Door het wonderlijke algoritme van YouTube kwam ik terecht op een AVRO-documentaire uit 2000 over Harry Bannink. “Muziek: Harry Bannink.” Een documentaire die me qua beeldverhouding, pixels en montage eraan deed denken dat het jaar 2000 erg lang geleden is, maar een documentaire waar ik desalniettemin ingezogen werd en die ik ademloos afkeek.
Het filmpje was duidelijk geüpload voor een nichepubliek. Nog geen 24 000 views, waarvan 87 likes (twee dislikes) en 13 reacties. De kijkers moeten wel Bannink-fans zijn. Al voelt 'fan' als een totaal ongeschikt woord, omdat het niet past bij de bescheidendheid van de man, en eigenlijk ook niet bij de briljantheid van zijn composities. Bewonderaars misschien, liefhebbers. ‘Wat een bijzondere man’, moeten de andere kijkers met mij gedacht hebben, ‘en wat een indrukwekkend oeuvre.’ Wellicht overbodig om te vermelden: alle 13 reacties drukten ontzag uit voor dhr. Bannink. Allemaal.
Maar hoe kan het dan – en dit verwonderde alsmede versloeg me – hoe kan het dan dat als je die hele documentaire hebt gekeken (50 minuten lang, je vond hem mooi, je vindt Bannink bijzonder), hoe kan het dan dat je het tóch voor elkaar krijgt een negatieve reactie te plaatsen? Hoe?
Iemand schreef: “Tjonge, wat mogen wij ons in de handen knijpen met mensen als Bannink en Wilmink. Daar had Nederland nog wel iets dankbaarder voor mogen zijn ipv altijd maar de oren te laten hangen naar de Angelsaksische cultuur.”
Waarom schrijf je dat? Ik snap wat er staat, maar het stelde me zo teleur. Ik moest denken aan een zin uit een voorstelling van Van der Laan en Woe, een zin die de televisie-uitzending volgens mij nooit heeft gehaald: “Waarom kan iets dat mooi is niet gewoon even bestaan?”
Een terechte vraag. Laat wat mooi is in godsnaam eens even gewoon bestaan. Voor wat het is. En als je dat niet kan opbrengen, bewonder of haal je schouders op in stilte. Dat mag ook. Echt.
P.S. De Grote Harry Bannink Podcast van Gijs Groenteman (die je moet luisteren) is op tour door de theaters van Nederland (waar je heen moet). Ik zag het vorig jaar in De Kleine Komedie en het was zo leuk en niemand zei iets stoms. In 2020 gaat ie weer touren.
woensdag 9 oktober 2019
Laat het
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
column,
Harry Bannink
woensdag 30 januari 2019
Spect goon - Op Maarten
Het is gevaarlijk om zo uit te kijken naar een voorstelling. Om toelevend naar de dinsdagavond steeds hogere verwachtingen op te bouwen waaraan - daar ben je je angstvallig van bewust - onmogelijk nog voldaan kan worden. Het risico op een per ongelukke ‘mwah’, misschien het risico dat er iets van je afgepakt wordt. Dat risico moet je soms nemen.
‘Op Maarten’, in De Kleine Komedie. Egon Kracht, Marcel de Groot, Wilko Sterke, Paul de Munnik, Lucretia van der Vloot, Jan-Paul Buijs, Jeroen Zijlstra en Hans Sibbel proostten ruim vijf jaar na zijn dood op het leven en werk van Maarten van Roozendaal. Een eerbetoon in liedjes en verhalen, dat hij verdient en dat wij nodig hebben. Wat. Een. Avond.
Die band. Egon Kracht op contrabas en Marcel de Groot op gitaar: een aangrijpend vertrouwd geluid. Eén akkoord, één basloopje spelen ze, en je weet precies welk nummer het is, - je schrikt even dat het dus zonder Maarten - je gaat op in de muziek. Wilko Sterke op piano en saxofoon sluit daar naadloos bij aan. Ze dragen de avond.
