Het is gevaarlijk om zo uit te kijken naar een voorstelling. Om toelevend naar de dinsdagavond steeds hogere verwachtingen op te bouwen waaraan - daar ben je je angstvallig van bewust - onmogelijk nog voldaan kan worden. Het risico op een per ongelukke ‘mwah’, misschien het risico dat er iets van je afgepakt wordt. Dat risico moet je soms nemen.
‘Op Maarten’, in De Kleine Komedie. Egon Kracht, Marcel de Groot, Wilko Sterke, Paul de Munnik, Lucretia van der Vloot, Jan-Paul Buijs, Jeroen Zijlstra en Hans Sibbel proostten ruim vijf jaar na zijn dood op het leven en werk van Maarten van Roozendaal. Een eerbetoon in liedjes en verhalen, dat hij verdient en dat wij nodig hebben. Wat. Een. Avond.
Die band. Egon Kracht op contrabas en Marcel de Groot op gitaar: een aangrijpend vertrouwd geluid. Eén akkoord, één basloopje spelen ze, en je weet precies welk nummer het is, - je schrikt even dat het dus zonder Maarten - je gaat op in de muziek. Wilko Sterke op piano en saxofoon sluit daar naadloos bij aan. Ze dragen de avond.
Die zangers. Natuurlijk, het zijn goede zangers, dat wist ik van tevoren ook. Maar dat ze met zoveel concentratie en gepaste eigenheid de liedjes konden brengen, overdonderde totaal. Ze leken allemaal een stukje van Maarten. Zijn bravoure, zijn timing, zijn grijns. En ondertussen straalden ze van respect, ze wáren niet Maarten, ze waren grote bewonderaars van Maarten, die er nog niet aan zouden denken om zijn liedjes met de Franse slag uit te voeren.
En dan, die zaal. Er is natuurlijk geen betere plek voor een toost op Maarten dan De Kleine Komedie. Daar waar hij avonden lang speelde, aan de bar hing, en waar nu een prachtig portret hangt. De voltallige 502 bezoekers-tellende zaal kolkte van liefde.
Het was zo’n mooie avond, ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik had het gevoel dat de woorden nu echt op waren. Het is gevaarlijk om iets te schrijven over een avond die je zoveel doet. De kans dat je precies opschrijft wat je bedoelt, is nihil. Maar ik neem het risico graag. Gijpje wat ik doel, gijpje?
Dit zijn alle posts in de categorie 'voorstelling'!
Posts tonen met het label voorstelling. Alle posts tonen
woensdag 30 januari 2019
Spect goon - Op Maarten
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
woensdag 5 december 2018
Liefde, dood en zwaartekracht
Het zal niet anders zijn dan dat Peter van Rooijen maandagavond overladen is met complimenten. Hij speelde zijn voorstelling ‘Liefde, dood en zwaartekracht’ in De Kleine Komedie in Amsterdam. Toch ga ook ik nog even iets schrijven. Niet omdat ik denk dat mijn mening belangrijker is dan die van zijn dierbaren, of van de recensenten, maar omdat ik vind dat het vaker gezegd moet. En ik het niet kan laten.
Oké, waar zal ik beginnen. Het was op zich geen verrassing voor me dat hij als tekstschrijver steengoed is. Hij heeft eerder een prachtige cd gemaakt en ik zie hem regelmatig bij Het Nieuwe Lied. Ik heb erg veel bewondering voor de zorgvuldigheid van zijn woorden. Ze zijn echt nooit cliché, nooit vergezocht en nooit pathetisch. Ze lijken bijna vanzelfsprekend, terwijl ze ondertussen heel nauwgezet een situatie, sfeer en gevoel neerzetten. Een meervoudige sfeer meestal. Liefdevol maar een beetje wrang, grappig maar een beetje tragisch. Zo is de zin ‘En het hondje likt het raam’ tegelijkertijd simpel en alleszeggend.
Gisteren las ik toevallig een artikel van Ellen Deckwitz waarin ze ingaat op het vaak verzuchte ‘waarom zeggen dichters niet gewoon wat ze bedoelen?’ Nee, zegt zij, dichters zeggen niet ‘gewoon’ wat ze bedoelen, omdat ze precíes zeggen wat ze bedoelen. Dat geldt ook voor Peters teksten.
Maar liedjes zijn niet alleen tekst. Liedjes zijn ook muziek. Daar heb ik minder vocabulair voor, behalve dan dat ze, nou ja, erg mooi zijn. Op een of andere manier krijgt hij het voor elkaar dat ze de tekst exact ondersteunen en aanvullen. Dat ze allemaal anders zijn, en precies kloppen.
Dat ik dit alles eigenlijk al wist, deed niet af aan mijn omvergeblazenheid van maandagavond. Dat komt door de vorm. In deze vorm, met deze arrangementen, deze band, en, niet te vergeten, dit lichtplan, krijgen de liedjes de volheid en nuance die ze verdienen. En de presentatie die Peter verdient.
Ik was deze blog een beetje vergeten, maar toen ik maandagavond thuis kwam zat mijn hoofd er zo vol van dat ik het als vanzelf opschreef. Het was even nodig.
Oké, waar zal ik beginnen. Het was op zich geen verrassing voor me dat hij als tekstschrijver steengoed is. Hij heeft eerder een prachtige cd gemaakt en ik zie hem regelmatig bij Het Nieuwe Lied. Ik heb erg veel bewondering voor de zorgvuldigheid van zijn woorden. Ze zijn echt nooit cliché, nooit vergezocht en nooit pathetisch. Ze lijken bijna vanzelfsprekend, terwijl ze ondertussen heel nauwgezet een situatie, sfeer en gevoel neerzetten. Een meervoudige sfeer meestal. Liefdevol maar een beetje wrang, grappig maar een beetje tragisch. Zo is de zin ‘En het hondje likt het raam’ tegelijkertijd simpel en alleszeggend.
Gisteren las ik toevallig een artikel van Ellen Deckwitz waarin ze ingaat op het vaak verzuchte ‘waarom zeggen dichters niet gewoon wat ze bedoelen?’ Nee, zegt zij, dichters zeggen niet ‘gewoon’ wat ze bedoelen, omdat ze precíes zeggen wat ze bedoelen. Dat geldt ook voor Peters teksten.
Maar liedjes zijn niet alleen tekst. Liedjes zijn ook muziek. Daar heb ik minder vocabulair voor, behalve dan dat ze, nou ja, erg mooi zijn. Op een of andere manier krijgt hij het voor elkaar dat ze de tekst exact ondersteunen en aanvullen. Dat ze allemaal anders zijn, en precies kloppen.
Dat ik dit alles eigenlijk al wist, deed niet af aan mijn omvergeblazenheid van maandagavond. Dat komt door de vorm. In deze vorm, met deze arrangementen, deze band, en, niet te vergeten, dit lichtplan, krijgen de liedjes de volheid en nuance die ze verdienen. En de presentatie die Peter verdient.
Ik was deze blog een beetje vergeten, maar toen ik maandagavond thuis kwam zat mijn hoofd er zo vol van dat ik het als vanzelf opschreef. Het was even nodig.
Luister hier zijn cd op Spotify.
![]() |
| Foto: Jaap van Reedijk |
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Het Nieuwe Lied,
Peter van Rooijen,
voorstelling
maandag 20 februari 2017
#HELD
Man, wat was ik onder de indruk van Marcel de Groot gisteren. Nee, ik was niet eens onder de indruk. Het was zo'n avond dat je zit, en dat je wilt dat het altijd zo blijft. Pas na afloop was ik onder de indruk. Ik dacht nog even dat het tijdelijk was. Maar ik bleef eraan denken. Ik dacht eraan toen ik naar huis fietste en toen ik ging slapen. En dacht er weer aan toen ik wakker werd. Het was verschrikkelijk prachtig.Vertrouw me nou maar. Ga naar die held volgend jaar.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
zondag 27 november 2016
Dit lijkt misschien een liefdesverklaring ❤
Dit lijkt misschien een liefdesverklaring, maar dat is het ook. Ik heb alle voorstellingen van Helsen gezien, waarvan de laatste twee in het theater. Hij is een meester in de combinatie van absurdisme en ontroering. Hallo, hij maakte een voorstelling met de titel Het uur van de prutser. Dat is bijna net zo’n mooie titel als De helaasheid der dingen.
Zijn nieuwe voorstelling Er wordt naar u geluisterd is opnieuw absurd en opnieuw ontroerend, maar toch anders dan de eerdere. Het is rustiger. En ongemakkelijker. De setting is een begrafenis en biedt ruimte aan een voorzichtig begin. (De mensen die al vanaf het begin zaten te lachen zijn af! Die moeten weg.) Natuurlijk loopt alles steeds volledig tot het absurde uit de hand, maar steeds keer je weer terug naar het ongemak, in het begin vergezeld van irritatie, aan het einde van ongegeneerd medelijden.
