 2016
Ook ik, Tjeerd
Hij zal vast een beetje zenuwachtig zijn geweest, vermoed ik, toen Tjeerd Gerritsen twee weken geleden een kwartier voor aanvang in zijn kleedkamer zat. Hij ging voor het eerst zijn avondvullende voorstelling Je kunt het ook omdraaien try-outen in de kleine zaal van theater Bellevue. Wat hij vast niet wist, was dat ook ik een beetje zenuwachtig was.
Er is weinig zo eng als een ander iets laten zien wat jij mooi vindt. Dimitri Verhulst is mijn lievelingsschrijver, toch dwing ik zelden iemand zijn boeken te lezen. Muziek luister ik met oordopjes, De vloer op kijk ik alleen, en als een vriend oppert om Martin van Roosdaal (of hoe heet ie?) op te zetten - want dat luister ik toch altijd- , ren ik weg. Pure angst.
Die angst voor wederzijde teleurstelling krijgt stevig tegenwicht van mijn evangelisatiedrang. De manier waarop iemand door Red mij niet heen praatte en mijn daarop volgende paniek zit nog vers in mijn geheugen, toch kan ik het al snel niet meer laten; stuur ik toch weer een linkje van www.henkvanstraten.nl naar iemand, geef ik iemand De helaasheid der dingen cadeau, neem ik iemand mee naar theater Bellevue.
En daar zit ik dan, in Klein Bellevue, mijn eigen zo veelbelovende woorden te vervloeken. Halsoverkop probeer ik nog het een en ander te nuanceren tegenover de meegenomen vriendin. Ondertussen kijk ik naarstig om me heen. Ik ben bezorgd of het wel vol raakt en of die CKV’ers daar in het hoekje zich niet gaan misdragen (spoiler: ja, ze liepen op de helft weg). En: (het toppunt, ik geef het toe) is er niet iets mis met die microfoon?
Tjeerd zal, zittend in de kleedkamer, geen idee hebben gehad van mijn zenuwen. Hij zal, met recht, genoeg hebben gehad aan zijn eigen zenuwen. Hij zal niet geweten hebben dat ik net als hij tijdens de voorstelling blij was dat het publiek om de juiste grappen lachte en zal niet geweten hebben dat ook ik aan het eind opgelucht was. Het ging goed, het was leuk!
Bij hem zag je die opluchting mooi. Toen het slotapplaus inzette, zag je iets van hem afglijden. Speelstand uit, Tjeerdstand aan. Grijnzend nam hij het in ontvangst. Even maande hij het publiek nog tot stilte om hen iets mee te delen over een optreden in de andere zaal. Toen keek hij de stille zaal in, deed een klein sprongetje en riep: ‘En nu weer klappen!’
Iedereen deed het. En ik het hardst.
Er is weinig zo eng als een ander iets laten zien wat jij mooi vindt. Dimitri Verhulst is mijn lievelingsschrijver, toch dwing ik zelden iemand zijn boeken te lezen. Muziek luister ik met oordopjes, De vloer op kijk ik alleen, en als een vriend oppert om Martin van Roosdaal (of hoe heet ie?) op te zetten - want dat luister ik toch altijd- , ren ik weg. Pure angst.
Die angst voor wederzijde teleurstelling krijgt stevig tegenwicht van mijn evangelisatiedrang. De manier waarop iemand door Red mij niet heen praatte en mijn daarop volgende paniek zit nog vers in mijn geheugen, toch kan ik het al snel niet meer laten; stuur ik toch weer een linkje van www.henkvanstraten.nl naar iemand, geef ik iemand De helaasheid der dingen cadeau, neem ik iemand mee naar theater Bellevue.
En daar zit ik dan, in Klein Bellevue, mijn eigen zo veelbelovende woorden te vervloeken. Halsoverkop probeer ik nog het een en ander te nuanceren tegenover de meegenomen vriendin. Ondertussen kijk ik naarstig om me heen. Ik ben bezorgd of het wel vol raakt en of die CKV’ers daar in het hoekje zich niet gaan misdragen (spoiler: ja, ze liepen op de helft weg). En: (het toppunt, ik geef het toe) is er niet iets mis met die microfoon?
Tjeerd zal, zittend in de kleedkamer, geen idee hebben gehad van mijn zenuwen. Hij zal, met recht, genoeg hebben gehad aan zijn eigen zenuwen. Hij zal niet geweten hebben dat ik net als hij tijdens de voorstelling blij was dat het publiek om de juiste grappen lachte en zal niet geweten hebben dat ook ik aan het eind opgelucht was. Het ging goed, het was leuk!
Bij hem zag je die opluchting mooi. Toen het slotapplaus inzette, zag je iets van hem afglijden. Speelstand uit, Tjeerdstand aan. Grijnzend nam hij het in ontvangst. Even maande hij het publiek nog tot stilte om hen iets mee te delen over een optreden in de andere zaal. Toen keek hij de stille zaal in, deed een klein sprongetje en riep: ‘En nu weer klappen!’
Iedereen deed het. En ik het hardst.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
woensdag 18 mei 2016
Ken je Theo?
Met Christy was ik bij de voorstelling van Peter van Rooijen in het Usva-theater. Ik ging er niet onbevooroordeeld heen. Ik ken Peter van Het Nieuwe Lied – nou ja, ik kén hem natuurlijk niet echt. (Dit is problematisch, schrijf ik ‘Van Rooijen’ klinkt dat oud en afstandelijk, schrijf ik ‘Peter’ suggereert dat dat we regelmatig samen een biertje drinken in een hippe kroeg in Amsterdam-Noord, quod – hoe helaas dan ook – non). Ik hem ‘ontdekt’ bij Het Nieuwe Lied en sindsdien verkeer ik in de compromisloze overtuiging dat hij een van de beste liedjesschrijvers van zijn generatie is. En met de beste baard.Na afloop zochten we hem nog op. Christy zei dat ze het een leuke voorstelling vond, ik complimenteerde hem met zijn nieuwe cd. Peter zei dankjewel. Ik vertelde dat ik een paar weken daarvoor in De Kleine Komedie was geweest, bij de eenmalige voorstelling ‘Theo zelf even niet’. Daarin zongen verschillende artiesten (Wende Snijders, Paul de Munnik, Marcel de Groot) nummers van Theo Nijland, een van de beste liedjesschrijvers aller generaties, die zelf aan het herstellen was van een gescheurde aorta. Peter zong mijn lievelingsliedje en het was heel mooi.