Die zangers. Natuurlijk, het zijn goede zangers, dat wist ik van tevoren ook. Maar dat ze met zoveel concentratie en gepaste eigenheid de liedjes konden brengen, overdonderde totaal. Ze leken allemaal een stukje van Maarten. Zijn bravoure, zijn timing, zijn grijns. En ondertussen straalden ze van respect, ze wáren niet Maarten, ze waren grote bewonderaars van Maarten, die er nog niet aan zouden denken om zijn liedjes met de Franse slag uit te voeren.
En dan, die zaal. Er is natuurlijk geen betere plek voor een toost op Maarten dan De Kleine Komedie. Daar waar hij avonden lang speelde, aan de bar hing, en waar nu een prachtig portret hangt. De voltallige 502 bezoekers-tellende zaal kolkte van liefde.
Het was zo’n mooie avond, ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik had het gevoel dat de woorden nu echt op waren. Het is gevaarlijk om iets te schrijven over een avond die je zoveel doet. De kans dat je precies opschrijft wat je bedoelt, is nihil. Maar ik neem het risico graag. Gijpje wat ik doel, gijpje?
‘Op Maarten’, in De Kleine Komedie. Egon Kracht, Marcel de Groot, Wilko Sterke, Paul de Munnik, Lucretia van der Vloot, Jan-Paul Buijs, Jeroen Zijlstra en Hans Sibbel proostten ruim vijf jaar na zijn dood op het leven en werk van Maarten van Roozendaal. Een eerbetoon in liedjes en verhalen, dat hij verdient en dat wij nodig hebben. Wat. Een. Avond.
Die band. Egon Kracht op contrabas en Marcel de Groot op gitaar: een aangrijpend vertrouwd geluid. Eén akkoord, één basloopje spelen ze, en je weet precies welk nummer het is, - je schrikt even dat het dus zonder Maarten - je gaat op in de muziek. Wilko Sterke op piano en saxofoon sluit daar naadloos bij aan. Ze dragen de avond.
Die zangers. Natuurlijk, het zijn goede zangers, dat wist ik van tevoren ook. Maar dat ze met zoveel concentratie en gepaste eigenheid de liedjes konden brengen, overdonderde totaal. Ze leken allemaal een stukje van Maarten. Zijn bravoure, zijn timing, zijn grijns. En ondertussen straalden ze van respect, ze wáren niet Maarten, ze waren grote bewonderaars van Maarten, die er nog niet aan zouden denken om zijn liedjes met de Franse slag uit te voeren.
En dan, die zaal. Er is natuurlijk geen betere plek voor een toost op Maarten dan De Kleine Komedie. Daar waar hij avonden lang speelde, aan de bar hing, en waar nu een prachtig portret hangt. De voltallige 502 bezoekers-tellende zaal kolkte van liefde.
Het was zo’n mooie avond, ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik had het gevoel dat de woorden nu echt op waren. Het is gevaarlijk om iets te schrijven over een avond die je zoveel doet. De kans dat je precies opschrijft wat je bedoelt, is nihil. Maar ik neem het risico graag. Gijpje wat ik doel, gijpje?
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
woensdag 5 december 2018
Liefde, dood en zwaartekracht
Het zal niet anders zijn dan dat Peter van Rooijen maandagavond overladen is met complimenten. Hij speelde zijn voorstelling ‘Liefde, dood en zwaartekracht’ in De Kleine Komedie in Amsterdam. Toch ga ook ik nog even iets schrijven. Niet omdat ik denk dat mijn mening belangrijker is dan die van zijn dierbaren, of van de recensenten, maar omdat ik vind dat het vaker gezegd moet. En ik het niet kan laten.