Kijk, mij heb je al snel hoor. Hij hoeft maar op een licht afwijkende manier het podium op te wandelen en ik ben verkocht. Maar serieus, deze voorstelling. Wim kan je ontzettend ongemakkelijk laten voelen en je vervolgens ontroeren met het meest belachelijke dansje dat je ooit hebt gezien.
Aan het eind hield ik van The Guido. Van de uitvaartleider. En van Wim Helsen.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
woensdag 26 oktober 2016
Ook ik, Tjeerd
Hij zal vast een beetje zenuwachtig zijn geweest, vermoed ik, toen Tjeerd Gerritsen twee weken geleden een kwartier voor aanvang in zijn kleedkamer zat. Hij ging voor het eerst zijn avondvullende voorstelling Je kunt het ook omdraaien try-outen in de kleine zaal van theater Bellevue. Wat hij vast niet wist, was dat ook ik een beetje zenuwachtig was.
Er is weinig zo eng als een ander iets laten zien wat jij mooi vindt. Dimitri Verhulst is mijn lievelingsschrijver, toch dwing ik zelden iemand zijn boeken te lezen. Muziek luister ik met oordopjes, De vloer op kijk ik alleen, en als een vriend oppert om Martin van Roosdaal (of hoe heet ie?) op te zetten - want dat luister ik toch altijd- , ren ik weg. Pure angst.
Die angst voor wederzijde teleurstelling krijgt stevig tegenwicht van mijn evangelisatiedrang. De manier waarop iemand door Red mij niet heen praatte en mijn daarop volgende paniek zit nog vers in mijn geheugen, toch kan ik het al snel niet meer laten; stuur ik toch weer een linkje van www.henkvanstraten.nl naar iemand, geef ik iemand De helaasheid der dingen cadeau, neem ik iemand mee naar theater Bellevue.
En daar zit ik dan, in Klein Bellevue, mijn eigen zo veelbelovende woorden te vervloeken. Halsoverkop probeer ik nog het een en ander te nuanceren tegenover de meegenomen vriendin. Ondertussen kijk ik naarstig om me heen. Ik ben bezorgd of het wel vol raakt en of die CKV’ers daar in het hoekje zich niet gaan misdragen (spoiler: ja, ze liepen op de helft weg). En: (het toppunt, ik geef het toe) is er niet iets mis met die microfoon?
Tjeerd zal, zittend in de kleedkamer, geen idee hebben gehad van mijn zenuwen. Hij zal, met recht, genoeg hebben gehad aan zijn eigen zenuwen. Hij zal niet geweten hebben dat ik net als hij tijdens de voorstelling blij was dat het publiek om de juiste grappen lachte en zal niet geweten hebben dat ook ik aan het eind opgelucht was. Het ging goed, het was leuk!
Bij hem zag je die opluchting mooi. Toen het slotapplaus inzette, zag je iets van hem afglijden. Speelstand uit, Tjeerdstand aan. Grijnzend nam hij het in ontvangst. Even maande hij het publiek nog tot stilte om hen iets mee te delen over een optreden in de andere zaal. Toen keek hij de stille zaal in, deed een klein sprongetje en riep: ‘En nu weer klappen!’
Iedereen deed het. En ik het hardst.
Er is weinig zo eng als een ander iets laten zien wat jij mooi vindt. Dimitri Verhulst is mijn lievelingsschrijver, toch dwing ik zelden iemand zijn boeken te lezen. Muziek luister ik met oordopjes, De vloer op kijk ik alleen, en als een vriend oppert om Martin van Roosdaal (of hoe heet ie?) op te zetten - want dat luister ik toch altijd- , ren ik weg. Pure angst.
Die angst voor wederzijde teleurstelling krijgt stevig tegenwicht van mijn evangelisatiedrang. De manier waarop iemand door Red mij niet heen praatte en mijn daarop volgende paniek zit nog vers in mijn geheugen, toch kan ik het al snel niet meer laten; stuur ik toch weer een linkje van www.henkvanstraten.nl naar iemand, geef ik iemand De helaasheid der dingen cadeau, neem ik iemand mee naar theater Bellevue.
En daar zit ik dan, in Klein Bellevue, mijn eigen zo veelbelovende woorden te vervloeken. Halsoverkop probeer ik nog het een en ander te nuanceren tegenover de meegenomen vriendin. Ondertussen kijk ik naarstig om me heen. Ik ben bezorgd of het wel vol raakt en of die CKV’ers daar in het hoekje zich niet gaan misdragen (spoiler: ja, ze liepen op de helft weg). En: (het toppunt, ik geef het toe) is er niet iets mis met die microfoon?
Tjeerd zal, zittend in de kleedkamer, geen idee hebben gehad van mijn zenuwen. Hij zal, met recht, genoeg hebben gehad aan zijn eigen zenuwen. Hij zal niet geweten hebben dat ik net als hij tijdens de voorstelling blij was dat het publiek om de juiste grappen lachte en zal niet geweten hebben dat ook ik aan het eind opgelucht was. Het ging goed, het was leuk!
Bij hem zag je die opluchting mooi. Toen het slotapplaus inzette, zag je iets van hem afglijden. Speelstand uit, Tjeerdstand aan. Grijnzend nam hij het in ontvangst. Even maande hij het publiek nog tot stilte om hen iets mee te delen over een optreden in de andere zaal. Toen keek hij de stille zaal in, deed een klein sprongetje en riep: ‘En nu weer klappen!’
Iedereen deed het. En ik het hardst.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
woensdag 25 mei 2016
Martijn Hillenius en de vijftien bezoekers
![]() |
| 'Voor het Prodent-gevoel'. In het echt is het best een knappe jongen, hoor. |
Martijn, vroeger zong hij bij Kinderen voor Kinderen, nu schrijft hij voor Spijkers met Koppen, maakt hij films en staat hij als cabaretier in het theater. Voor vijftien man in ons geval, zestien met hem erbij gerekend. ‘Ja, dit was wel een dieptepunt,’ zegt hij lachend. Meteen aan het begin van de voorstelling loopt hij het zaaltje in en geeft iedereen persoonlijk een hand. ‘Dit kan ik waarschijnlijk nooit meer doen.’ Hij is Martijn Hillenius, hij ziet de dingen graag positief.
Vijftien man, ik tel ze als we met het groepje uitverkorenen door de Zwolse straatjes lopen. In de echte theaterzaal wordt verbouwd, dus zijn we op weg naar een geïmproviseerd theatertje in de Goudsteeg, een medewerker van Odeon voorop. Het geeft een grappige sfeer. Een klein sliertje mensen, het zou ook een familie-uitje kunnen zijn, of losse individuen die toevallig op hetzelfde stuk stoep wandelen. Vijftien man publiek is zo weinig dat het heel makkelijk een ongemakkelijke avond kan worden. Óf, zo bleek, een heel gezellige avond. En dat kwam niet in de laatste plaats door Martijn zelf.
Kijk, die voorstelling, die zit wel snor. Dat ik een stukje van De man in bonus zag bij Cabarestafette en toen in mijn eentje naar Zwolle ben gegaan om het totaal te bekijken, is niet voor niks. Het is geen stand-up, een beetje in de richting van toneel zelfs, met leuke, niet geforceerde grapjes, goed uitgevoerde typetjes en mooie liedjes. Maar dan ben je er nog niet. ‘Bij een volle zaal kan je een redelijke stabiele reactie verwachten, maar voor een klein groepje is het anders spelen.’ Zegt hij daar later zelf over.
En dat deed hij dus goed, dat anderse. Hij is geen stand-upper en houdt zich het liefst woordelijk aan zijn script, maar toch voelde het alsof hij speciaal voor ons aan het spelen was. Het handjesgeven aan het begin brak het ijs, daarna was het gewoon ontzettend gezellig. Z’n technicus merkte het verschil met andere avonden. ‘Af en toe zei je dingen net iets anders, met een andere intonatie, dat werkte goed.’ Toen hij na afloop het terras op kwam, staken mensen gemoedelijk hun hand op. Bijna schudde hij weer iedereen de hand. Het was toch een beetje ‘onze Martijn’ geworden.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
De man in bonus,
Martijn Hillenius,
Odeon,
Stanley en de Menzos,
voorstelling,
Zwolle
vrijdag 25 maart 2016
Zeven bezoekers en hun mening
Woensdagavond reisden Rutger en ik af naar de Catharinakapel te Harderwijk, voor de voorstelling Voors en Tegens van stand-up comedian Murth Mossel. Rutger met zijn fotocamera, ik met mijn notitieboekje, wij beiden met gemeende belangstelling. Murth zit nog in de try-out fase dus we hebben plechtig beloofd geen recensie te schrijven. Nu doe ik dat nooit, maar om mijn belofte extra na te komen én uit de show geleerd hebbende dat een beetje dialoog de boel ten goede komt (krantenman, als je dit leest, bedankt!), doen we het anders. Ik vraag, bezoekers geven antwoord.