‘Dat was een bijzondere avond hè?’ zei hij. ‘Ja, wow, zei ik, ‘vooral toen hij tóch aanwezig bleek te zijn.’ De tot nog toe best stugge man glimlacht breed. ‘Dat was zo’n gaaf moment, Theo die-.’ Hij kijkt Christy aan. ‘Ken je Theo?’ ‘Nou niet echt, ja, Lotte heeft het wel eens over hem.’ Peter schetst de situatie. ‘Theo was bijna dood dus hij kon zelf even niet optreden. Daarom was er in De Kleine Komedie een soort verkapte benefiet waar allemaal andere zangers zijn liedjes zongen. Ze hadden gezegd dat Theo zelf niet aanwezig was, maar op een gegeven moment kwam hij toch het podium op.’ Ik herinner met het moment nog haarscherp. Zijn wankele tred, mijn blijdschap dat hij er was, de minutenlange staande ovatie die hij kreeg. Peter wendde zich weer tot mij. ‘Het was alsof er een dode was opgestaan. De mensen bleven maar klappen en Theo stond daar maar. Het was zo mooi, ik moest bijna huilen.’
Ik glimlachte. Ook ik had met tranen in mijn ogen staan klappen alsof zijn leven ervan afhing. Ik was niet de enige die had gevoeld dat het een bijzondere avond was.
’s Avonds in bed dacht ik terug aan het gesprek en lachte weer. Het was een kort gesprek, lichtelijk stroef soms, maar toch heb ik er nog heel vaak aan terug gedacht. Misschien omdat Peter mij begreep. Ik heb tientallen mensen over de avond in De Kleine Komedie verteld. Iedereen vond het leuk voor mij, niemand begreep het. ‘En dat was helemaal in Amsterdam?’ Ze waren er niet bij en hebben bovendien andere prioriteiten. Maar ik ben toch niet de enige. Er zijn deelgenoten. Ik heb alleen de pech dat ik vrienden heb die nog nooit van Maarten van Roozendaal, Bram Vermeulen en laat staan Theo Nijland hebben gehoord. Dat is niet per se erg (oké, een beetje), maar dat Peter, zonder blikken of blozen, vanzelfsprekend enthousiast, zei dat hij bijna moest huilen en dat ik exact wist wat hij bedoelde, vergeet ik niet meer. En dat hoef ik aan niemand te vertellen, want dat snappen ze toch niet. Peter Wie?
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
zondag 6 maart 2016
Het lot van de recensent
Iedere keer dat ik een stukje schrijf over een voorstelling, merk ik dat ik het er maar moeilijk mee heb. Veel vaker dan ik zou willen, schrijf ik iets op dat neerkomt op ‘ik heb eigenlijk geen flauw idee’. Aan de ene kant wil ik een goede beschrijving van de voorstelling geven, aan de andere kant wil ik niet dat het een recensie wordt – want wie ben ik om een oordeel te vellen? Het neutraalblije geleuter brengt me soms enorm in de problemen. Als ik niet voor mijn blog naar een voorstelling ga, neem ik me altijd zo hard mogelijk voor er geen artikel over te schrijven, uit angst dat ik de voorstelling voor mezelf verpest door er ondertussen al van alles over te vinden. Ook als ik er wel iets over ga schrijven, probeer ik eerst gewoon fijn te kijken, en dan pas na te denken wat ik er allemaal van vond. Wat moet het verschrikkelijk zijn om recensent te zijn, denk ik dan.
Ik heb het ze gevraagd. Aan vier recensenten van vier verschillende kranten legde ik mijn kwestie voor. Jacques d’Ancona van het Dagblad van het Noorden, Joris Henquet van de Volkskrant, Henk van Gelder van het NRC Handelsblad en Rinske Wels van Trouw. Ik heb er een paar dramatische citaten aan overhouden die mooi pasten bij de titel ‘Het lot van de recensent’ die ik van tevoren al had bedacht. Wat dacht je van ‘Ik ben eens fysiek bijna bedreigd’ of het minstens zo mooie ‘Er zijn wel artiesten die ik zo vreselijk vind dat ik er nooit meer heen wil.’ Hartverscheurend niet?
Spijtig voor hen die al bijna een gironummer hadden geopend, dit was het ook wel. De titel ‘Het lot van de recensent’ heb ik overboord moeten gooien. ‘Bedankt voor de mooie avond’ heet het nu. Klinkt blij hè? Lees het hier.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
column,
Dagblad van het Noorden,
Henk van Gelder,
Jacques d'Ancona,
Joris Henquet,
NRC Handelsblad,
recensent,
Rinske Wels,
Trouw,
Volkskrant
dinsdag 26 januari 2016
Leidsekade 90 | Ik wist het niet
![]() |
| Ansichtkaartje door Ruben Steeman |
Aan het mooiste theater dat ik ken. Geschreven op de avond van 19 mei 2015. Het gevoel is nooit verdwenen.
Met in mijn hand de geprinte tickets liep ik met mijn vader over het Leidse Plein, naar theater Bellevue. Ik hing mijn jas op een plek waar hij één keer eerder had gehangen en ging in de rij staan voor de kleine zaal, waar ik nooit eerder kwam. Het was niet teleurstellend. De kleine zaal doet zijn naam eer aan, het is er klein. De muren hingen vol met Polaroidfoto’s van de liedschrijvers van Het Nieuwe Lied, die allemaal aanwezig waren voor de cd-presentatie. Achterin was een bar waar ik thee bestelde. Daarna zetelde ik mij op een van de stoeltjes, slechts een paar meter van het podium – alle plaatsen zijn slechts een paar meter van het podium – en wisselde een paar woorden met de mensen om mij heen die ik niet kende. Veel mensen leken elkaar te kennen, artiesten zeiden enthousiast gedag tegen familie en vrienden. Het was een fantastische avond. Misschien kwam het door het volle podium, of door het feit dat artiesten die even niet hoefden te spelen aan de bar een biertje dronken. Misschien door de gezellige rommeligheid waarmee de boel verliep of door de liedjes waar ik zo van hield. Maar feit is dat ik aan het eind van de avond helemaal niet weg wilde. Vanaf het moment dat we Amsterdam uitreden, deed ik niets anders dan me verheugen op twee weken later, wanneer ik er weer zou zijn. Ik voelde me thuis. Veel meer dan in de enorme stadsschouwburg in mijn woonplaats of het kleinschalige theater in mijn geboorteplaats. Ik voelde me thuis op de manier die ik ken van het hangen op de bank met middelbare schoolvrienden. Na het eten, we lachen en ouwehoeren en ik hoef niet per se iets te zeggen. De manier die ik zo vaak tevergeefs zoek als ik nieuwe mensen ontmoet. De manier van vanzelfsprekend vertrouwd.
Ik wist het niet. Ik wist niet dat ik me ergens waar ik nog nooit was geweest zo thuis kon voelen. De weken erna leed ik aan een prettige vorm van licht melancholische heimwee naar iets van nog geen maand geleden. Toen was ik er weer. Het gevoel is nooit verdwenen.
“Weet je nog toen je zei ‘als alles dicht is, gaat er altijd nog een laatste tram van jou naar mij’” – Trailer van Het Nieuwe Lied
Er is een vervolg. Het heet: "Amstel 56-58 | Ik vermoedde het al".
