-->
  • Alles
  • Over
  • Contact
Dit zijn alle posts in de categorie 'Youp van 't Hek'!
Posts tonen met het label Youp van 't Hek. Alle posts tonen

donderdag 31 december 2015

'Een heel grappige dominee'

De oudejaarsconference bestaat meer dan vijftig jaar. De traditie begon met Wim Kan, vanavond is het de beurt aan Herman Finkers. Wat maakt deze conference zo speciaal?

Oudejaarsconference Wim Kan Youp van 't Hek Freek de Jonge Seth Gaaikema Herman Finkers Guido Weijers
Deze prachtige illustratie is gemaakt door Willemijn Rog.

Voor veel volwassenen is het gevoel van oudjaar onlosmakelijk verbonden met het kijken naar de oudejaarsconference. Terwijl ouders voor de tv op de bank zitten, liggen kinderen in bed en vragen zich af waarom er beneden zo hard gelachen wordt. Het heeft iets magisch. ,,De show van Wim Kan in 1973 heeft enorme indruk op me gemaakt,’’ vertelt Erik van Muiswinkel. ,,Ik was 12 en mocht voor het eerst opblijven.” 37 jaar later zou hij zelf voor het eerst met oudjaar op het podium staan.
In een zoektocht naar de oorsprong en het bijzondere van het fenomeen, ontdekte ik
waarom de oudejaarsconference zo typisch Nederlands is, wat er veranderd is, hoeveel invloed de conference kan hebben en waarom Ronald Goedemondt nooit in zijn eentje met oudjaar op de buis zal zijn.

Waarom de oudejaarsconference zo typisch Nederlands is

“Een oudejaarsconferencier is in zekere zin een heel grappige dominee”
Al meer dan een halve eeuw bestaat het verschijnsel. ‘Wat maakt de oudejaarsconference zo typisch?’ vraag ik Kathleen Warners. Warners is hoofd amusement bij de VARA en bepaalt zo al jaren welke cabaretier 31 december op televisie te zien is. ,,De conferencier bespreekt de actualiteit,” zegt ze, ,,hij laat lachen, blikt terug, en biedt troost. En er wordt vooruit gekeken, ‘oké we kunnen weer verder’.”

,,Hoewel er veel veranderd is in de loop der tijd, is er minstens één ding hetzelfde gebleven,” vertelt Peter Voskuil. Een paar jaar geleden schreef hij een boek over de geschiedenis van de oudejaarsconference. ,,Gebleven is de behoefte om op oudjaarsavond terug te kijken of het afgelopen jaar. Om daarover te mijmeren, erom te lachen en subtiel een spiegel voorgehouden te krijgen.’’ Het pas perfect bij onze calvinistische inslag. ,,Vroeger ging Nederland massaal naar de kerk op die avond. In zekere zin is de oudejaarsconferencier een heel grappige dominee.”

De conference is niet los te denken van de publieke omroep. ,,Nederland 1, ergens tussen zeven en twaalf, dat is the place to be,” zegt Erik van Muiswinkel. Eigenlijk is het zelfs niet los te denken van de VARA. ,,We hebben het gewoon geclaimd,” lacht Warners. En inderdaad, verreweg de meeste zijn door de VARA uitgezonden. Het was ook bij die omroep dat het allemaal begon.

Waarom oudjaar sinds 1954 nooit meer hetzelfde is

“6,5 miljoen kijkers, waarderingscijfer 8.8”
De allereerste oudejaarsconference werd 1954 uitgezonden op de radio. Wim Kan, überhaupt al de uitvinder van het genre cabaret, krijgt van de VARA een uur helemaal voor zich alleen. Wat praatjes en wat liedjes op oudjaarsavond, een nieuwe traditie is geboren.

In 1973 maakte hij in navolging van Seth Gaaikema de overstap naar televisie. Die show, ‘Zuinig over de drempel’, is de grote favoriet van Van Muiswinkel. ,,Ik was toen twaalf en mocht voor het eerst opblijven.” En ook Peter Voskuil zal het nooit meer vergeten, want Wim Kan was in topvorm en de conference een triompf. Er waren 6,5 miljoen kijkers en het waarderingscijfers was een gigantische 8,8. ,,Deze oudejaarsconference werd de blauwdruk voor alle volgende. Nederland zat middenin de oliecrisis en er leken donkere tijden aan te komen. In zijn algemeenheid geldt sowieso: hoe meer ellende in een jaar, hoe beter de oudejaarsconference.”