Onze interview-fotosessies duurden net zo lang als het duurt om het te lezen, want opeens was iedereen weg. Helemaal niet erg.
“Wij gaan al jaren naar zijn shows. Ik vind het bijzonder dat Murth zo zijn eigen verhaal vertelt, zijn eigen mening. Bijvoorbeeld zijn verhaal over vluchtelingen, dat zet je toch aan het denken. Hoe denk ik er zelf eigenlijk over? Denk ik dan.”
“Murth gaat heel veel de dialoog aan. Het is bijna meer iets voor in het Lagerhuis. Debat in plaats van cabaret, haha.”
“Ik heb me zeker vermaakt. (Lacht). Dat stuk met die tieten, dat was echt hilarisch.”
Onze interview-fotosessies duurden net zo lang als het duurt om het te lezen, want opeens was iedereen weg. Helemaal niet erg.
![]() |
| Tafeltje 1 |
“Wij gaan al jaren naar zijn shows. Ik vind het bijzonder dat Murth zo zijn eigen verhaal vertelt, zijn eigen mening. Bijvoorbeeld zijn verhaal over vluchtelingen, dat zet je toch aan het denken. Hoe denk ik er zelf eigenlijk over? Denk ik dan.”
![]() |
| Tafeltje 2 |
“Murth gaat heel veel de dialoog aan. Het is bijna meer iets voor in het Lagerhuis. Debat in plaats van cabaret, haha.”
![]() |
| Dit is geen tafeltje, meer een soort van bar. |
“Ik heb me zeker vermaakt. (Lacht). Dat stuk met die tieten, dat was echt hilarisch.”
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Catharinakapel,
Harderwijk,
Interview,
Murth Mossel,
Voors en Tegens,
voorstelling
zaterdag 23 januari 2016
Hoe ik een per ongelukke groupie werd
De afgelopen jaren heb ik mij ontwikkeld tot per ongelukke groupie van Tim Fransen. Maar liefst vier keer heb ik hem gezien zonder dat ik daar zelf van tevoren van afwist. Drie keer comedy train (Heerenveen, Groningen, Amsterdam) en een keer cabarestafette. Sinds gisteren kan ik zeggen dat ik ook al zijn theatershows heb gezien: ik ging naar ‘Het failliet van de moderne tijd’ in Stadsschouwburg Deventer.Tim Fransen maakt cabaret, maar van een soort dat voor zover ik weet nog nergens bestaat. Het is een merkwaardige combinatie van ‘filosofie en slap geouwehoer’, zoals een jonge bezoeker na afloop opmerkte. Behalve dat ik moest lachen om de (meer dan de beloofde handvol) flauwe grappen, wilde ik ook echt weten wat hij vertelde. Over grote filosofen als Nietzsche, Camus en Rousseau, over het Duitse dorpje Röcken en over de pianostemmer.
In zijn voorstelling neemt hij ons mee in zijn zoektocht naar de vraag of we niet beter zelfmoord kunnen plegen. De vraag wat eigenlijk ons fundament is, waar we alles op baseren. Het is een interessante zoektocht waarin hij niet alleen vertelt wat hij er zelf van denkt, maar juist ook filosofische achtergrond geeft. Nietzsche speelt daarin de grootste rol. Dat Tim Fransen behoorlijke eerbied voor die man met snor heeft, blijkt alleen al uit de manier waarop hij het fotolijstje vast heeft en ernaar kijkt, een bijna ontroerend beeld.
Nooit wordt het te zwaar, want altijd liggen er – zonder dat hij daarmee zijn verhaal afbreekt - grappen op de loer. Grappen die ik dus soms, als volwaardige groupie, voor de vijfde keer hoorde en waar ik nog steeds om moest lachen. Terwijl ik dacht dat ik helemaal niet van piemelgrappen hield.
Ik heb nooit bewust voor het groupieschap gekozen (je zou kunnen zeggen, het groupieschap koos mij). Toch kan ik me er best bij neerleggen, want er zijn mindere cabaretiers om achterna te reizen. Tim – ik mag Tim zeggen – is slim, geloofwaardig en grappig. Ik ben nu al erg benieuwd naar zijn volgende voorstelling en wacht tot de webshop met Tim-mokken, Tim-dekbedovertrekken en Tim-t-shirts opent. Een shirt met ‘Het failliet van de moderne tijd’, ik zou het aantrekken.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
maandag 2 november 2015
Dit is een waarschuwing over Harteveld en Fretz
![]() |
| Klik voor groter of klik hier. |
Blijkbaar heb je er lucht van gekregen dat de voorstelling van de Gebroeders Harteveld en Fretz ‘minder gaat om lachen, gieren, brullen en meer om reflectie’. En reflectie is een vies woord. Nu vind ik dat wel meevallen – persoonlijk vind ik bijvoorbeeld ‘slufter’ veel viezer – maar ik kan me er iets bij voorstellen. Ik heb beloofd je te waarschuwen, dus daar ga ik. Ik zal proberen je een indruk te geven van wat voor soort voorstelling het is.
Een stelletje idealisten in een bunker, dat zijn Harteveld en Fretz. Vanuit die bunker en vanuit hun idealisme vertellen ze je hoe ze daar zo terecht zijn gekomen. Een belangrijk thema is dat ze bijna dertig zijn (= bijna zestig = bijna dood) en zich afvragen waar hun activisme is gebleven. Als je bijna dertig bent moet je sowieso naar de voorstelling, maar jonger (ik) of ouder (vrijwel iedereen die ik na afloop sprak) kan ook heel goed.
Het vertellen is inderdaad wel echt het belangrijkst. Je moet dus niet komen om te gieren en te brullen. Maar je moet wel komen (Je moet wel komen, Klaas!). Als het niet is voor het zo gemeende en eerlijke verhaal, dan toch zeker voor de mooie liedjes, die doen denken aan Kommil Foo en Acda en de Munnik. Tweestemmig, en begeleid door Marcel Harteveld op gitaar en door Laura Trompetter op slagwerk.
Ik geef toe, ‘cabaret’ is een beetje een problematische term, omdat het gebruikt wordt van gier-en-brul tot overdenking, maar ik wil je waarschuwen niet uit voorzorg thuis te blijven. Het woord ‘reflectie’ hoor je mij niet gebruiken en Harteveld en Fretz doen dat ook niet, dat beloof ik.
Veel plezier bij de eerlijke, muzikale voorstelling met humor en zelfspot donderdag. Laat je weten hoe het was en of je inderdaad beter niet thuis had kunnen blijven?
Groet!
Lotte
Update: aan het eind kwam alles goed, Lees hier alle reacties.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
Gebroeders Fretz,
Gebroeders Harteveld en Fretz,
Harteveld en Fretz,
humor,
recensie,
theater Sneek,
voorstelling
zondag 11 oktober 2015
Carolien zie je graag. Zeker weten.
“Je hebt op twee dingen invloed. Op wat je eet en op de rest.” Dat was de lijfspreuk van haar vader, vertelde Carolien Borgers. Ik zag haar voorstelling ‘Zeker weten’ vrijdagavond samen met een vriendin in het Posttheater in Arnhem. Een voorstelling over maakbaarheid. Want. Alles. Is. Maak. Baar. Of toch niet?
Het meest typerende aan deze voorstelling is, nou ja, Carolien Borgers. Met haar fantastische bos krullen staat ze stralend op het podium. Het is eigenlijk onmogelijk níet naar haar te kijken en dat is heus niet alleen omdat ze in de spotlight staat. Ze straalt, haar houding is open, haar ogen spreken.
Ik luisterde graag naar haar, hoe ze daar stond en vertelde, met kleine grapjes tussendoor. Het is absoluut in die volgorde. Ze vertelt een verhaal met grapjes, geen verhaal rond de grap. Voor het decor van enorme meccano-onderdelen, vertelt ze hoe haar van jongs af aan is geleerd dat alles maakbaar is en hoe ze daar krampachtig aan vast probeert te houden. Iets dat best lastig is als je relatie uit gaat en je vader kanker krijgt. Ik schrok van wat er gebeurde op het moment dat ze de controle dreigde te verliezen.
In de tweede helft van de voorstelling komt de gitarist Ocker Gevaerts erbij, met een al net zo fantastische bos krullen. Met hem op de gitaar en haar op de piano én met Caroliens dijk van een stem, begint het beste gedeelte van de voorstelling. Iedereen die ik na afloop sprak, begon er meteen over. “Die liedjes kwamen echt binnen, ja, ik was meerdere keren behoorlijk geëmotioneerd.” “Dat nummer met die stamp en die klap, dat was echt indrukwekkend.”