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bellevue,
column,
Het Nieuwe Lied,
Ruben Steeman,
Theater Bellevue
zondag 27 december 2015
Niets zo mysterieus als oudejaarsavond
Episch was het, de eerste keer dat ik als net-op-kamers-wonende student in de supermarkt stond en tot het inzicht kwam dat ik dus gewoon schuddebuikjes kon kopen. Van die echte, met zo’n oranje dop. Die nieuwe woonplaats en eigen kamer met keuken en badkamer waren tot daaraan toe, maar toen ik het pak schuddebuikjes op de band zette, voelde ik me zelfstandiger dan ooit. Ik was grote mens.
Grote mensen doen grotemensendingen. Van sommige dingen wist ik het als kind al: dat is echt iets voor grote mensen. Daar had ik bewondering voor. Mijn moeder bijvoorbeeld, nam weleens een ijsje met de smaak pistache. Wat dat precies voor smaak was, wist ik niet, maar het was heel cool. Lang niet zo cool als mijn aardbei, maar ja, voor pistache moest je groot zijn.
Soms kwam ik ook tot stuitende ontdekkingen. Ik herinner mij een avond dat ik niet kon slapen. Met deken was te warm, zonder te koud. Ik had me al honderd keer omgedraaid en had zelfs geprobeerd of het op de grond misschien wel lukte. Nee dus. Uiteindelijk mocht ik nog even beneden komen. En nu komt het. Bleken mijn ouders dus midden in de nacht zonder mij op de bank televisie te kijken en bokkenpootjes te eten. MIDDEN IN DE NACHT! BOKKENPOOTJES ETEN! Ik wist helemaal niet dat grote mensen dat deden en voelde me heel bijzonder dat ik er even deel van uitmaakte.
Helemaal indrukwekkend was de keer dat ik een grotemensentruc leerde. Op doorreis naar Zuid-Frankrijk waren we in een hotel waar ze geen washandjes hadden. Super onhandig natuurlijk. ‘Maar,’ zei mijn vader, ‘dat is helemaal niet erg. Daar ga ik je een truc voor leren.’ Met zijn handen maakte hij een kommetje en spletshte zo het water in zijn gezicht. Hoe vet! Ik kon het meteen en ik kan het nog steeds.
Allemaal voorbeelden van grotemensendingen waar ik best wel een beetje van onder de indruk was. Maar niets was zo mysterieus als oudejaarsavond. Die avond, man, grotemenseriger kun je het niet krijgen. De hele dag was al raar, dat voelde je aan alles. We aten appelflappen en op straat hoorde je af en toe een rotje, aangestoken door stoere jongens. ’s Avonds als ik naar bed werd gebracht, legden we alvast de kleren klaar die ik om iets voor twaalven over mijn pyjama mocht aantrekken. Mijn ouders bleven gewoon helemaal wakker tot twaalf uur, iets waar ik mateloos onbegrip voor had. Ik moest gauw gaan slapen en dat mislukte natuurlijk volledig. Beneden hoorde ik mijn ouders en hun vrienden praten en lachen. Steeds heel hard lachen. En niet één keer, maar om de haverklap, met die van uitschieters naar boven. Ik luisterde naar hun geschater en was toen al gefascineerd door de oudejaarsconference. Daar wilde ik bij zijn! Maar ja, ik was nog lang geen grote mens.
31 december verscheen er van mijn hand een uitgebreid artikel over het fascinerende fenomeen van de oudejaarsconference in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. 'De show van Wim Kan in 1973 heeft enorme indruk op me gemaakt. Ik was 12 en mocht voor het eerst opblijven.' vertelt bijvoorbeeld Erik van Muiswinkel. Lees het hier!
Grote mensen doen grotemensendingen. Van sommige dingen wist ik het als kind al: dat is echt iets voor grote mensen. Daar had ik bewondering voor. Mijn moeder bijvoorbeeld, nam weleens een ijsje met de smaak pistache. Wat dat precies voor smaak was, wist ik niet, maar het was heel cool. Lang niet zo cool als mijn aardbei, maar ja, voor pistache moest je groot zijn.
Soms kwam ik ook tot stuitende ontdekkingen. Ik herinner mij een avond dat ik niet kon slapen. Met deken was te warm, zonder te koud. Ik had me al honderd keer omgedraaid en had zelfs geprobeerd of het op de grond misschien wel lukte. Nee dus. Uiteindelijk mocht ik nog even beneden komen. En nu komt het. Bleken mijn ouders dus midden in de nacht zonder mij op de bank televisie te kijken en bokkenpootjes te eten. MIDDEN IN DE NACHT! BOKKENPOOTJES ETEN! Ik wist helemaal niet dat grote mensen dat deden en voelde me heel bijzonder dat ik er even deel van uitmaakte.
Helemaal indrukwekkend was de keer dat ik een grotemensentruc leerde. Op doorreis naar Zuid-Frankrijk waren we in een hotel waar ze geen washandjes hadden. Super onhandig natuurlijk. ‘Maar,’ zei mijn vader, ‘dat is helemaal niet erg. Daar ga ik je een truc voor leren.’ Met zijn handen maakte hij een kommetje en spletshte zo het water in zijn gezicht. Hoe vet! Ik kon het meteen en ik kan het nog steeds.
Allemaal voorbeelden van grotemensendingen waar ik best wel een beetje van onder de indruk was. Maar niets was zo mysterieus als oudejaarsavond. Die avond, man, grotemenseriger kun je het niet krijgen. De hele dag was al raar, dat voelde je aan alles. We aten appelflappen en op straat hoorde je af en toe een rotje, aangestoken door stoere jongens. ’s Avonds als ik naar bed werd gebracht, legden we alvast de kleren klaar die ik om iets voor twaalven over mijn pyjama mocht aantrekken. Mijn ouders bleven gewoon helemaal wakker tot twaalf uur, iets waar ik mateloos onbegrip voor had. Ik moest gauw gaan slapen en dat mislukte natuurlijk volledig. Beneden hoorde ik mijn ouders en hun vrienden praten en lachen. Steeds heel hard lachen. En niet één keer, maar om de haverklap, met die van uitschieters naar boven. Ik luisterde naar hun geschater en was toen al gefascineerd door de oudejaarsconference. Daar wilde ik bij zijn! Maar ja, ik was nog lang geen grote mens.
31 december verscheen er van mijn hand een uitgebreid artikel over het fascinerende fenomeen van de oudejaarsconference in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. 'De show van Wim Kan in 1973 heeft enorme indruk op me gemaakt. Ik was 12 en mocht voor het eerst opblijven.' vertelt bijvoorbeeld Erik van Muiswinkel. Lees het hier!