Oké, waar zal ik beginnen. Het was op zich geen verrassing voor me dat hij als tekstschrijver steengoed is. Hij heeft eerder een prachtige cd gemaakt en ik zie hem regelmatig bij Het Nieuwe Lied. Ik heb erg veel bewondering voor de zorgvuldigheid van zijn woorden. Ze zijn echt nooit cliché, nooit vergezocht en nooit pathetisch. Ze lijken bijna vanzelfsprekend, terwijl ze ondertussen heel nauwgezet een situatie, sfeer en gevoel neerzetten. Een meervoudige sfeer meestal. Liefdevol maar een beetje wrang, grappig maar een beetje tragisch. Zo is de zin ‘En het hondje likt het raam’ tegelijkertijd simpel en alleszeggend.
Gisteren las ik toevallig een artikel van Ellen Deckwitz waarin ze ingaat op het vaak verzuchte ‘waarom zeggen dichters niet gewoon wat ze bedoelen?’ Nee, zegt zij, dichters zeggen niet ‘gewoon’ wat ze bedoelen, omdat ze precíes zeggen wat ze bedoelen. Dat geldt ook voor Peters teksten.
Maar liedjes zijn niet alleen tekst. Liedjes zijn ook muziek. Daar heb ik minder vocabulair voor, behalve dan dat ze, nou ja, erg mooi zijn. Op een of andere manier krijgt hij het voor elkaar dat ze de tekst exact ondersteunen en aanvullen. Dat ze allemaal anders zijn, en precies kloppen.
Dat ik dit alles eigenlijk al wist, deed niet af aan mijn omvergeblazenheid van maandagavond. Dat komt door de vorm. In deze vorm, met deze arrangementen, deze band, en, niet te vergeten, dit lichtplan, krijgen de liedjes de volheid en nuance die ze verdienen. En de presentatie die Peter verdient.
Ik was deze blog een beetje vergeten, maar toen ik maandagavond thuis kwam zat mijn hoofd er zo vol van dat ik het als vanzelf opschreef. Het was even nodig.
Oké, waar zal ik beginnen. Het was op zich geen verrassing voor me dat hij als tekstschrijver steengoed is. Hij heeft eerder een prachtige cd gemaakt en ik zie hem regelmatig bij Het Nieuwe Lied. Ik heb erg veel bewondering voor de zorgvuldigheid van zijn woorden. Ze zijn echt nooit cliché, nooit vergezocht en nooit pathetisch. Ze lijken bijna vanzelfsprekend, terwijl ze ondertussen heel nauwgezet een situatie, sfeer en gevoel neerzetten. Een meervoudige sfeer meestal. Liefdevol maar een beetje wrang, grappig maar een beetje tragisch. Zo is de zin ‘En het hondje likt het raam’ tegelijkertijd simpel en alleszeggend.
Gisteren las ik toevallig een artikel van Ellen Deckwitz waarin ze ingaat op het vaak verzuchte ‘waarom zeggen dichters niet gewoon wat ze bedoelen?’ Nee, zegt zij, dichters zeggen niet ‘gewoon’ wat ze bedoelen, omdat ze precíes zeggen wat ze bedoelen. Dat geldt ook voor Peters teksten.
Maar liedjes zijn niet alleen tekst. Liedjes zijn ook muziek. Daar heb ik minder vocabulair voor, behalve dan dat ze, nou ja, erg mooi zijn. Op een of andere manier krijgt hij het voor elkaar dat ze de tekst exact ondersteunen en aanvullen. Dat ze allemaal anders zijn, en precies kloppen.
Dat ik dit alles eigenlijk al wist, deed niet af aan mijn omvergeblazenheid van maandagavond. Dat komt door de vorm. In deze vorm, met deze arrangementen, deze band, en, niet te vergeten, dit lichtplan, krijgen de liedjes de volheid en nuance die ze verdienen. En de presentatie die Peter verdient.
Ik was deze blog een beetje vergeten, maar toen ik maandagavond thuis kwam zat mijn hoofd er zo vol van dat ik het als vanzelf opschreef. Het was even nodig.
Luister hier zijn cd op Spotify.