‘De Openbaring’ van Freek de Jonge in 1982 heeft het genre daarna een stap verder gebracht. De oudjaarsconference werd sneller en anders in beeld gebracht en het tempo van spelen ging enorm omhoog.” Later kwamen Youp van ’t Hek en Lebbis en Jansen, the rest is history.

Opvallend in het rijtje conferences van afgelopen jaren, zijn die van Erik van Muiswinkel en consorten. In 2010 en 2012 maakte hij een show samen met respectievelijk zeven en zes andere cabaretiers, waaronder Sanne Wallis de Vries, Niels van der Laan en Jeroen Woe. Dat idee kwam in overleg met Kathleen Warners. Van Muiswinkel: ,,Ik was absoluut niet bereid om het alleen te doen, ik was toen geen solocabaretier, ik had altijd met een ploegje gewerkt.” De nieuwe vorm bleek heel goed te werken en leidde tot positieve reacties. ,,Maar de kijkcijfers waren matig, nog geen twee miljoen. Het is toch ook een kwestie van namen.”

Hoe Kan het CDA laat verliezen en Youp Buckler vermoordt

“Wim Kan had een enorme hekel aan Dries van Agt”
 Toen Kan voor het eerst op tv was, waren er meteen 6,5 miljoen kijkers. Dat is gegroeid tot 7,4 miljoen op zijn top. ,,Vanaf toen zijn de kijkcijfers alleen maar gedaald,” zegt Voskuil. Hij wordt er een beetje weemoedig van. ,,Youp is tegenwoordig de enige die nog een echt meervoudig miljoenenpubliek weet te trekken, andere oudejaarsconferences trekken hooguit een miljoen of zelfs maar een paar honderdduizend kijkers.” Vroeger keek heel Nederland dezelfde conference, nu is genre verwaterd. ,,Wat er nu gezegd wordt is van veel minder importantie dan in de tijd van Wim, Freek en Youp”. Voskuil pleit dan ook voor een conferencier des vaderlands.

,,Dat nationale gevoel uit 1973 zal niet meer terugkomen,” beaamt Erik van Muiswinkel, ,,het hele land keek toen naar Wim Kan. Niemand vond hem te links of te rechts. Geen sprake van.” Toch blijft Van Muiswinkel wel optimistisch over het genre. ,,We zijn cultureel uiteen gevallen, maar de behoefte aan de oudejaarsconference zal altijd blijven.”

Ook Freek de Jonge voelt dat er iets veranderd is. ‘Waarom was het vroeger zo leuk?’ vraag ik. Hij antwoordt dat er toen door de exclusiviteit een bepaalde sfeer omheen ging. ,,Nou dat is inmiddels voorbij.” Op de vraag wat hij vindt van de recente shows van bijvoorbeeld Youp van ’t Hek, Theo Maassen en Erik van Muiswinkel, antwoordt hij enkel, ,,daar ga ik niets over zeggen”. Hij piekert er niet over om ooit nog zelf met oudjaar het podium om te stappen. ,,The magic is gone.”
Vroeger was het beter. Dat de conferencier toen enorme invloed had, bewijst Wim Kan in 1967. Kan had een enorme hekel aan CDA-politicus Dries van Agt en dat liet hij merken ook. Voskuil: ,,Hij heeft hem heel vilein de verkiezingen laten verliezen dat jaar.”

,,Youp over Buckler was natuurlijk ook onvergetelijk,” voegt Warners toe. In 1989 heeft Van ’t Hek in één avond zo de gek aan gestoken met drinkers van het alcoholvrije bier dat dat het einde betekende van Buckler, dat onderdeel van Heineken was. ,,Hoewel het het bedrijf miljoenen heeft gekost, heeft Freddy Heineken hartelijk moeten lachen om de oudejaarsconference,” vertelt Voskuil.
De invloed heeft ook een keerzijde. ,,Dieptepunt vind ik de dreigementen aan het adres van Youp van 't Hek in 1999,” zegt Voskuil. Er waren zoveel mensen die aangaven de uitzending te zullen verstoren, dat hij de conference niet live heeft kunnen doen. Ook nu komt het voor dat mensen niet zo blij zijn met een grapje. Nadat cabaretduo Van der Laan en Woe in de show van Erik van Muiswinkel in 2010 een sirtakilied over de hulp aan Griekenland zongen, vertaalde iemand de tekst in het Grieks en kregen ze ernstige bedreigingen.