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
column,
humor,
oudejaarsconference
maandag 30 november 2015
Shout-out naar het sinterklaasjournaal
Het was zaterdag 14 november. Ik werd langzaam wakker en hoorde dat het buiten waaide en regende. Het eerste wat ik dacht was, ‘er was iets leuks vandaag!’ en vervolgens ‘de intocht van Sinterklaas!’ Dit is geen grapje, dat dacht ik echt. Terwijl ik uit mijn bed rolde, hoopte ik dat het weer wat zou opknappen. Dat hoopte ik voor de kinderen hoor, en voor sinterklaas en de pieten, want je moet niet denken dat ik zo diehard ben dat ik aan de kant van de weg ga staan zwaaien. Nee, ik kijk het verslag van het sinterklaasjournaal wel terug. Dan kun je het veel beter zien.
Elke avond kijk ik het sinterklaasjournaal. Niet om zes uur, maar om een uur of negen via uitzending gemist. Eerst het NOS-journaal, dan het sinterklaasjournaal. Soms ben ik laat thuis en heb ik geen tijd voor het achtuurjournaal, dan kijk ik alleen het sinterklaasjournaal. Waarom? Omdat het een ontzettend leuk, mooi en goed gemaakt programma is. Mijn nieuwe levensdoel is om bij het sinterklaasjournaal te werken en ik verheug me op vanavond want ik ben erg benieuwd wat Sint nou steeds met Opapiet uitspookt. Het programma houdt me in de waan van de magie rond sinterklaas. Na elke aflevering heb ik meer zin in zaterdag. Ik zal een knuffel in mijn schoen doen en een hunebedsteen voor de deur leggen. Dag hoor!
Cabaretiers in het sinterklaasjournaal
Het sinterklaasjournaal heeft een boel rollen en gastrollen voor leuke BN’ers waaronder een heel aantal cabaretiers. Bijvoorbeeld Freek de Jonge, en Brigitte Kaandorp en Bert Visscher (om over Jochem Myjer en Erik van Muiswinkel nog maar te zwijgen). Leuk man.Brigitte Kaandorp en Bert Visscher in het sinterklaasjournaal
Freek de Jonge in het sinterklaasjournaal
Onder de prachtige naam 'Eppo Zanik'. Vanaf 2:35.
Klik hier voor de beste, leukste en grappigste reacties op de hele zwartepietendiscussie.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bert Visscher,
Brigitte Kaandorp,
column,
Freek de Jonge,
lijstje,
sinterklaas,
sinterklaasjournaal
donderdag 19 november 2015
Om te janken zo mooi
Eén keer - het was maar één keer dat ik de volstrekt zinloze discussie dacht te kunnen winnen. De discussie ging over het al dan niet lelijk zijn van het Nederlands en mijn lieftallige gesprekspartner sprak de zin ‘Maar bijvoorbeeld liedjes, die zijn toch gewoon niet mooi in het Nederlands?’. Nu ben ik absoluut niet het type dat mistroostig en hopeloos wordt in zulke situaties, laat staan kwaad of moordlustig, maar hier schrok ik wel van. Even staarde ik haar met open mond aan. Daarna herpakte ik mezelf, want ik realiseerde me dat radicaal domme uitspraken voortkomen uit onwetendheid. Dit was het moment dat ik dacht de discussie te kunnen winnen en wel met het volgende argument: ‘En de liedjes van Theo Nijland dan?’ Een korte maar oorverdovende stilte. ‘Theo wie?’ Tegen zoveel onwetendheid kon ik niet op.
Ik ging niet huilen. Ik verliet niet stampvoetend de kamer. Ik dacht niet ‘was ik maar dood’ (waarom zou ik dat nou denken?) en ik heb geen grootschalige campagne opgezet met knappe bekende mensen die in emotionele reclamespotjes oproepen tot het luisteren naar kleinkunst. Wel ging ik verder met mijn leven om af en toe als een volleerde guerrillastrijder vrienden te confronteren met mooie liedjes.
Van die mooie kleinkunstliedjes maakte ik een top tien. Die top tien is incompleet en subjectief. Sterker nog, ik ben het er zelfs niet mee eens. ‘Waarom staat het gehele oeuvre van Theo Nijland er niet?’ vraag ik mezelf bijvoorbeeld. ‘Waar is Wim Kan, Ramses Shaffy, Jacques Brel?’ ‘En Youp van ’t Hek, Brigitte Kaandorp, Herman Finkers?’ En ook: ‘Waar zijn al die jonge talenten zoals iedereen van Het Nieuwe Lied?’ ‘Nou?’ Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar daar wordt het allemaal ook niet makkelijker van. Al die vragen bewijzen vooral dat het Nederlands zeker wél geschikt is voor liedjes en zeker niet lelijk. Mooi juist. Zo mooi. Om te janken zo mooi.
Nu een vraag: welk nummer zou er toch echt eigenlijk ook in de top tien gepropt moeten worden?
Ik schreef dit voor een website met allemaal top tienen. Maar dit is de mooiste top tien.
Ik schreef eerder een stukje over mooie en lelijke woorden in het Nederlands.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
column,
kleinkunst,
lijstje,
Maarten van Roozendaal,
Theo Nijland
dinsdag 27 oktober 2015
Je bent niet grappiger, echt niet
![]() |
| Zo werkt het dus niet |
Graag zou ik deze column willen beginnen met een citaat van ELKE meester, juf, leraar en lerares. Een zin die ik als kind verschrikkelijk vond, omdat het samen met ‘daar is het gat van de deur’ tot de grootste klasclichés behoorde. Een zin waar ik vroeger de kriebels van kreeg, - nog steeds trouwens - maar waar ik de afgelopen jaren steeds meer begrip voor heb gekregen. Oké, dit is ‘m:
Welk gedeelte van ‘houd je mond’ begrijpen jullie niet?Afschuwelijk vond ik het als een leraar dat zei, maar steeds vaker heb ik de neiging hem ook te gebruiken. Niet in de klas, maar in het theater. Er zijn klaarblijkelijk mensen die geen enkel gedeelte van ‘houd je mond’ begrijpen. Dat is niet eens alleen irritant, ook gewoon gênant.
Ik ben de afgelopen jaren bij veel cabaretvoorstellingen geweest in erg veel verschillende plaatsen. Het publiek in Arnhem is niet hetzelfde als in Hilversum en het publiek in Amsterdam niet hetzelfde als in Groningen, maar in elk publiek zit altijd in ieder geval één iemand die het principe van een voorstelling niet helemaal begrijpt. Mocht je twijfelen, het werkt doorgaans zo:
Cabaretier: praat
Publiek: houdt zijn mond of lacht
(Wanneer je je mond houdt en wanneer je lacht is niet helemaal random verdeeld, maar dat is alweer een stap verder. Voor nu is ‘je mond houden’ het belangrijkst.)
"Tegen hen zou ik willen zeggen: het hoeft niet, echt niet"
Klinkt voor de hand liggend? Mooi, dan is het nu wij tegen hen. Want er zijn toch nog twee categorieën mensen die het niet begrijpen.