Na afloop waren er – niet verwonderlijk – veel mensen die haar cd wilden hebben. En anders kwamen ze wel een praatje maken of wilden ze met de stralende Carolien op de foto. (Er waren overigens ook twee vrouwen die met ons op de foto wilden, maar dat was gewoon vreemd.) Carolien hoor je graag vertellen en zie je graag staan. Dat ze ondertussen ook nog grapjes maakt, is heel mooi meegenomen. Zeker weten.
Dat zien van Carolien kan ook uitstekend op foto’s. Voor Humor heeft ook zijn leuke kanten maakte ze een plog van vrijdag. Die vind je hier!
Het meest typerende aan deze voorstelling is, nou ja, Carolien Borgers. Met haar fantastische bos krullen staat ze stralend op het podium. Het is eigenlijk onmogelijk níet naar haar te kijken en dat is heus niet alleen omdat ze in de spotlight staat. Ze straalt, haar houding is open, haar ogen spreken.
Ik luisterde graag naar haar, hoe ze daar stond en vertelde, met kleine grapjes tussendoor. Het is absoluut in die volgorde. Ze vertelt een verhaal met grapjes, geen verhaal rond de grap. Voor het decor van enorme meccano-onderdelen, vertelt ze hoe haar van jongs af aan is geleerd dat alles maakbaar is en hoe ze daar krampachtig aan vast probeert te houden. Iets dat best lastig is als je relatie uit gaat en je vader kanker krijgt. Ik schrok van wat er gebeurde op het moment dat ze de controle dreigde te verliezen.
In de tweede helft van de voorstelling komt de gitarist Ocker Gevaerts erbij, met een al net zo fantastische bos krullen. Met hem op de gitaar en haar op de piano én met Caroliens dijk van een stem, begint het beste gedeelte van de voorstelling. Iedereen die ik na afloop sprak, begon er meteen over. “Die liedjes kwamen echt binnen, ja, ik was meerdere keren behoorlijk geëmotioneerd.” “Dat nummer met die stamp en die klap, dat was echt indrukwekkend.”
Na afloop waren er – niet verwonderlijk – veel mensen die haar cd wilden hebben. En anders kwamen ze wel een praatje maken of wilden ze met de stralende Carolien op de foto. (Er waren overigens ook twee vrouwen die met ons op de foto wilden, maar dat was gewoon vreemd.) Carolien hoor je graag vertellen en zie je graag staan. Dat ze ondertussen ook nog grapjes maakt, is heel mooi meegenomen. Zeker weten.
Dat zien van Carolien kan ook uitstekend op foto’s. Voor Humor heeft ook zijn leuke kanten maakte ze een plog van vrijdag. Die vind je hier!
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Arnhem,
cabaret,
Carolien Borgers,
humor,
Posttheater,
recensie,
voorstelling,
Zeker weten
vrijdag 2 oktober 2015
Henry van Loon | Ongrijpbaar als de bonnetjesprikker
Henry van Loon heeft heel veel spullen. Behalve een schuur, maar die komt er wel. Zo. Dat heb ik in ieder geval onthouden van woensdagavond, toen ik Henry van Loon met zijn voorstelling ‘Sluimer’ zag, in theater Achterom in Hilversum. Leuk istie. En ongrijpbaar.Waar gaat dit nou heen? Geen idee. Als je even denkt dat je het in de gaten hebt, moet je heel hard lachen en is het weer weg. De grappen komen snel, onverwachts en laten je soms achter in ontgoocheling die ik ken van Wim Helsen. Dat je de ene seconde denkt, ‘hahaha’ (ik noem maar een voorbeeld) en de volgende seconde ‘huh wat?’ (nog zo’n intelligente gedachtegang). Zit er nou een verhaal in? Soms dacht ik van niet, aan het einde toch weer wel.
Zijn schuchtere oogopslag, zijn manier van praten, zijn blik soms naar de grond, het creëert een eigenaardige ongemakkelijkheid. Is hij echt een beetje zenuwachtig? Is hij echt zijn tekst even kwijt en een beetje onhandig, of is het schijn? Details wijzen op het laatste. Want zoals een bezoeker na afloop terecht opmerkte: ‘De kleinste details zijn perfect. Hij heeft precies het goeie loopje, knikje en oogbeweginkje.’ Bovendien reageert hij heel ad rem op de dingen die in het publiek gebeuren. Wanneer een man na twee minuten de zaal uitgaat, blijft dat de rest van de avond een thema. En ook de rondgaande smintjes ontgaan zijn blik niet.
![]() |
| Precies die blik. |
Zijn humor is tamelijk absurd, maar heel anders dan bijvoorbeeld Wim Helsen of Ronald Goedemondt. Het is harder en directer. Een van de mensen die ik na afloop sprak, had onvermijdelijke associaties met Hans Teeuwen, een ander juist met Ronald Snijders.
Toen ik in de trein terug aantekeningen maakte, pende ik eerst alleen maar vragen neer: waar gaat het heen? Meent hij dit nou? Zit er een verhaal in? Is hij echt een beetje ongemakkelijk? ‘ Ongrijpbaar. ’ schreef ik toen. ‘Net als de bonnetjesprikker’.
En als je nu denkt ‘huh wat?’, dan ga je maar kijken. Hup!
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
Henry van Loon,
Hilversum,
humor,
recensie,
Sluimer,
Stanley en de Menzos,
Theater Achterom,
voorstelling
woensdag 10 juni 2015
Gelukkig hebben we de foto's nog
GASTPLOG VAN YENTL EN DE BOER
Het was een zonnige woensdag (27 mei) dat ik samen met een vriendin op weg ging naar Amsterdam. Dat is best een beetje ver, als je in Groningen woont, maar we gingen dan ook naar het gezelligste theater waar ik ooit ben geweest, (de kleine zaal van) theater Bellevue. En ook niet onbelangrijk: We bezochten daar de voorstelling van Yentl en de Boer. Voor de laatste keer speelden zij hun show ‘De Meisjes’.
Woehaha, wat was dat onwaarschijnlijk leuk. En verrassend. Een beetje misselijkmakend (Christine at een half bakje rauw half-om-half-gehakt leeg) en eng (horrormeisje met pop) ook. Maar vooral steengoed en erg grappig.
We hadden het leuk gevonden ze dat nog even live te zeggen, maar moesten na afloop snel weer weg om de tram te halen. (Althans, dat dachten we, wat later bleken alle treinen niet meer te rijden en duurde de terugreis 7,5 uur. Maar het was het waard, moet je nagaan.) Gelukkig hebben we de foto’s nog. Yentl en Christine (de Boer) maakten namelijk een gastplog
Plog staat voor photo-log. Het is bedacht door Martine de Jong van 10e.nl. Dagelijks post ze een verslag van haar dag, in foto's, met onderschriftjes. Inmiddels zijn er steeds meer mensen aan het ploggen geslagen. Want dat is leuk.
___________
Hoi! Wij zijn Yentl en de Boer en hierbij zomaar een daggie uit ons leven. 27 mei 2015. Op de agenda: sowieso lekker ontbijten. De Boer heeft rijles, maar dat geeft Yentl dan weer mooi de tijd om iets te schijven voor onze nieuwe voorstelling ‘De snoepwinkel is gesloten’. Want vanavond spelen we voor de laatste keer ‘De Meisjes’ in Theater Bellevue in Amsterdam!
Ontbijt. Sjiek.
De Boer heeft rijles. Yentl ‘schrijft voor de nieuwe voorstelling’.
Dit zou een hele normale foto zijn als het winter was. Het is Mei. Yentl heeft een dikke sjaal - Prima.
Hier moeten we wezen.
Inkopen gedaan voor de voorstelling. Nu eerst een keiharde borrel.
Iemand heeft d’r sjaal afgedaan...
Zo, het decor is opgebouwd. Armoeiig als we zijn: allemaal kleren uit onze eigen kast.
Eten is altijd het hoogtepunt van onze dag. Yentl kan niet kiezen. Duurt nu echt al triest lang. Als je 10 minuten naar deze foto kijkt weet je een beetje wat Christine heeft doorgemaakt. Nu we toch zo goed aan het kijken zijn: links zit onze knappe technica Anouk en rechts onze níeuwe knappe technica Floor. Wij werken alleen maar met knappe chickies in de techniek, sta je meteen 10-0 voor als je aankomt bij een theater.
Dit was trouwens de menukaart. Yentl ging uiteindelijk voor de Texelse Runderbiefstuk, ouwe meatlover.