Waarom Ronald Goedemondt de oudejaarsconference nooit zal doen

“Theo Maassen kostte heel veel moeite”
Zolang er geen conferencier des vaderlands is, zullen er soms meerdere conferences per jaar zijn. ‘Op basis van wat wordt gekozen wie die voor de VARA doet?’ vraag ik Kathleen Warners. ,,De conferencier moet het jaar behandelen én bij de VARA passen,’’ antwoordt ze, ,,het moet grappig zijn, maar het moet ook zeker inhoud hebben.”

Guido Weijers, die conferences op de commerciële zenders houdt, zal nooit bij de VARA uitgezonden worden. ,,Het is een wereld van verschil. Hij heeft ook wel inhoud, maar andere inhoud. Dat is meer stand up.’’ En ook André Manuel, voor wie ze enorme bewondering heeft, zal er niet te zien zijn. Te grof. ,,Als je hem in het theater ziet, weet je wat je kunt verwachten, maar je kunt het niet zomaar de ether opknallen. Dat is niet verantwoord. Er zit toch een VARA-keurmerk op.’’

Ook op een oudejaarsshow van Ronald Goedemondt hoef je niet te hopen. Niet omdat het bij de VARA is, maar omdat het over de actualiteit gaat. ,,Hij wil zoiets ook niet, dat is niet wat hij doet.” Warners heeft naar eigen zeggen nog nooit iemand gevraagd die het niet wilde. Al kostte Theo Maassen wel heel veel moeite. ,,Meerdere keren dacht hij dat hij er niet uitkwam, dat hij het niet kon.” Uiteindelijk is het gelukt en was Warners onder de indruk van het resultaat. ,,Hij zei dat hij het nooit meer wilde doen. Later vroeg ik hem, ‘als ik je over een paar jaar weer bel, neem je dan ten minste de telefoon op?’ Nou ja, dat deed hij dan wel.” Ze lacht.

Geen Guido, geen André, geen Ronald dus. Maar wie dan wel? Warners is terughoudend met haar antwoord, maar Van Muiswinkel hoeft niet lang na te denken. ,,Eigenlijk hoop ik gewoon wijzelf. Dan kunnen we bewijzen dat het een vorm is die erg levensvatbaar is. Een muzikale en afwisselde inhoudelijke oudejaarsconference, moet het worden.” Voskuil heeft zijn hoop gevestigd op Hans Teeuwen. ,,Hij is denk ik van de huidige generatie cabaretiers ook het meest relevant als het om maatschappelijke issues gaat.”

Maar eerst Herman Finkers

“Herman Finkers is denk ik in aanleg niet geschikt”
Peter Voskuil is erg benieuwd naar de conference van Finkers vanavond. ,,Je moet er als cabaretier wel geschikt voor zijn. Herman Finkers is dat denk ik in aanleg niet. Maar dat kan ook weer heel verfrissend zijn juist.”

Kathleen Warners kijkt er erg naar uit. ,,Herman Finkers maakt wel betrokken cabaret. Een oudejaarsconferencier moet de tijdgeest pakken, maar dat hoeft niet per se aan de hand van specifieke gebeurtenissen. Alle grote thema’s van het jaar zullen terugkomen, maar hij zal niet alles expliciet noemen.” 

Erik van Muiswinkel verwacht dat het heel mooi wordt, algemeen geldig en tijdloos. ,,Hij is natuurlijk een allergeestigste cabaretier, maar ook filosoof. Hij is wel de man die rust breng.” De uitzending vanavond zal helemaal live zijn. Om het gevoel van oudjaar te versterken.  

Dit artikel verscheen op 31 december 2015 in iets gewijzigde vorm in de Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden.