- Zij die hardop antwoorden op retorische vragen en te enthousiast beamen. Dat is vooral gênant, omdat ik vaak de indruk heb dat ze het echt niet in de gaten hebben. Tegen hen zou ik willen zeggen: dat hoeft niet, echt niet.
- Zij die proberen bijdehand uit de hoek te komen. Dat is vooral irritant omdat ze de voorstelling verstoren. Tegen hen zou ik willen zeggen: Je bent niet grappiger dan die gast op het podium, echt niet.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
column,
humor,
Youp van 't Hek
dinsdag 2 juni 2015
One does not simply
Waarom typen als je ook kan communiceren in memes? Memes domineren al jaren het volledige internet, of in ieder geval facebookcomments en 9gag. Dat is heel handig.
Wanneer je een waardevolle bijdrage moet leveren aan een relevante facebookdiscussie en zowel smileys als Caps lock schieten tekort, kun je altijd nog een toepasselijke meme sturen. Of een ontoepasselijke, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Werkt altijd, ook in whatsappgesprekken. Mijn persoonlijke favoriet is
Ik práát ook regelmatig in memes. Zonder plaatjes dan, en zonder zwart omrande witte tekst. Eigenlijk zijn het gewoon quotes. (Ik probeer alleen maar een bruggetje te maken, oké?) Ik gebruik veel meer quotes dan memes. Ik doorspek mijn gesprekken met (ir)relevante citaten. Ook whatsappgesprekken, en dat levert regelmatig problemen op. Hoe maak je duidelijk dat je niet zomaar meldt dat je een heel zwaar leven hebt, maar een héééél zwáááár lévùùùh (à la Brigitte Kaandorp dus)? Precies, one does not simply...
Tijdens een tenenkrommend saai college heb ik me dus maar toegelegd op het maken van voor mij bruikbare memes. Het is dat mijn telefoon nog maar zeven procent had, anders had ik het de volle twee uur gedaan. (Toen ie uitviel, ben ik dit gaan schrijven – nog vijf minuten te gaan). Zo bruikbaar.
Klik op het onderschrift voor het bijbehorende fragment.
Overigens, dat gequoot (?) van mij is een terugkerend thema, zowel in drie (!) voor mij geschreven sinterklaasgedichten van afgelopen december als in een eerdere post.
Wanneer je een waardevolle bijdrage moet leveren aan een relevante facebookdiscussie en zowel smileys als Caps lock schieten tekort, kun je altijd nog een toepasselijke meme sturen. Of een ontoepasselijke, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Werkt altijd, ook in whatsappgesprekken. Mijn persoonlijke favoriet is
Ik práát ook regelmatig in memes. Zonder plaatjes dan, en zonder zwart omrande witte tekst. Eigenlijk zijn het gewoon quotes. (Ik probeer alleen maar een bruggetje te maken, oké?) Ik gebruik veel meer quotes dan memes. Ik doorspek mijn gesprekken met (ir)relevante citaten. Ook whatsappgesprekken, en dat levert regelmatig problemen op. Hoe maak je duidelijk dat je niet zomaar meldt dat je een heel zwaar leven hebt, maar een héééél zwáááár lévùùùh (à la Brigitte Kaandorp dus)? Precies, one does not simply...
Tijdens een tenenkrommend saai college heb ik me dus maar toegelegd op het maken van voor mij bruikbare memes. Het is dat mijn telefoon nog maar zeven procent had, anders had ik het de volle twee uur gedaan. (Toen ie uitviel, ben ik dit gaan schrijven – nog vijf minuten te gaan). Zo bruikbaar.
![]() |
| Ik heb een heel zwaar leven. |
![]() |
| Je bent anders geen mensenkind. |
![]() |
| No worries jongens, ik blijf gewoon wel hoor. |
![]() |
| U hebt een paar gewonnen! |
Klik op het onderschrift voor het bijbehorende fragment.
Overigens, dat gequoot (?) van mij is een terugkerend thema, zowel in drie (!) voor mij geschreven sinterklaasgedichten van afgelopen december als in een eerdere post.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Brigitte Kaandorp,
cabaret,
column,
humor,
lijstje,
memes,
Niels van der Laan,
quotes,
Ronald Goedemondt,
Van der Laan en Woe,
Wim Helsen
zondag 1 februari 2015
Omschakelingsbloemen
In het theater heb je over het algemeen geen aftiteling. Lastig, juist na een indrukwekkende voorstelling kun je toch niet zomaar, bam, de lampen aandoen en in gesprek raken met je vrienden alsof er niks gebeurd is? Gelukkig is een voorstelling nooit bam afgelopen. Er zit een volledige en tamelijk vaste procedure omheen. Kort samengevat gaat die zo:
1. Artiest spreekt laatste woorden van de voorstelling (publiek in verwarring, is het nou afgelopen?)
2. Lampen gaan uit (ja dus)
3. Publiek gaat klappen
4. Lampen gaan weer aan
5. Artiest buigt en doet een halfslachtige armbeweging richting licht en geluid
6. Publiek gaat staan
7. Artiest buigt nog eens
8. Artiest rent coulissen in
9. Publiek blijft klappen
10. Artiest rent (verrassing!) weer terug en buigt nog maar een keer
11. Medewerker van het theater loopt op met een bosje bloemen
12. Medewerker van het theater wordt opgemerkt door artiest in kwestie en geeft de bloemen (al dan niet met een hand of drie zoenen) aan de artiest
13. Artiest buigt, zwaait met bosje bloemen, en verdwijnt in de coulissen
14. Lampen in zaal gaan aan
En pas dan is het afgelopen. Pas dan stromen de mensen de rijen uit, op weg naar het bier, en ben ik enigszins in staat mijn medetheatergangers aan te kijken en iets uit te brengen. ‘Wow.’ Bijvoorbeeld.
Zo gaat het altijd (soms komt er nog een toegift, een beetje verwarrend vind ik, maar gemakkelijk in te voegen tussen nr. 12 en 13) en ik ben blij dat er tijd wordt ingeruimd voor omschakeling. Voor de artiest lijkt het me ook fijn. Niet in één keer bam klaar met voorstelling, maar rustig in 14 stapjes kunnen veranderen van geconcentreerde artiest in jezelf.
![]() |
| Youp van 't Hek met bloemenmeisje Mariska |
Gelukkig is er uitkomst. Jeroen Woe, Youp van 't Hek, Wim Helsen, Pieter Derks en anderen geven antwoord op mijn o zo prangende vragen. Lees hier de post!
* Dezelfde afwijking ook met televisie. Ik kan niet eens goed een avond voor de tv hangen. “Niet in de laatste plaats omdat ik vaak zó meeleef dat ik na anderhalf programma kapot ben.”