Christine ‘speelt in’. Vet dramatisch, maar goed.
Snel nog even een selfie nu de rekwisieten, rook en het licht er toch zijn. We zijn rocksterren yeah.
Christine stemt d’r roze gitaar, Yentl heeft om een onduidelijke reden haar sjaal maar weer omgedaan.
Opmaken.
Dit is Sander. Hij maakt vandaag scènefoto’s omdat we De Meisjes voor allerlaatste keer spelen. ;-(
Spoiler-alert: Christine is tijdens de voorstelling in een kikker veranderd. Een vrouw uit het publiek wilde graag met haar op de foto. Ok.
Kijk nou eens wie er is komen kijken in z’n Kuifje shirt! Toen hij hoorde dat we een plog aan het maken waren wilde hij er per se in, grmpf.
Wawiewa! Allebei een cadeautje van Youp! En zo eindigen we de dag toch nog sjieker dan we ‘m begonnen.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bellevue,
cabaret,
Christine de Boer,
De meisjes,
humor,
Humor heeft ook zijn leuke kanten,
Overig,
plog,
recensie,
Theater Bellevue,
voorstelling,
Yentl en de Boer,
Yentl Schieman
woensdag 22 april 2015
Alleen dit
Ik geloof dat ik mezelf in de problemen heb gewerkt. Door mijn blog, door mijzelf, door mijn manier van schrijven. Ik ga nu proberen dat op te lossen.
Al een tijdje schrijf ik stukjes over voorstellingen en al veel langer kijk en bezoek ik voorstellingen. Steevast vraagt iemand 'wat vond je ervan?' En dan zeg ik iets positiefs. De ene keer wat uitgebreider en enthousiaster, de andere keer wat genuanceerder en objectiever. Maar altijd gemeend. Nooit zal ik zeggen dat ik een voorstelling slecht vond. Dat is niet uit lafheid of meningloosheid, maar uit respect voor de maker. Iemand heeft er van wakker gelegen, ervoor getwijfeld en gezweet. Daar heb ik ontzag voor en dat ga ík niet in een paar woorden kapot maken. Principekwestie. Of nee, het is andersom. Ik heb een voorstelling nog nooit slecht gevonden, waarschijnlijk door dat idee. Er is altijd wel iets dat ik mooi, grappig of desnoods niet-echt-mijn-smaak-maar-wel-knap-op-zich vind. Zo zijn mijn stukjes (althans dat hoop ik) positief van toon. Maar hier kom ik dus genadeloos in de knoop.
Want wat doe je als je een voorstelling echt heel goed vindt? Maar écht? Als je na thuiskomst eerst een kwartier op de bank gaat zitten nadenken? (True story.) Als een voorstelling precies die combinatie van cabaret, muziek en theater, van flauwe woordgrapjes en beklemmende herkenbaarheid, van ijzersterke sketches, ontroering, mooie liedjes, een kopje koffie en goede grappen heeft dat het jouw gevoel voor humor karakteriseert dat je bijna dreigt te vervallen in ellenlange zinnen, met bijvoeglijk naamwoorden, die - hoe gemeend dan ook - met de letter minder betekenis krijgen? Kortom, wat doe je als je zo onder de indruk bent dat je er (in tegenstelling tot wat je je had voorgenomen) tóch iets over wilt schrijven? Nog korter om: wat moet ik nu?
Ik heb dit opgeschreven. Heel langzaam en bedachtzaam. Met voorzichtigheid. Eigenlijk moet ik mijn tijd niet verspillen met alles eromheen. Niks bijvoeglijk naamwoorden, niks eindeloze zinnen. Alleen dit:
Ik zag net Van der Laan en Woe. Ze speelden hun voorstelling Alles Eromheen. Wauw. Dat was een echte wauw. Zo'n gemeende. Zo een die bestaat uit overpeinzing, vrolijkheid en een beetje bewondering misschien.
![]() |
| Foto door charlottevanouwerkerk.com |
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Alles Eromheen,
cabaret,
Groningen,
humor,
Humor heeft ook zijn leuke kanten,
Jeroen Woe,
Niels van der Laan,
Overig,
recensie,
Stadsschouwburg,
Stanley en de Menzos,
Van der Laan en Woe,
voorstelling
maandag 13 april 2015
Een normale recensie

Ronald Snijders is een normaal mens. Hij heeft een normaal boek geschreven, heeft een internetwebsite voor normale mensen, en speelt ook een voorstelling, ‘One Man Show,’ speciaal voor normale mensen. Daar ga ik woensdag heen.
Het leek me wel toepasselijk er een normale recensie over te schrijven. Het sjabloon staat vast hieronder, dan hoef je overmorgen alleen nog maar de dik gedrukte woorden te lezen.
Bij een slash geldt: doorhalen wat niet van toepassing is
__1__ zag ik __2__ in __3__. Je kunt hem/haar kennen van __4__. Of niet. Hij/zij speelde zijn/haar voorstelling __5__. Dat vond ik __6__. Ik heb __7__ hard gelachen. Het was heel __8__ hoe hij/zij __9__. Verder wil ik nog even zeggen dat __10__. Ik zou het __11__ aanraden de voorstelling eens te bezoeken. Je zult er gegarandeerd __12__ vandaan komen. Joe!/De groeten!/Een fijne dag gewenst!/Mand!
1. Datum
2. Naam artiest
3. Naam theater
4. Televisieprogramma/boek/eerdere voorstelling
5. Naam voorstelling
6. Bijvoeglijk naamwoord.
7. Hoe hard je gelachen hebt
8. Bijvoeglijk naamwoord
9. Iets, vul gewoon iets in
10. Als je zo nodig iets wilt zeggen, doe het hier
11. Niemand/iedereen/specifieke groep mensen/specifiek persoon
12. Bijwoord in de vergrotende trap
UPDATE | 15 april
Ik ben net terug uit Assen en heb een vrij bizarre avond achter de rug. Bijna zou ik niet weten hoe ik alle indrukken in woorden moet vangen - ik zou het kunnen proberen met 'pinguïnvangen' en 'vissennamen bedenken' maar nee -, gelukkig heb ik een sjabloon klaar liggen. Een avond vol absurdisme en verbeelding, opgesloten in een paar dik gedrukte woorden.
15 april zag ik Ronald Snijders in De Nieuwe Kolk in Assen Je kunt hem/
15 april zag ik Ronald Snijders in De Nieuwe Kolk in Assen Je kunt hem/
Ook Ronald Snijders zelf vulde de recensie in. 'Maar dat ik het zelf invul, dat is niet normaal toch?' Dat klopt.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Assen,
cabaret,
De Nieuwe Kolk,
humor,
Normale mensen,
One Man Show,
recensie,
Ronald Snijders,
voorstelling
zondag 8 maart 2015
P.S. Dit is Louise Korthals
“Lelystad, wat deed je dan toch in Lelystad?”
“Ik bezocht een voorstelling van Louise Korthals”
“Leuk?”
“Ja.”
“Wat voor soort voorstelling was het?”
Daar begon het gedonder al. Uitleggen wat voor soort voorstelling ik net gezien heb, vind ik bijna net zo moeilijk als het beantwoorden van vragen als “Van wat voor muziek houd je?” en “Hoe dom kun je zijn?" De eerste indrukken in mijn hoofd zijn te fragmentarisch om begrijpelijk te zijn. Een overall gevoel van ‘wow’ of onduidelijke herinneringen: 'Dat ene liedje was zo mooi’. Hoe welwillend de gesprekspartner ook, daar heb je niks aan.
Louise Korthals maakt persoonlijk en geëngageerd cabaret, met heel mooie liedjes. Dat is ook een antwoord op de vraag, en allemaal waar. Maar vrij algemeen. Want inderdaad, het is geëngageerd, maar zoals ik al eerder heb geschreven word ik wat kriebelig van die term, alsof er iemand op het podium staat met een opgeheven vingertje. Louises stijl is juist luchtig en persoonlijk. Er zit een vleugje theater door en wat betreft haar grappen doet ze me een tikkeltje denken aan Brigitte Kaandorp. Met name de grappig gebrachte observaties en de manier waarop ze de hele voorstelling druk bezig is een bank in de vorm van een pistool over het podium te slepen. De komische anekdotes en mooie verhalen worden afgewisseld met liedjes. Liedjes met prachtige begeleiding en gezongen met een heldere en krachtige stem. ‘Als je dan voor God speelt. Als je dan toch zo graag voor God speelt, doe dan in godsnaam je best’. Het liedje bezorgde me stiekem even kippenvel. Toen we na afloop met drie mannen stonden te praten, waarvan de verhoudingen ons compleet onduidelijk bleven, pleitte een van hen voor een cd met de liedjes van de voorstellingen. Een andere bezoeker zei: ‘Ik vind het knap hoe ze allemaal losse, kleine, mooie verhaaltjes vertelt, met toch één thema erdoorheen geweven.’ (*)
Vragen als ‘wat voor soort voorstelling was het?’ zijn behoorlijk lastig, maar als je even wacht komt er heus wel iets van een antwoord. Al is het dan misschien voorafgegaan door ‘Heb je even?’ Want Louise Korthals is vooral ook Louise Korthals. En die beschrijf je niet zomaar.