Lees hier waar mijn fascinatie voor dit fenomeen vandaan komt:



maandag 16 november 2015

Toen het mis ging


Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd. Tot vervelens toe denk ik bij zinnen, momenten en gebeurtenissen aan toepasselijke liedjes. De afgelopen dagen was dat niet anders. Maar waar ik normaal regelmatig ‘mooi, om te janken zo mooi’ neurie, zocht ik nu koortsachtig naar troostende teksten. Zeven mooie kleinkunstnummers doemden op, na het zien van het nieuws, na het fietsen langs de blauw-wit-rode Martinitoren, of zomaar opeens, samen met een brok in mijn keel. Van Maarten van Roozendaal tot Typhoon.

Hier de Spotify-lijst, als je een mooie Nederlandstalige aanvulling heb, vroeg ik het graag toe. Stuur me een facebookbericht of  e-mail.

Toen het mis ging - Yentl en de Boer


Red mij niet - Maarten van Roozendaal


Woorden - Bram Vermeulen

Recht in de ogen - De Dijk

Verloren tijd - Maarten Ebbers

Wat is de vraag? - Youp van 't Hek

Hemel valt - Typhoon


dinsdag 27 oktober 2015

Je bent niet grappiger, echt niet


Youp van 't Hek Komt Een Konijn Bij De Bakker
Zo werkt het dus niet

Graag zou ik deze column willen beginnen met een citaat van ELKE meester, juf, leraar en lerares. Een zin die ik als kind verschrikkelijk vond, omdat het samen met ‘daar is het gat van de deur’ tot de grootste klasclichés behoorde. Een zin waar ik vroeger de kriebels van kreeg, - nog steeds trouwens - maar waar ik de afgelopen jaren steeds meer begrip voor heb gekregen. Oké, dit is ‘m:
Welk gedeelte van ‘houd je mond’ begrijpen jullie niet?
Afschuwelijk vond ik het als een leraar dat zei, maar steeds vaker heb ik de neiging hem ook te gebruiken. Niet in de klas, maar in het theater. Er zijn klaarblijkelijk mensen die geen enkel gedeelte van ‘houd je mond’ begrijpen. Dat is niet eens alleen irritant, ook gewoon gênant.

Ik ben de afgelopen jaren bij veel cabaretvoorstellingen geweest in erg veel verschillende plaatsen. Het publiek in Arnhem is niet hetzelfde als in Hilversum en het publiek in Amsterdam niet hetzelfde als in Groningen, maar in elk publiek zit altijd in ieder geval één iemand die het principe van een voorstelling niet helemaal begrijpt. Mocht je twijfelen, het werkt doorgaans zo:
     Cabaretier: praat
     Publiek: houdt zijn mond of lacht
(Wanneer je je mond houdt en wanneer je lacht is niet helemaal random verdeeld, maar dat is alweer een stap verder. Voor nu is ‘je mond houden’ het belangrijkst.)

"Tegen hen zou ik willen zeggen: het hoeft niet, echt niet"

Klinkt voor de hand liggend? Mooi, dan is het nu wij tegen hen. Want er zijn toch nog twee categorieën mensen die het niet begrijpen.
  1. Zij die hardop antwoorden op retorische vragen en te enthousiast beamen. Dat is vooral gênant, omdat ik vaak de indruk heb dat ze het echt niet in de gaten hebben. Tegen hen zou ik willen zeggen: dat hoeft niet, echt niet.
  2. Zij die proberen bijdehand uit de hoek te komen. Dat is vooral irritant omdat ze de voorstelling verstoren. Tegen hen zou ik willen zeggen: Je bent niet grappiger dan die gast op het podium, echt niet. 
Nooit zeg ik tegen hen “Welk gedeelte van ‘houd je mond’ begrijp je precies niet?” Ik blijf altijd bang dat het opgevat wordt als een niet-retorische vraag of – nog erger – dat ik een bijdehand antwoord krijg.


vrijdag 20 maart 2015

Bedankt voor die bloemen




Wat moet een cabaretier toch met al die bloemen die hij krijgt na een voorstelling? Jeroen Woe, Youp van ’t Hek, Wim Helsen, Pieter Derks en anderen nemen de bosjes graag in ontvangst. ,,Geven is altijd goed, ontvangen ook.’’