![]() |
| Foto: Jaap van Reedijk |
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Het Nieuwe Lied,
Peter van Rooijen,
voorstelling
maandag 12 februari 2018
Bij nader inzien - Kwestie Gijp
Ik heb er nog even over nagedacht, en ik wil toch iets schrijven over wat in mijn hoofd inmiddels 'Kwestie Gijp' heet. Over René van der Gijp die bij Voetbal Inside voor de grap deed alsof hij voortaan als vrouw door het leven ging, en vooral over de discussie die daarna ontstond. Het is niet dat ik per se de tienduizendste wil zijn met een mening, maar er zijn volgens mij een paar punten in de discussie die van belang zijn. Bij nader inzien wil ik dat toch kwijt. Het is geen gestructureerd betoog. Wel negen punten.
Punt 1: Vooraf
Laat ik vooropstellen dat ik René van der Gijp een gigantische lul vind. Ik vind het van geen enkele smaak getuigen om een zo kwetsbare groep in het algemeen (transgenders) en zo’n kwetsbaar persoon in het bijzonder (Bo van Spilbeeck) belachelijk te maken. Dat is mijn korte mening.
Punt 2: Maar vrijheid van meningsuiting
Er is een belangrijk onderscheid tussen wat ik vind dat je mag zeggen (eigenlijk alles, zolang je de ander niet fysiek bedreigt) en wat ik vind dat je moet zeggen (veel minder, want rekening houden met kwetsbare groepen). Ik vind dat René van der Gijp de grap mocht maken. Maar ik vind ook dat hij het niet had moeten doen. Dat sluit elkaar niet uit. Het discussieverloop ‘Wat een misselijkmakende grap!’ ‘Maar vrijheid van meningsuiting’ is raar, want de uitspraken gaan niet op elkaar in. Volgens mij kun je los van de vraag of iets mag, heel goed bediscussiëren of iets fatsoenlijk is. Het oordeel ‘niet-fatsoenlijk’ mag echter nooit de reden zijn de vrijheid van meningsuiting in te perken, of de uiting op een andere manier taboe te verklaren.
Nota bene, ik vind de term ‘fatsoenlijk’ moeilijk en lelijk. Maar ik weet niet goed hoe ik anders het onderscheid moet noemen.
Punt 3: Vrijheid van kwaad worden
Bovendien, het feit dat iemand de vrijheid heeft (en moet hebben) om kwetsende grappen te maken, houdt ook de vrijheid van anderen in om daar keihard tegenin te gaan. Dat heel progressief Nederland nu woedend over Van der Gijp heen valt is net zo goed toegestaan. En terecht.
Punt 4: Waarom ik vind dat hij de grap niet had moeten maken
Goede grappen maak je over mensen in hoge posities. Machtigen, meerderheden, mensen die er zelf voor gekozen hebben in een publieke functie te verkeren. Het heeft een functie hen te relativeren, te nuanceren, en zij kunnen het hebben. Grappen maak je derhalve niet ten koste van kwetsbare groepen, die het moeilijk hebben en die bovendien geen platform hebben om zich te verdedigen. Transgenders zijn een gigantische kwetsbare groep. De acceptatie is nog ver te zoeken, het aantal transseksuelen met suïcidale gedachten is hoog. Het heeft geen functie hen en hun problemen te relativeren. Het is wellicht grappig voor een paar mensen, maar pijnlijk en naar voor anderen. Anderen nodeloos pijn doen, dat doe je niet. Comedian Ricky Gervais heeft vaak gezegd: ‘It all depends on who’s the target of the joke. The bully or the one being bullied?' (Met dank aan @floorbakhuys voor de quote bij dit inzicht.)