Na afloop overviel ik bezoekers met een minstens zo lastige vraag. ‘Wat vond je ervan?’ In hun ogen zie ik altijd weer dezelfde worsteling om de fragmentarische indrukken om te zetten in een antwoord. Maar er komen antwoorden, weet ik inmiddels uit ervaring. En deze keer waren die behoorlijk eensgezind. Wat zei men zoal?
Een nog beter antwoord op de vraag is overigens: ‘Ga maar kijken’. Dat is ook wel een goed idee.
“Ik bezocht een voorstelling van Louise Korthals”
“Leuk?”
“Ja.”
“Wat voor soort voorstelling was het?”
Daar begon het gedonder al. Uitleggen wat voor soort voorstelling ik net gezien heb, vind ik bijna net zo moeilijk als het beantwoorden van vragen als “Van wat voor muziek houd je?” en “Hoe dom kun je zijn?" De eerste indrukken in mijn hoofd zijn te fragmentarisch om begrijpelijk te zijn. Een overall gevoel van ‘wow’ of onduidelijke herinneringen: 'Dat ene liedje was zo mooi’. Hoe welwillend de gesprekspartner ook, daar heb je niks aan.
Louise Korthals maakt persoonlijk en geëngageerd cabaret, met heel mooie liedjes. Dat is ook een antwoord op de vraag, en allemaal waar. Maar vrij algemeen. Want inderdaad, het is geëngageerd, maar zoals ik al eerder heb geschreven word ik wat kriebelig van die term, alsof er iemand op het podium staat met een opgeheven vingertje. Louises stijl is juist luchtig en persoonlijk. Er zit een vleugje theater door en wat betreft haar grappen doet ze me een tikkeltje denken aan Brigitte Kaandorp. Met name de grappig gebrachte observaties en de manier waarop ze de hele voorstelling druk bezig is een bank in de vorm van een pistool over het podium te slepen. De komische anekdotes en mooie verhalen worden afgewisseld met liedjes. Liedjes met prachtige begeleiding en gezongen met een heldere en krachtige stem. ‘Als je dan voor God speelt. Als je dan toch zo graag voor God speelt, doe dan in godsnaam je best’. Het liedje bezorgde me stiekem even kippenvel. Toen we na afloop met drie mannen stonden te praten, waarvan de verhoudingen ons compleet onduidelijk bleven, pleitte een van hen voor een cd met de liedjes van de voorstellingen. Een andere bezoeker zei: ‘Ik vind het knap hoe ze allemaal losse, kleine, mooie verhaaltjes vertelt, met toch één thema erdoorheen geweven.’ (*)
Vragen als ‘wat voor soort voorstelling was het?’ zijn behoorlijk lastig, maar als je even wacht komt er heus wel iets van een antwoord. Al is het dan misschien voorafgegaan door ‘Heb je even?’ Want Louise Korthals is vooral ook Louise Korthals. En die beschrijf je niet zomaar.
Na afloop overviel ik bezoekers met een minstens zo lastige vraag. ‘Wat vond je ervan?’ In hun ogen zie ik altijd weer dezelfde worsteling om de fragmentarische indrukken om te zetten in een antwoord. Maar er komen antwoorden, weet ik inmiddels uit ervaring. En deze keer waren die behoorlijk eensgezind. Wat zei men zoal?
Een nog beter antwoord op de vraag is overigens: ‘Ga maar kijken’. Dat is ook wel een goed idee.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Agoratheater,
cabaret,
humor,
Lelystad,
Louise Korthals,
recensie,
voorstelling
donderdag 19 februari 2015
En hier is wat ik vind | Wouter Deprez
Bonuspakket: interview met Wouter Deprez + verslag van de voorstelling + publieksreacties
Op de rode pluche stoelen van schouwburg Odeon in Zwolle, helemaal vooraan, zitten Janine en ik te wachten. De tl-verlichting gaat aan, de gordijnen worden weggeschoven, snoeren worden opgerold. Langzaamaan wordt dat wat net nog een theaterzaal leek, opgeruimd tot niets dan een kille lege ruimte.
We hebben net de voorstelling ‘Hier is wat ik denk’ van Wouter Deprez gezien. Wouter is een gespierde Vlaming met een glimmend oorbelletje en (maar?) een lieve gezichtsuitdrukking en donkere pretogen. En grappig, hij is ook grappig. Na een paar minuten komt hij naar ons toelopen. Met een stralende blik steekt hij zijn hand uit. ‘Daarachter is een soort foyertje, daar kunnen we wel gaan zitten.’ Oehoe, amai, we gaan behind the scenes!
‘Hier is wat ik denk’ is Wouters achtste voorstelling. Maar wat voor soort voorstellingen hij maakt, is nog niet zo’n gemakkelijke vraag. ‘Ja, dat is een beetje lastig. Cabaretiers zeggen altijd dat het geen cabaret is, stand-up comedians vinden het geen stand-up comedy en theatermakers noemen het geen theater.’ Hij lacht. ‘Dus ja.’ Het is inderdaad lastig zo een keuze te maken.
In zijn show vertelt hij een, zoals hij het zelf noemt, ‘verzonnen autobiografisch verhaal’. Hij vertelt het publiek over het jaar waarin hij in Zuid-Afrika woonde, alwaar hij onder andere cursussen Afrikaanse dans gaf. ‘Ze hadden dat nog nooit gezien. Die Afrikanen kennen hun eigen cultuur niet.’ Af en toe zijn de grappen plat, maar aan de hand van zijn ervaringen in het buitenland en vooral ook die bij terugkomst, laat hij ons ook van alles inzien over onze eigen maatschappij. Er is veel interactie met het publiek: Hij praat met werklozen, met gepensioneerden en mensen die nog 21 jaar lang aan een hypotheek vast zitten. Veel mensen die ik na afloop sprak, vonden het dan ook best confronterend.
Het hoeft trouwens heus niet de hele tijd ergens over te gaan. Sommige grappen zijn gewoon heel grappig. Af en toe tegen het absurde aan. Ik zal nooit meer normaal naar een supermarkt kunnen gaan: Zijn stuk over het bevrijden van de supermarktkarretjes was hilarisch. Het waren die absurde stukken waarin ik lichtjes de invloed van Wim Helsen voelde, iemand die Wouter erg bewondert. ‘In het begin waren mijn voorstellingen echt rip-offs van zijn voorstellingen, maar nu heb ik meer mijn eigen stijl gevonden.’ Soms hebben ze dezelfde thema’s, ‘we hebben ook de zelfde regisseur, Randall Casaer’, maar de uitwerking is anders.
In deze voorstelling probeert Wouter gewoon te zeggen wat hij denkt. ‘In vorige voorstelling dacht ik vaak ‘ik móet zorgen dat ze het grappig vinden’ en deed ik gekke kleren aan, mutsjes op en ging ik dansjes doen. Nu ben ik meer bezig met vertellen.’ Hij probeert te vertellen wat hij echt vindt, waar hij boos om wordt, waar hij mee zit en wat hem raakt, maar dat vindt hij soms nog best lastig. ‘Ook omdat ik het zelf soms ook niet helemaal weet.’ Het is ook daarin dat hij het verschil tussen Nederlands en Vlaams publiek merkt. ‘Nederlanders zijn veel directer en hebben minder moeite dingen te zeggen, terwijl Vlamingen meer tussen de lijntjes lezen. Nederlanders snappen dat niet, die denken ‘waarom zeg je het nou niet gewoon?’’
Toch denk ik dat het hem goed gelukt is te zeggen wat hij denkt. Het publiek dat ik na afloop sprak, prees steevast zijn openheid. Verder waren de mensen niet zo precies. ‘Ik vond het geniaal’ zei een man. ‘Maar wat vond je geniaal?’ vroeg ik. Hij dacht even na en nam een slokje van zijn biertje. ‘Het was magistraal.’ Aha. Verder gehoord: ‘Heel erg grappig’ en ‘Ik heb heel hard gelachen’. Het ís ook moeilijk om zijn voorstelling te karakteriseren, dat vindt zelfs Wouter. Maar, zo zei een vrouw na afloop, ‘dat doet er ook niet toe toch? Het was een hele leuke avond.’