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bloemen,
Bloemenmeisje,
cabaret,
column,
humor,
Humor heeft ook zijn leuke kanten,
Youp van 't Hek
vrijdag 10 oktober 2014
Kweekvijvertalenten
Als ik alle uren die ik in mijn leven verspild heb bij elkaar optel en daarna weer van elkaar aftrek, dan heb ik weer een uur verspild – Herman Finkers
Youtube is de belichaming van de Afleiding. Als YouTube niet had bestaan had ik waarschijnlijk mijn middelbare school met een tien gemiddeld afgerond, een paar boeken op mijn naam staan en kon ik fenomenaal goed gitaar spelen. En in de tijd die ik dan nog ruimschoots over had, had ik een succesvol bedrijf opgericht dat iets onmisbaars verkocht dat we nu helaas allemaal niet kennen. Want YouTube bestaat WEL. Waarvoor dank.
Ik vraag me af hoeveel tijd ik van mijn leven filmpjes heb zitten kijken op YouTube – niet waar, dat wil ik helemaal niet weten. Als er iets verleidelijk is wanneer je eigenlijk moet stofzuigen, is het wel 'nog één filmpje'. 'Maar echt, dit is de laatste.' Het is ongetwijfeld de leugen die ik het vaakst aan mezelf vertel.
Af en toe word ik er een beetje moe van, vooral als het opeens drie uur 's nachts blijkt te zijn, maar het brengt me ook vaak op hele leuke dingen. Meer dan de helft van de cabaretiers die hier links op de achtergrond staan (niet meer inmiddels), heb ik ontdekt omdat ik iets aanklikte dat ik nog niet kende. Stond daar opeens een filmpje van Wim Helsen, ik ben blij dat ik niet ben gaan stofzuigen. Nog geen jaar later zat ik in Assen bij een voorstelling van hem en het was geweldig.
DE YOUTUBEBEPERKING
Maar het échte ontdekken kan natuurlijk helemaal niet via YouTube. Als ze nog echt jong zijn, vers van de toneelschool of bezig met hun eerste voorstelling, dan is er nog nauwelijks iets te vinden op YouTube. De meeste fragmenten die ik bekijk, komen uit een voorstelling die ooit uitgezonden is geweest op tv, en, je snapt het, er is naast veel wel ook vrij veel niet op tv geweest.
Natuurlijk kun je het gewoon laten bij de min of meer doorgebroken cabaretiers, maar hoe vet is het idee nu al in de zaal te zitten bij iemand die later te pletter bekeken wordt op YouTube? Dat je later kunt zeggen, 'ja, ik heb toen de eerste voorstelling van Huppel de Hup gezien, toen had hij nog krullen, heel schattig' of als je wat eigenwijzer bent, 'jaha, 'k zei toen al dat het een hele grote ging worden.' En die eerste voorstelling is dan natuurlijk nooit opgenomen, dus dan ben je ook nog eens van de weinigen die het kent. Zoiets. Vet toch? Maar ja, wie?
De Lawei, het theater in Drachten, heeft iets bedacht op dit grote het-staat-niet-op-youtubeprobleem. Sinds een aantal jaar hebben zij namelijk een speciale serie in het cabaretassortiment, 'De Kweekvijver'. Hierin geven zij jonge
In Drachten zijn sommige voorstelling al hartstikke uitverkocht, maar doordat er ook voorstellingen naar een andere zaal verplaatst worden, zou het zomaar eens kunnen dat er weer kaartjes beschikbaar komen. Maar misschien woon je ook wel helemaal niet in de buurt. Of kan je helemaal niet op die datum. Dat is geen enkel probleem. Want een groot voordeel ook van deze serie is dat de mensen van de Lawei de aanstormenden voor je selecteren. Bij de presentatie van de nieuwe voorstellingen van dit seizoen bekijken zij wat geschikt zou kunnen zijn voor de kweekvijver. Sommige cabaretiers spelen live een YouTubefilmpje. Die uitkiezers hebben dus gewoon toegang tot beelden waar wij met onze grote youtubebeperking helemaal niks van kunnen zien.
De namen van deze jonge cabaretiers en stand-upper staan hieronder. Lees informatie over de voorstelling (helaas werkt dit niet meer, sorry) of klik op de naam om naar de speellijst te gaan. Je zou ook kunnen proberen een beetje op te zoeken op YouTube. Een klein beetje maar, meer is er vaak niet te vinden.
Klik op de naam om naar de speellijst te gaan.
| Marjolijn van Kooten In principe wel Wat is er mooier dan geluk te delen? En dan het liefst met iemand die ook wel wat geluk kan gebruiken. Van Kooten trakteert! Wie wil het niet: in balans zijn, diepgaande gesprekken voeren, warme vriendschappen onderhouden, drie kranten per dag lezen en daar ook nog iets zinnigs van vinden, twee keer per week seks hebben en bovenal: tevreden zijn? Na het zien van deze voorstelling is dat allemaal het geval. In principe. In scherpe conferences en ontroerende liedjes deelt Marjolijn van Kooten haar originele, hoopvolle blik op de wereld. Klik hier hier om kaartjes te bestellen bij de Lawei, of op haar naam om naar de hele afspeellijst te gaan. Klik hier om meer te lezen. |
| Kirsten van Teijn Heilloos Kirsten is een echte Heiloose. Ze groeide op tussen de koeien en de schapen in het Noord-Hollandse dorpje Heiloo. Nee, géén Heilloze … zoals haar grootvader die al dertig jaar een dubbelleven bleek te hebben geleefd. Kirsten peutert aan datgene wat wij het liefst verborgen houden: ze grijpt je bij de lurven en laat je niet meer los. Ze verleidt, troost en deelt rake klappen uit op momenten dat je het ’t minst verwacht. Klik hier hier om kaartjes te bestellen bij de Lawei, of op haar naam om naar de hele afspeellijst te gaan. Klik hier om meer te lezen. |
| Ronald Snijders One Man Show Speciaal voor normale mensen presenteert absurdist Ronald Snijders een groots opgezette split personality show. Het showballet, de kandidaten, de gastartiesten en de gestoorde nieuwsbulletins, het komt allemaal uit zijn hoofd. De Volkskrant bekroonde One Man Show met vier sterren en schreef: De show staat als een huis en bevat een onophoudelijke stroom leuke (taal)grappen die qua onverwachte wendingen doen denken aan die van Herman Finkers, maar dan gebracht in een Randstedelijk moordtempo. Ook Het Parool kende vier sterren toe en oordeelde: Hij weet een eigen wereld op te bouwen die prettig schuurt (…) Hij is een illusionist met woorden. Ronald Snijders werd bekend door de televisieprogramma’s De Staat van Verwarring en het opzienbarende RamBam. Hij schreef Een Normaal Boek en Een Ander Boek, maakte het fictieve actualiteitenprogramma Binnenland 1 voor Radio 1 en is beheerder van de eerste website voor normale mensen: www.normalemensen.nl. De Alfabetweter, een boek vol neologismen van hem en Fedor van Eldijk, verscheen in najaar 2013 en stond binnen drie weken in de bestseller-top-tien. Klik hier hier om kaartjes te bestellen bij de Lawei, of op zijn naam om naar de hele afspeellijst te gaan. Klik hier om meer te lezen. |