In het theater heb je niet zoals in de bioscoop een aftiteling. Lastig, juist na een indrukwekkende cabaretvoorstelling kun je toch niet zomaar, bam, de lampen aandoen en in gesprek raken met je vrienden alsof er niks gebeurd is? Gelukkig is een voorstelling nooit bam afgelopen. Rondom het einde zit een tamelijk vaste procedure met als hoogtepunt de bloemen.
Die bloemen zijn een merkwaardig fenomeen. Ervan uitgaande dat het theaterseizoen loopt van september tot juni, 9 maanden dus, en dat een cabaretier zo’n 12 keer per maand op de planken staat, krijgt een artiest 9 x 12 = 108  bossen bloemen per jaar! Hon-derd-acht! Verjaardags- en prijswinbloemen niet meegerekend. Dat vind ik veel. Als je die allemaal schuin af moet snijden en in lauwwarm water zetten, houd je geen tijd meer over. En geen plek in je huis. Wat moet je ermee?
Op internet ging ik op zoek naar informatie over deze gewoonte. Dat mislukte jammerlijk, want mijn zoekresultaten werden gedomineerd door stukjes over Karin Bloemen. Daarom besloot ik het de cabaretiers zelf maar te vragen. En ik kreeg heel leuke antwoorden. “De volgende keer in Heerenveen of Drachten krijg jij mijn bloemen!” zei Youp van ’t Hek. Verder vertelden ze van alles. Dat ze soms helemaal geen bloemen krijgen. Of ze zelf moeten betalen. En zijn de bloemen eigenlijk wel voor de artiesten? Of misschien meer voor het publiek?

"Of mijn technicus krijgt ze mee om zijn vrouw blij mee te maken"

,,Ik vind het heel fijn om een huis vol bloemen te hebben’’, begint Carolien Borgers. Ze is dan ook blij als ze een boeket krijgt. Een half bosje vaak, want de meeste theaters denken dat ze alleen op het podium staat. ,,De gitarist krijgt de andere helft. De bos hebben ze vlak voor het einde van de voorstelling nog driftig uit elkaar gehaald en er twee bosjes van gemaakt. Meestal erg karige bosjes, maar dat vind ik ook wel ontroerend.’’ Hoe klein ook, ze neemt het mee naar huis. ,,Fijne bijkomstigheid: mijn gitarist houdt niet van bloemen dus ik krijg die van hem ook altijd mee.’’
Ook Pieter Derks zet ze thuis in een vaas. ,,Of mijn technicus krijgt ze mee om zijn vrouw blij te maken.’’ Niet iedereen neemt ze altijd mee. Jeroen Woe zegt schuldbewust: ,,De eerste uitdaging is om ze niet te vergeten! Soms laten we ze per ongeluk liggen in de kleedkamer, dat is natuurlijk niet zo beleefd.’’

Meenemen hoeft niet per se. Je kunt ze ook weggeven, een tactiek die menig cabaretier hanteert. Aan de dame van de artiestenfoyer (Youp van ’t Hek), aan een knap meisje op de eerste rij (Pepijn Schoneveld) of aan ,,de persoon die ik medeplichtig heb gemaakt aan de voorstelling.’’ (Wim Helsen).

"Ik moest mijn bloemen zelf betalen"

,,Geven jullie een artiest altijd bloemen na een voorstelling?’’ Vroeg ik meerdere theaters. ,,Ja’’, zegt De Lawei. ,,Ja, altijd’’, antwoordt het Posthuistheater in Heerenveen. Ook Carré in Amsterdam geeft altijd bloemen bij de eerste voorstelling of première. Maar niet alle theaters geven bloemen. Sommige theaters reageren desgevraagd dat ze er simpelweg de financiële middelen niet voor hebben. Geen bloemen is dan een oplossing, maar je kunt het ook anders aanpakken.
Theater Bellevue in Amsterdam is daar berucht om. Pepijn Schoneveld kreeg na zijn première wel bloemen, maar die moest hij zelf betalen. Een dergelijk verhaal komt de Vlaamse komiek Wouter Deprez bekend voor. ,,Jaaa’’, roept hij uit wanneer ik hem ernaar vraag. ,,Daar hebben ze wisselbloemen, die moet je teruggeven. Dat zijn plastic bloemen, die liggen daar bovenop een kast en die stoffen ze voor de voorstelling even af.’’