Na het interview hadden we nog een bijzonder leuk gesprek over het bloemenritueel en kregen we interessante inside information. Dat alles vind je in dit artikel, dat ook in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden verscheen.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
Hier is wat ik denk,
humor,
Interview,
Odeon,
recensie,
voorstelling,
Wouter Deprez,
Zwolle
woensdag 11 februari 2015
The Boy With Tape On His Face
![]() |
| Klik voor groter. |
Gisteravond stond The boy with tape on his face in de Stadsschouwburg in Groningen. The boy with tape on his face is, nou ja, een jongen met tape op zijn gezicht. Sam Wills is die jongen, al bij binnenkomst zit hij met een wat verwilderde blik op een stoeltje. Streepjes T-shirt, jasje, schoudertas, en een groot, dik stuk zwarte tape over zijn mond.
Dat stuk tape blijft de hele avond zitten, want hij zegt geen woord. Toch speelt hij een uur vol. Een uur waarin hij dan wel niks zegt, maar desondanks de aandacht vasthoudt en het publiek regelmatig een stevige lachbui bezorgt.
Waar hij in zijn vorige voorstelling heel veel praatte, heeft de Nieuw-Zeelandse Sam Wills zichzelf deze keer uitgedaagd de volledige show zijn mond te houden. Dat ging niet meteen goed, de eerste keer floepte er al naar een paar minuten een zin over zijn lippen. De oplossing was simpel (doch een beetje radicaal): tape on his face. (Zo vertelt hij in een uitzending van Glasnost).
Met dat stuk tape over zijn mond maakt hij stille, interactieve komedie. Dat stille valt trouwens wel mee, want muziek speelt een belangrijke rol in de voorstelling. Vrijwel alles wat hij doet wordt ondersteund door toepasselijke muziekjes en als de prullenbak open gaat, klinkt er steevast 'I like to move it’. (Doe mij ook zo’n prullenbak!) Bovendien wordt er veel en hard gelachen.
Met zijn sprekende ogen en grappige manier van bewegen, heeft hij geen spraak nodig. En voor alles wat hij verder nog mist, gebruikt hij het publiek. Het heeft totaal geen zin de eerste rij te vermijden, want Sam springt regelmatig het podium af en plukt ook mensen achteruit de zaal. Als hij eenmaal zijn aandacht op je gevestigd heeft, kom je er echt niet onderuit. Of je nou wilt of niet, je zult mee doen. De man die naast mij zat, werd het podium op gedirigeerd en moest daar samen met drie anderen een dansje uitvoeren. Dat was grappig, maar bijna nog grappiger was de lachbui van zijn dochter en zijn blik toen hij weer terug naar zijn plaats mocht. Een mengeling van gêne, genoegen en, toch ook wel een beetje, trots. Je helpt niettemin mee in een voorstelling van een internationaal succes. En - en dat is iets wat ook vele bezoekers na afloop zeiden - hij zet je niet voor lul. Of nou ja, niet te erg. Het is hilarisch, niet gemeen. Toch was ik niet erg betreurd dat ik niet het podium op hoefde, er is weinig zo leuk als lachen om anderen.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
Groningen,
humor,
komedie,
recensie,
Sam Wills,
Stadsschouwburg,
The boy with tape on his face,
voorstelling
zondag 4 januari 2015
Pieter Derks en het op tijd vervangen van je vaatdoekje
Lotte en Anna praten na in het theatercafé
Zaterdag 3 januari stond Pieter Derks in Koornbeurs in Franeker. Het was 491 dagen nadat hij De Slimste Mens won en twee dagen nadat hij een rood scherm kreeg in Wie is de Mol?. Zijn voorstelling ‘Zo Goed Als Nieuw’ bevindt zich nog in de try-out fase en over een try-out hoor je geen recensie te schrijven. Gelukkig schrijf ik nooit recensies. Wel praten Anna en ik na in het theatercafé.
| Vraag je je af wie dit gemaakt heeft? Lees het hier. |
Lotte: Wow, die voorstelling eindigde heel anders dan het begon. In het begin dacht ik, ‘het zou toch niet de hele avond zo blijven?’, maar aan het eind dacht ik: ja wow, oké. Ehm, wil je ook wat drinken?
Anna: Ja lekker, doe maar een cola. En wat bedoel je met ‘Ja wow, oké’?
Lotte: Ik vond het een heel mooi eind. Moet er nog even over nadenken hoor, maar ik vond de tweede helft echt heel goed. Toen sleepte hij ons meer mee in zijn verhaal. Een scherp verhaal. Een lief verhaal ook. Hij zei rake dingen over hoe de waarde van dingen steeds meer afhangt van hoeveel geld het kost of oplevert (zelfs depressie en het op tijd vervangen van je vaatdoekjes), en ik kijk vanaf nu ook reikhalzend uit naar de uitvinding van de ‘mensenpil’, een pil waardoor je je opeens gaat afvragen waarom je ook alweer het hoofd van die andere persoon wil afhakken. Wat vond jij dan van de voorstelling?
Anna: Ik vond het interessant hoe hij echt grote maatschappelijke problemen behandelde, en daar vaak iets heel alledaags of lulligs van maakte. Die vergelijking van Hollandse kip met immigranten bijvoorbeeld.
Lotte: Ja, dat is het inderdaad. Ik word altijd een beetje kriebelig als over een cabaretier wordt gezegd dat hij ‘maatschappelijke problemen’ behandelt. Misschien omdat ik dan iets heel belerends verwacht, iemand die alleen maar negatief is. Pieter Derks vond ik juist heel scherp en grappig. Hij heeft zich bij De Wereld Draait Door natuurlijk al wel bewezen als hele snelle stand-upper, maar dat hij hele avond vol kan praten vind ik veel knapper. En dieper. En leuker ook.
Anna: Ik was in het begin een beetje bang dat zijn voorstelling over zijn dochtertje zou gaan. Dat is een van de grootste cabaretier-clichés die er bestaat. Maar eigenlijk ging het daar nauwelijks over, het was alleen een manier om al die grote thema’s die hij behandelt wat dichter bij huis te brengen. De angst die wij voelen als er zo veel grote dingen in de wereld gebeuren, wordt pas duidelijk als je het naar je toe trekt.
Lotte: En wat hij over zijn dochtertje zei, dat gedicht aan het eind bijvoorbeeld, vond ik heul mooi.
Anna: De reacties over hoe grappig het was, verschilden nogal. We spraken net een man die zei dat hij wel wat groffer had mogen zijn. Dat vind ik niet, ik vind groffer niet altijd grappiger en het mag van mij ook wel ergens over gaan. Ik vond echt dat hij een paar goede grappen had. Wat jij, heb jij hard gelachen?
Lotte: Nou, ik heb wel een aantal keer heel hard gelachen ja! Maar, veel vaker nog dan hard gelachen, heb ik hard geglimlacht.
Anna: Ik vond het trouwens wel grappig dat sommige mensen die we net spraken het te snel vonden en anderen vonden het tempo juist heel goed. Ik was het wel eens met die ene mevrouw die het idee had dat hij eerst nog even op gang moest komen.
Lotte: Ja, een paar mensen vonden het begin ook een beetje chaotisch. Vond ik ook wel. Alsof hij alle DWDD-minuutjes achter elkaar aan had geplakt. Maar aan het eind kwam het allemaal terug.
Anna: Klopt, toen durfde hij grote, actuele maatschappelijke thema’s aan elkaar te verbinden. Immigratie, IS, kapitalisme… ik ken niet veel cabaretiers die zo de diepte in gaan. Meestal blijft het een beetje bij ‘wat gaat het allemaal slecht met de wereld’. En vooral: ‘Wat gaat het allemaal slecht met Nederland’.
Lotte: Maar dat deed Pieter Derks dus niet. Ik vond het ieder geval verrassend goed en grappig. Op schaal van één tot slimste mens?
Anna: 42.
Meer stukjes over Pieter Derks? Klik hier.
Anna: Ja lekker, doe maar een cola. En wat bedoel je met ‘Ja wow, oké’?
Lotte: Ik vond het een heel mooi eind. Moet er nog even over nadenken hoor, maar ik vond de tweede helft echt heel goed. Toen sleepte hij ons meer mee in zijn verhaal. Een scherp verhaal. Een lief verhaal ook. Hij zei rake dingen over hoe de waarde van dingen steeds meer afhangt van hoeveel geld het kost of oplevert (zelfs depressie en het op tijd vervangen van je vaatdoekjes), en ik kijk vanaf nu ook reikhalzend uit naar de uitvinding van de ‘mensenpil’, een pil waardoor je je opeens gaat afvragen waarom je ook alweer het hoofd van die andere persoon wil afhakken. Wat vond jij dan van de voorstelling?
Anna: Ik vond het interessant hoe hij echt grote maatschappelijke problemen behandelde, en daar vaak iets heel alledaags of lulligs van maakte. Die vergelijking van Hollandse kip met immigranten bijvoorbeeld.