Punt 5: De luizenmoeder
In de Kwestie Gijp is er weinig twijfel over het doelwit van de grap (althans, zie punt 7), maar in andere gevallen is het lastiger. Een veelgehoord argument van Gijp-verdedigers afgelopen week was ‘Maar waarom mag politiek incorrecte humor in De luizenmoeder wel en in VI niet?’ Met daarin, voor mij, doorklinkend: waarom rechtse RTL-presentatoren niet en linkse NPO-makers opeens wel? Ik begrijp die verontwaardiging. Maar, de analyses die De luizenmoeder politiek incorrecte humor toeschrijven, gaan voorbij aan het onderscheid in punt 4. De grappen gaan daar niet over minderheden (de donkere homo, het geadopteerde kind ‘met die oogjes’), maar over de mensen die daar in, in al hun onhandigheid, racistisch of anderszins uitsluitend mee omgaan (Juf Ank). Waarmee het doelwit van de grap faliekant anders is. (Wederom dank aan @floorbakhuys.)
Punt 6: Interpretatie
Wie of wat het doelwit van een grap is, is soms lastig te achterhalen. Dat maakt het moeilijk. Gaat het hier alleen om de intenties van de maker, of speelt de interpretatie ook een rol? Met andere woorden: wat als een deel van het publiek De luizenmoeder leuk vindt om de racistische grappen en voorbij gaat aan de diepere boodschap?
Punt 7: Al die toleranten
Wie is het doelwit precies van de grap van Van der Gijp? In de uiteindelijke grap zijn dat transgenders, of misschien Bo van Spilbeeck alleen. Zij worden geraakt (en gekwetst) door de grap, wat precies de reden is dat ik vind dat Van der Gijp de grap niet had moeten maken. Maar volgens mij komt de grap wel voort uit het afzetten tegen een wel degelijk machtige groep, namelijk de linkse, hoogopgeleide, progressieve en o zo ruimdenkende intellectuelen. Zij die er te koop mee lopen verschrikkelijk tolerant te zijn tegenover bijvoorbeeld homo’s en transseksuelen. Die dat allemaal maar begrijpen. En die in het geval van een intolerante opmerking of grap onmiddellijk reageren met een opgeheven vingertje. Vaak verontwaardigd en diep beledigd. Voor de goede orde: ik ben zo iemand. En ik vind de boze reactie van ‘ons’ op intolerante uitingen verschrikkelijk terecht. Maar ik snap ook de afkeer van anderen, die langzaam het gevoel krijgen niks meer te mogen zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die moeite hebben met het idee van transgenders, die het moeilijk vinden om te begrijpen. En hoewel ik vind dat dat nooit mag resulteren in een grap die minderheden pijn doet, snap ik dat er grappen gemaakt worden die de spanning tussen hen en de tolerante vingertjes ontladen. De beschuldiging dat dergelijke grappen puur en alleen voortkomen uit diepe haat tegen iedereen die anders is, lijkt me daarom iets te kort door de bocht. (Ik zie nu dat Paulien Cornelisse een soortgelijke gedachte mooi en helder formuleert in haar column.)
Punt 8: Wel lachen
Ik vraag me af hoe en of mijn oordeel over of een grap wel of niet kan (dus los van vrijheid van meningsuiting) afhangt van hoe leuk de grap is. Als het een goede grap is, kan er dan meer? Of is dat inherent aan elkaar verbonden en kan ik per definitie niet lachen om een grap die ik in de kern ongepast vind?
Punt 9: Conclusie
Ik zou graag een conclusie schrijven, maar ik heb geen conclusie. Mijn belangrijkste punt: qua vrijheid van meningsuiting mag alles, maar dat geeft de tegenpartij het volste recht om er superkwaad op te reageren en het fatsoen van de ander aan de orde te stellen. Nooit echter om een uitspraak te bieden of taboe te verklaren. De vraag waar ik mee blijf zitten is hoever die kwade reactie mag gaan. Kun je zeggen dat VI van de buis moet? Oproepen tot een boycot? Moeten zenderbazen met Van der Gijp gaan praten? Moeten investeerders zich terugtrekken? Ik weet het niet.