Andere theaters geven iets anders, meestal een streekproduct. In Naaldwijk geven ze een kistje groenten, in Tiel appels. Podium Reimerswaal in het Zeeuwse Rilland heeft jaren een T-shirt met daarop Vrienden van de mossel gegeven. Een woordvoerder: ,,Er zijn cabaretiers die ermee gingen stappen in Amsterdam (Leo Alkemade en Roel Bloemen). Dat leidde tot grote hilariteit.’’ Rode wijn is ook een populair bedankje. ,,Dat vinden we altijd erg leuk’’, zegt Jeroen Woe. ,,En soms krijgen we een fles speciaalbier, dat is natuurlijk het allermooist.’’

"Wij noemen geen namen"

Dat de bloemen gegeven moeten worden ná de voorstelling, daar is iedereen het wel over eens. Maar wanneer precies lijkt nog best lastig. In Carré wordt het moment bepaald door de toneelmeester. In het Posthuis wordt er vooraf gewaarschuwd: ,,als er dit of dit gezegd of gedaan wordt, dan zijn we nog vijf minuten verwijderd van het einde.’’ Meestal geeft de techniek een seintje. Dat moment is niet altijd even gelukkig, vindt Jeroen Woe. ,,Dat het publiek net besluit dat het wel lang genoeg geklapt heeft en dat dan nog eens die bloemen komen. Wij blijven vriendelijk lachen, maar in de zaal zie je de mensen kijken van: schiet es op joh, we krijgen pijn in de handen!’’

Rigt Oostenbrug, van de Lawei in Drachten, werkte voorheen in de horeca van De Oosterpoort in Groningen. Bloemen geven behoorde af en toe tot haar taak. Dat was geen probleem, tot ze een bos aan Vincent Bijlo moest overhandigen en niet wist dat hij slechtziend was. ,,Toen ik het toneel op kwam liep hij af, en dus liepen wij tot twee keer toe achter elkaar aan over het toneel.’’
Pieter Derks pleit voor een duidelijke geefinstructie. ,,Dat zowel artiest als bloemenmeisje weten of er gezoend wordt, of een hand geschud, of alleen maar overhandigd. Nu sta ik vaak toch anderhalf uur te spelen in zenuwachtige afwachting van dat ongemakkelijke moment tijdens het slotapplaus.’’
Alle cabaretiers genoemd in dit verhaal geven aan dat ze het fijn vinden om bloemen te krijgen. Carolien Borgers: ,,De traditie geeft voor mij aan dat mensen blij zijn dat je gekomen bent, dat je het publiek een goede avond hebt bezorgd.’’ Toch heeft Theater Carré ook andere ervaringen. Daar gaat de anekdote dat een beroemde artiest – ,,wij noemen geen namen’’ – de bos weigerde omdat zij het boeket te veel vond ruiken.

"Zonder bloemen ga ik ook door met spelen"

Maar zijn de bloemen wel echt voor de artiest? ,,Het is in onze beleving bijna meer iets voor het publiek dan voor de artiest.’’ Jeroen Woe daarover: ,,Als we een keer geen bloemen krijgen, vragen mensen in de foyer ons na afloop of we dat niet stom vonden, dat we geen boeketje kregen.’’ Dat is ook wat ze bij theater Geert Teis in Stadskanaal zeggen, ,,dat het de avond voor het publiek compleet maakt.’’

Bloemen als bedankje voor de artiest of als vervanging van de aftiteling voor het publiek. Het maakt ook niet zoveel uit, het is een mooie gewoonte. ,,Zonder bloemen ga ik ook door met spelen’’, zegt Youp van ’t Hek. ,,Geven is altijd goed, ontvangen ook,” aldus Wim Helsen. Pieter Derks: ,,Een goede, dikke, vette, kleurrijke bos bloemen, gebracht door een goedlachse dame van het theater, daar kan niemand tegen zijn.’’ Al wordt het soms een beetje veel. Als ik aan het eind van mijn vragenlijstje vraag of de cabaretier verder nog iets kwijt wil, antwoordt Jeroen Woe: ,,Bloemen. Een bos of 6. Iemand?’’