| Fuad Hassen Pareidolia Met zijn innemende persoonlijkheid en gulle lach weet Fuad Hassen iedereen voor zich te winnen. In 2006 stapte hij het comedypodium op, in 2008 won hij de Culture Comedy Award en in 2013 was hij klaar voor Cameretten. Nu is het tijd voor zijn solodebuut. Fuad is een innemende verteller, een rasechte en oprechte comedian, iemand die niet bang is om ook zichzelf een spiegel voor te houden. Zaterdag 10 januari 2015 staat Fuad in de Lawei. Voor kaartjes klik je hier. Kun je dan niet? Klik op zijn naam voor de hele speellijst. Klik hier om meer te lezen. |
| Jan en Daan Reken maar nergens op Jan Beuving en Daan van Eijk, wiskundige en natuurkundige, brengen de exacte wetenschap naar het theater. Nu eens geen Tsjechov en Shakespeare op de planken, maar Einstein en Pythagoras. Jan en Daan stonden in 2013 in de finale van het Leids Cabaret Festival en in datzelfde jaar won Jan de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied. Samen vangen zij de wetenschap van A tot Z in splijtende liedjes en priemende verhalen. Twee mannen, één piano en nul redenen om thuis te blijven. Geen zorgen, je wordt niet overhoord. Reken maar nergens op, dan valt het altijd mee. Klik hier hier om kaartjes te bestellen bij de Lawei, of op hun namen om naar de hele afspeellijst te gaan. Klik hier om meer te lezen. |
| Tim Honnef Wachten op Niks Theater. Cabaret. Comedy. Spoken Word. Muziek. Interactiviteit. Jij. Tim Honnef (1990, Harlingen) speelde eerder op The Edinburgh Fringe Festival in Edinburgh, (Schotland) verscheidene andere festivals en theaters, publiceerde een boek en organiseert comedy en literaire events in Nederland. Op 21 februari 2015 speelt Honnef in de Lawei in Drachten zijn avondvullende voorstelling Wachten op Niks. Een voorstelling waarvan Honnef gedeeltes in 2014 ook de hele maand augustus in zijn show op het Fringe Festival in Edinburgh, Schotland heeft gespeeld. Een poëtische voorstelling over de liefde, fascinaties en obsessies. En de voorstelling heeft een happy end! Op de 21ste zal Honnef ook een aantal bevriende muzikanten meenemen. De voorstelling is vanzelfsprekend in het Nederlands. Klik hier om te kaartjes bestellen bij de Lawei, of op zijn naam om naar de volledige afspeellijst te gaan. Klik hier om meer te lezen. |
| Margriet Bolding Zo zijn we niet getrouwd. De serie Kweekvijver van De Lawei is een springplank voor nieuw cabarettalent. En dat de eigenzinnige Margriet Bolding talent heeft is wel duidelijk. Ze won meerdere cabaretfestivals waarbij de jury haar roemde om haar combinatie van gekte en diepgang en haar poëtisch taalgebruik. Zo zijn we niet getrouwd is Margriets derde avondvullende programma en gaat over het hebben van een relatie. Dan heeft ze het niet alleen over een liefdesrelatie; een keertje naar de drogist en ja hoor, een klantrelatie. Alle soorten relaties komen voorbij; werkrelaties, familie, vriendschapsrelaties en ga zo maar door. Met telkens weer andere, soms ongeschreven, regels. Margriet neemt ze eens goed onder de loep. Haar eigenzinnige humor en mooie ontroerende liedjes ontbreken niet in deze nieuwe voorstelling. Net als bij haar eerdere voorstellingen betrekt Margriet het publiek bij haar voorstelling. Het kan zomaar zijn dat je terechtkomt in een datingshow! Klik hier hier om kaartjes te bestellen bij de Lawei, of op haar naam om naar de hele afspeellijst te gaan. Klik hier om meer te lezen. |
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
column,
Daan van Eijk,
Filmpjes,
Fuad Hassen,
Jan Beuving,
Jan en Daan,
Kirsten van Teijn,
Kweekvijver,
Lawei,
Margriet Bolding,
Marjolijn van Kooten,
Overig,
Ronald Snijders,
Talenten,
Tim Honnef,
YouTube
zaterdag 23 augustus 2014
Dat wat er echt toe doet - gratis cola
Mijn eerste herinneringen aan het theater ruiken naar taaitaai. Het zou best kunnen dat ik voor de taaitaai ook al eens bij een voorstelling ben geweest, maar de geur van sloffe uitvergrote pepernoot is nogal penetrant. Bij alles dat ook maar een beetje naar het spul ruikt, denk ik aan het sinterklaassprookje.
Het sinterklaassprookje, als het kon had ik dat verzuchtend, melancholisch opgeschreven. Zo van 'ach, die goeie ouwe tijd, daar is mijn liefde voor het theater begonnen,' maar ja, schrijf maar eens een woord melancholisch op. Zie je op papier niks meer van. En bovendien zijn de herinneringen helemaal niet zo roze.
Elk jaar, in de week van vijf december, gingen we met de hele basisschool in een lange stoet naar het Posthuistheater – twee aan twee, niet klieren, op de stoep lopen. Daar kregen we een voorstelling te zien. Su-per leuk want het was bijna pakjesavond, we hoefden die middag geen sommen uit Rekenrijk te maken en mochten vroeger naar huis. Van de voorstellingen kan ik me weinig herinneren. Eigenlijk niks. Alleen een paar details van ervoor: met de hele zaal zo hard mogelijk gillen als het licht uit ging. En erna: TAAITAAIPOP. (Wíe heeft de taaitaaipop bedacht?? En nog nog belangrijker: waarom?!?).
Het sinterklaassprookje, als het kon had ik dat verzuchtend, melancholisch opgeschreven. Zo van 'ach, die goeie ouwe tijd, daar is mijn liefde voor het theater begonnen,' maar ja, schrijf maar eens een woord melancholisch op. Zie je op papier niks meer van. En bovendien zijn de herinneringen helemaal niet zo roze.
Elk jaar, in de week van vijf december, gingen we met de hele basisschool in een lange stoet naar het Posthuistheater – twee aan twee, niet klieren, op de stoep lopen. Daar kregen we een voorstelling te zien. Su-per leuk want het was bijna pakjesavond, we hoefden die middag geen sommen uit Rekenrijk te maken en mochten vroeger naar huis. Van de voorstellingen kan ik me weinig herinneren. Eigenlijk niks. Alleen een paar details van ervoor: met de hele zaal zo hard mogelijk gillen als het licht uit ging. En erna: TAAITAAIPOP. (Wíe heeft de taaitaaipop bedacht?? En nog nog belangrijker: waarom?!?).