Lotte: Ja, dat is het inderdaad. Ik word altijd een beetje kriebelig als over een cabaretier wordt gezegd dat hij ‘maatschappelijke problemen’ behandelt. Misschien omdat ik dan iets heel belerends verwacht, iemand die alleen maar negatief is. Pieter Derks vond ik juist heel scherp en grappig. Hij heeft zich bij De Wereld Draait Door natuurlijk al wel bewezen als hele snelle stand-upper, maar dat hij hele avond vol kan praten vind ik veel knapper. En dieper. En leuker ook.
Anna: Ik was in het begin een beetje bang dat zijn voorstelling over zijn dochtertje zou gaan. Dat is een van de grootste cabaretier-clichés die er bestaat. Maar eigenlijk ging het daar nauwelijks over, het was alleen een manier om al die grote thema’s die hij behandelt wat dichter bij huis te brengen. De angst die wij voelen als er zo veel grote dingen in de wereld gebeuren, wordt pas duidelijk als je het naar je toe trekt.
Lotte: En wat hij over zijn dochtertje zei, dat gedicht aan het eind bijvoorbeeld, vond ik heul mooi.
Anna: De reacties over hoe grappig het was, verschilden nogal. We spraken net een man die zei dat hij wel wat groffer had mogen zijn. Dat vind ik niet, ik vind groffer niet altijd grappiger en het mag van mij ook wel ergens over gaan. Ik vond echt dat hij een paar goede grappen had. Wat jij, heb jij hard gelachen?
Lotte: Nou, ik heb wel een aantal keer heel hard gelachen ja! Maar, veel vaker nog dan hard gelachen, heb ik hard geglimlacht.
Anna: Ik vond het trouwens wel grappig dat sommige mensen die we net spraken het te snel vonden en anderen vonden het tempo juist heel goed. Ik was het wel eens met die ene mevrouw die het idee had dat hij eerst nog even op gang moest komen.
Lotte: Ja, een paar mensen vonden het begin ook een beetje chaotisch. Vond ik ook wel. Alsof hij alle DWDD-minuutjes achter elkaar aan had geplakt. Maar aan het eind kwam het allemaal terug.
Anna: Klopt, toen durfde hij grote, actuele maatschappelijke thema’s aan elkaar te verbinden. Immigratie, IS, kapitalisme… ik ken niet veel cabaretiers die zo de diepte in gaan. Meestal blijft het een beetje bij ‘wat gaat het allemaal slecht met de wereld’. En vooral: ‘Wat gaat het allemaal slecht met Nederland’.
Lotte: Maar dat deed Pieter Derks dus niet. Ik vond het ieder geval verrassend goed en grappig. Op schaal van één tot slimste mens?
Anna: 42.
Meer stukjes over Pieter Derks? Klik hier.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
Franeker,
humor,
Koornbeurs,
Pieter Derks,
recensie,
voorstelling,
Z.G.A.N.,
Zo Goed Als Nieuw
zondag 7 december 2014
Lucky Fonz III
Zoals je wellicht weten zal
Met al je fantasie,
Pieten die zijn overal
Ook in de Harmonie
Zo ook afgelopen donderdag
En in de kleine zaal
Drie keer raden wie hij daar zag
Precies, ons allemaal
En op het podium stond een man
Een jochie nog, voorwaar
Het ene moment met niks en dan
Met piano en gitaar
Het was gezellig en intiem
Omdat grotesk bij hem niet hoeft
De liedjes kwetsbaar en miniem
Maar niet triest of te bedroefd
Hij is wat rommelig, niet slordig
Neemt je mee in zijn gedachten
En als hij liedjes zingt
Zit je muis-, muisstil te wachten
Maar pakjesavond naderde
Het probleem liep uit de hand
De pieten die vergaderden
Wat geeft men zo’n muzikant?
Hij heeft al een gitaar
Heeft humor, is ad rem
Een piano, de looks, het haar
De moves, de grove, de stem
Hij heeft een mondharmonica
Hij heeft gevoel, hij heeft de zaal
Hij heeft alles voor een mooie avond
Hij heeft het allemaal
(Misschien alleen geen blogpost
Maar ook dat is opgelost)
Sint & Piet
![]() |
| Klik hier voor zijn speellijst. |
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
Geur,
Harmonie,
humor,
Leeuwarden,
Lucky Fonz III,
Maneschijn,
Neurose,
voorstelling
zondag 9 november 2014
GSCF - Groninger Studenten Cabaret Festival
"Eenmaal per jaar ruikt de stadsschouwburg naar bier"
Vaak als ik naar het theater ga, haal
ik de gemiddelde leeftijd sterk naar beneden. En daar bedoel ik niet
mee dat de meeste bezoekers dertig zijn, nee, eerder vijftig plus. Na
een avondje toneel zit de geur van oude-mensenparfum in mijn kleren,
zoals rook na een avondje stappen. Je zou bijna gaan denken dat het
nooit meer goed komt allemaal en radicale dingen gaan roepen met
termen als 'elite' en 'de jeugd van tegenwoordig'. Gelukkig is er het
Groninger Studenten Cabaret Festival.
Drie avonden per jaar zit de
stadsschouwburg in Groningen tot de nok toe gevuld met studenten en
ruikt het om je heen niet naar oude-mensenparfum, maar naar bier.
Vrijdagavond was zo'n avond, de finale van het Groninger Studenten
Cabaret Festival (gscf). Sietse Manning, Pieter Verelst en De blonde
jongens en Tim hadden zich voor de finale geplaatst, en inderdaad,
alle drie de voorstellingen waren zeer finalewaardig.
De avond werd gepresenteerd door Tim
Kamps en Pepijn Schoneveld. Ze deden het leuk, zonder de show te
stelen. Tim met zijn gitaar, Pepijn met zijn verdachte liefde voor
bruine jenever. Maar het draaide natuurlijk niet om hen, maar om de
finalisten.
Sietse Manning
Eerst kwam Sietse Manning, een besnorde
jongeman, met bijna een klassieke cabaretvoorstelling, getiteld
'Zonder Twijfel'. Hij vertelde over zichzelf, over zijn worstelingen
en twijfels en iets over de wereld. Zijn verhaal wordt afgewisseld
met een liedje. Het was goed, erg goed zelfs, en bovendien rond. Hij
won niets en dat vond ik jammer. Moet een voorstelling per se
vernieuwend zijn om te winnen?
De blonde jongens en Tim
Tja. Deze 25
minuten hadden een tamelijk hoog 'what-the-fuck'-gehalte. Het was
fysiek cabaret, vijf jongens in te kleine korte spijkerbroekjes die
rondspringen en het publiek laten lachen om, ja waarom eigenlijk? Om
wat ze doen. Het is niet helemaal mijn smaak, maar vermakelijk was
het wel. Verschillende keren gehoord in de pauze:
“Ik heb er echt heel erg hard om gelachen, maar heb geen idee waarom.”
“Ik vond De blonde jongens en Tim het grappigst, Sietse/Pieter het best.”
Ze wonnen de
publieksprijs, een ingelijste foto van het publiek.
Pieter Verelst
De
winnaar! De Belgische Pieter won zowel de persoonlijkheidsprijs als
de juryprijs. Hoewel ik gestemd had op Sietse (niet doorvertellen),
ben ik het eens met de keus van de jury. Pieters show was bijzonder
goed. Een sterke combinatie van een beeldend verhaal, mooie liedjes
en een hoop absurdisme. Het deed me denken aan Wim Helsen, en niet
alleen door zijn accent. Net als de Vlaamse grootmeester beschrijft
hij situaties die tegelijkertijd tragisch en komisch zijn. Zoals een
jongetje dat bloot vast zit in een contrabashoes.
Maar het is flauw om te doen alsof Pieter een soort jonge Wim is,
want dat is echt niet zo. Wim Helsen zingt bijvoorbeeld nooit liedjes
en ik heb hem ook nog nooit piano zien spelen, laat staan contrabas.
Ik
zou graag een avondvullend programma van Pieter Verelst willen zien.
Zijn korte 25 minuten waren grappig, absurd en lachwekkend en ik ben
benieuwd hoe een hele show in elkaar zou zitten.
De drie finalisten
gaan nog op een finalistentour. Ik zou je aanraden te gaan kijken.
Minder bejaarden, meer bier! Of, uh, nou ja, cola mag ook.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
2014,
Blonde jongens en Tim,
cabaretfestival,
Groningen,
Groninger Studenten Cabaret Festival,
gscf,
Pieter Verelst,
Sietse Manning,
Stadsschouwburg,
voorstelling






