De oogst van één week in de vensterbank van Jeroen Woe.

Dit artikel verscheen op 19 maart 2015 in de cultuurbijlage van de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.

Lees hier het voorafgaande stukje.


zondag 1 februari 2015

Omschakelingsbloemen


Er bestaan mensen die, als ze een film hebben gekeken in de bioscoop, metéén, zodra het muziekje van de aftiteling begint te spelen, opstaan, hop, hun jas grijpen, hun frisdrankbeker onder de arm klemmen en de zaal uitlopen. ‘Prachtige film!’ Dat snap ik niet. Ik snap niet hoe ze dat kunnen en heb bewondering voor hun klaarblijkelijk pijlsnelle omschakelingsvermogen. Als ik een film heb gezien, staar ik daarna ademloos en zo lang mogelijk naar de aftiteling. Tot de zaal bijna leeg is, pas dan sta ik op. Ik heb even (oké, best lang*) nodig om de film te verwerken en tot me door te laten dringen dat er ook nog een wereld is, en ik een leven heb.

In het theater heb je over het algemeen geen aftiteling. Lastig, juist na een indrukwekkende voorstelling kun je toch niet zomaar, bam, de lampen aandoen en in gesprek raken met je vrienden alsof er niks gebeurd is? Gelukkig is een voorstelling nooit bam afgelopen. Er zit een volledige en tamelijk vaste procedure omheen. Kort samengevat gaat die zo:

1. Artiest spreekt laatste woorden van de voorstelling (publiek in verwarring, is het nou afgelopen?)
2. Lampen gaan uit (ja dus)
3. Publiek gaat klappen
4. Lampen gaan weer aan
5. Artiest buigt en doet een halfslachtige armbeweging richting licht en geluid
6. Publiek gaat staan
7. Artiest buigt nog eens
8. Artiest rent coulissen in
9. Publiek blijft klappen
10. Artiest rent (verrassing!) weer terug en buigt nog maar een keer
11. Medewerker van het theater loopt op met een bosje bloemen
12. Medewerker van het theater wordt opgemerkt door artiest in kwestie en geeft de bloemen (al dan niet met een hand of drie zoenen) aan de artiest
13. Artiest buigt, zwaait met bosje bloemen, en verdwijnt in de coulissen
14. Lampen in zaal gaan aan

En pas dan is het afgelopen. Pas dan stromen de mensen de rijen uit, op weg naar het bier, en ben ik enigszins in staat mijn medetheatergangers aan te kijken en iets uit te brengen. ‘Wow.’ Bijvoorbeeld.

Zo gaat het altijd (soms komt er nog een toegift, een beetje verwarrend vind ik, maar gemakkelijk in te voegen tussen nr. 12 en 13) en ik ben blij dat er tijd wordt ingeruimd voor omschakeling. Voor de artiest lijkt het me ook fijn. Niet in één keer bam klaar met voorstelling, maar rustig in 14 stapjes kunnen veranderen van geconcentreerde artiest in jezelf.

Youp van 't Hek met bloemenmeisje Mariska
Er is eigenlijk maar één ding dat ik niet begrijp ik aan deze hele gang van zaken, en dat is stap 11 en 12, het bosje bloemen. Ik vind het een vriendelijk gebaar hoor, maar wat moet je in vredesnaam met al die bloemen? Ervan uitgaande dat het theaterseizoen loopt van september tot juni, 9 maanden dus, en dat een cabaretier zo’n 12 keer per maand op de planken staat, krijgt een artiest 9 x 12 = 108  bossen bloemen per jaar! Hon-derd-acht! Verjaardags- en prijswinbloemen niet meegerekend. Dat vind ik veel. Als je die allemaal schuin af moet snijden en in lauwwarm water zetten, houd je geen tijd meer over. En geen plek in je huis. Wat moet je ermee?

Gelukkig is er uitkomst. Jeroen Woe, Youp van 't Hek, Wim Helsen, Pieter Derks en anderen geven antwoord op mijn o zo prangende vragen. Lees hier de post!

* Dezelfde afwijking ook met televisie. Ik kan niet eens goed een avond voor de tv hangen. “Niet in de laatste plaats omdat ik vaak zó meeleef dat ik na anderhalf programma kapot ben.”