Dat was mijn weinig vonkende eerste kennismaking met dat waar ik nu bovenmatig enthousiast van wordt. Gelukkig is het helemaal niet bij een eerste kennismaking gebleven. Door mijn ouders werd ik ook meegenomen, bijvoorbeeld naar Cabarestafette (drie korte stukjes cabaret door drie beginnende cabaretiers). Dat maakte veel meer indruk. Ik gilde niet als het licht dimde, maar was muisstil: het ging beginnen.
Ik voelde dat het bijzonder was. Met mensen die je totaal niet kent in een donkere zaal. Stil en heel hard lachend. Dát zijn de echte herinneringen. De gratis cola in de pauze, de opklappende stoeltjes bij de staande ovatie aan het eind. Het had iets magisch dat ik niet kon (kan) grijpen en ik ben er niet meer weggegaan. Letterlijk wel hoor: ik eet mijn boterham met hagelslag gewoon op een donkergrijs Ikeastoeltje (was het maar een theaterstoel), maar op datzelfde stoeltje struin ik al klikkend YouTube af en ontdek ik dingen. Waardoor ik nu mijn stufi uitgeef aan cabaretkaartjes en even later toch weer in het theater zit.
Ik probeer het te verklaren (en betwijfel ernstig of dat lukt) want het is íets. Het lachen, de brok in mijn keel af en toe, het podium met daarop iemand die, hoeveel onzin ook, altijd iets zegt. Iets bijzonders heeft het. Alsof het per ongeluk raakt aan Dat Wat Er Echt Toe Doet. Niet dat ik weet wat dan dan weer is, want dat is een oneindig complex begrip. Maar hé, weet ik veel.
Misschien is het toch begonnen bij de niet zo vonkende kennismaking met dat waarvan ik nu soms een soort van kriebels in mijn buik krijg (echt waar). Waardoor ik samen met een al net zo geografisch gehandicapte vrienden het station van Sneek terug probeer te vinden, (Do ist der Bahnhof.). Waardoor ik eindeloos quotes roep, overal en altijd. Waardoor ik ultiem blij kan zitten lachen op een rood stoeltje.
taai II znw. (de, het), is wellicht verkort uit taai-taai (de, het), het geredupliceerde bnw. taai. Of is de niet geredupliceerde vorm ouder (vgl. N.Holl. taai “vierkant suikerballetje”)?
(N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal)
Ik voelde dat het bijzonder was. Met mensen die je totaal niet kent in een donkere zaal. Stil en heel hard lachend. Dát zijn de echte herinneringen. De gratis cola in de pauze, de opklappende stoeltjes bij de staande ovatie aan het eind. Het had iets magisch dat ik niet kon (kan) grijpen en ik ben er niet meer weggegaan. Letterlijk wel hoor: ik eet mijn boterham met hagelslag gewoon op een donkergrijs Ikeastoeltje (was het maar een theaterstoel), maar op datzelfde stoeltje struin ik al klikkend YouTube af en ontdek ik dingen. Waardoor ik nu mijn stufi uitgeef aan cabaretkaartjes en even later toch weer in het theater zit.
Ik probeer het te verklaren (en betwijfel ernstig of dat lukt) want het is íets. Het lachen, de brok in mijn keel af en toe, het podium met daarop iemand die, hoeveel onzin ook, altijd iets zegt. Iets bijzonders heeft het. Alsof het per ongeluk raakt aan Dat Wat Er Echt Toe Doet. Niet dat ik weet wat dan dan weer is, want dat is een oneindig complex begrip. Maar hé, weet ik veel.
Misschien is het toch begonnen bij de niet zo vonkende kennismaking met dat waarvan ik nu soms een soort van kriebels in mijn buik krijg (echt waar). Waardoor ik samen met een al net zo geografisch gehandicapte vrienden het station van Sneek terug probeer te vinden, (Do ist der Bahnhof.). Waardoor ik eindeloos quotes roep, overal en altijd. Waardoor ik ultiem blij kan zitten lachen op een rood stoeltje.
taai II znw. (de, het), is wellicht verkort uit taai-taai (de, het), het geredupliceerde bnw. taai. Of is de niet geredupliceerde vorm ouder (vgl. N.Holl. taai “vierkant suikerballetje”)?
(N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal)
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Cabarestafette,
cabaret,
column,
Humor heeft ook zijn leuke kanten,
Posthuis Theater,
sinterklaassprookje,
taai taai,
theater
zaterdag 5 juli 2014
Mijn leven hangt van quotes aan elkaar
'Mijn leven hangt van quotes aan
elkaar'
(Ik)
Als je boven de 35
bent, is de kans groot dat je bij 'Ik ben mij er eentje!' aan Herman
Finkers denkt, en anders koppel je 'Wo is der Bahnhof?' wel aan Koot
en Bie. Ben je jonger, dan herken je waarschijnlijk het zinnetje 'De
geit is gemolken' (Jochem Myjer) of anders 'Ze maken mij de pis nie
lauw' (Theo Maassen). Misschien ook niet. Het zijn in ieder geval
geen onbekende quotes van al helemaal geen onbekende cabaretiers.
Sinds
ik van cabaret ben gaan houden, besteed ik (te) veel tijd aan het
kijken van YouTubefilmpjes. Eerst waren dat vooral Herman Finkers,
Jochem Myjer en Najib Amhali, maar inmiddels zijn het andere video's
die ik nagenoeg uit mijn hoofd ken. Ik ben groot bewonderaar geworden
van een aantal iets minder bekende cabaretiers (het woord fan zal ik niet in de mond te nemen). In het dagelijks leven komen er op
onverwachte momenten quotes naar boven, 'Komt er ook een congres?'
'Een stuk karton met lippen.' en de momenten dat iemand ze herkent
zijn zeldzaam. Zelfs als ik de bron erbij vermeld, krijg ik vaker
glazige blikken dan glimlachen van herkenning. Dat
is zonde.
Voor de website 'toptienlijst.nl' heb ik geprobeerd de enthousiaste chaos in mijn hoofd om te zetten in
een top tien van filmpjes waarvan ik vind dat je ze zou moeten
kijken. 'Top tien beste filmpjes van te onbekende cabaretiers'. Ze zijn erg uiteenlopend. Als je de ene
cabaretier niet leuk vindt, kijk verder want er is meer.
(Ik heb mezelf overigens verboden dezelfde naam meerdere keren te
gebruiken, anders stond op nummer tien tot en met nummer één
hetzelfde duo, en dat is niet de bedoeling.)
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Arjen Lubach,
cabaret,
citaten,
column,
Herman Finkers,
humor,
Jochem Myjer,
Koot en Bie,
lijstje,
quotes,
Ronald Snijders,
Theo Maassen,
uitspraken,
Van der Laan en Woe