Gijp is een lul. Dat boven alles. Maar dat is niet het enige waar mijn mening uit bestaat. Helaas passen de overige 1176 woorden niet ook in een tweet.
Punt 1: Vooraf
Laat ik vooropstellen dat ik René van der Gijp een gigantische lul vind. Ik vind het van geen enkele smaak getuigen om een zo kwetsbare groep in het algemeen (transgenders) en zo’n kwetsbaar persoon in het bijzonder (Bo van Spilbeeck) belachelijk te maken. Dat is mijn korte mening.
Punt 2: Maar vrijheid van meningsuiting
Er is een belangrijk onderscheid tussen wat ik vind dat je mag zeggen (eigenlijk alles, zolang je de ander niet fysiek bedreigt) en wat ik vind dat je moet zeggen (veel minder, want rekening houden met kwetsbare groepen). Ik vind dat René van der Gijp de grap mocht maken. Maar ik vind ook dat hij het niet had moeten doen. Dat sluit elkaar niet uit. Het discussieverloop ‘Wat een misselijkmakende grap!’ ‘Maar vrijheid van meningsuiting’ is raar, want de uitspraken gaan niet op elkaar in. Volgens mij kun je los van de vraag of iets mag, heel goed bediscussiëren of iets fatsoenlijk is. Het oordeel ‘niet-fatsoenlijk’ mag echter nooit de reden zijn de vrijheid van meningsuiting in te perken, of de uiting op een andere manier taboe te verklaren.
Nota bene, ik vind de term ‘fatsoenlijk’ moeilijk en lelijk. Maar ik weet niet goed hoe ik anders het onderscheid moet noemen.
Punt 3: Vrijheid van kwaad worden
Bovendien, het feit dat iemand de vrijheid heeft (en moet hebben) om kwetsende grappen te maken, houdt ook de vrijheid van anderen in om daar keihard tegenin te gaan. Dat heel progressief Nederland nu woedend over Van der Gijp heen valt is net zo goed toegestaan. En terecht.
Punt 4: Waarom ik vind dat hij de grap niet had moeten maken
Goede grappen maak je over mensen in hoge posities. Machtigen, meerderheden, mensen die er zelf voor gekozen hebben in een publieke functie te verkeren. Het heeft een functie hen te relativeren, te nuanceren, en zij kunnen het hebben. Grappen maak je derhalve niet ten koste van kwetsbare groepen, die het moeilijk hebben en die bovendien geen platform hebben om zich te verdedigen. Transgenders zijn een gigantische kwetsbare groep. De acceptatie is nog ver te zoeken, het aantal transseksuelen met suïcidale gedachten is hoog. Het heeft geen functie hen en hun problemen te relativeren. Het is wellicht grappig voor een paar mensen, maar pijnlijk en naar voor anderen. Anderen nodeloos pijn doen, dat doe je niet. Comedian Ricky Gervais heeft vaak gezegd: ‘It all depends on who’s the target of the joke. The bully or the one being bullied?' (Met dank aan @floorbakhuys voor de quote bij dit inzicht.)
Punt 5: De luizenmoeder
In de Kwestie Gijp is er weinig twijfel over het doelwit van de grap (althans, zie punt 7), maar in andere gevallen is het lastiger. Een veelgehoord argument van Gijp-verdedigers afgelopen week was ‘Maar waarom mag politiek incorrecte humor in De luizenmoeder wel en in VI niet?’ Met daarin, voor mij, doorklinkend: waarom rechtse RTL-presentatoren niet en linkse NPO-makers opeens wel? Ik begrijp die verontwaardiging. Maar, de analyses die De luizenmoeder politiek incorrecte humor toeschrijven, gaan voorbij aan het onderscheid in punt 4. De grappen gaan daar niet over minderheden (de donkere homo, het geadopteerde kind ‘met die oogjes’), maar over de mensen die daar in, in al hun onhandigheid, racistisch of anderszins uitsluitend mee omgaan (Juf Ank). Waarmee het doelwit van de grap faliekant anders is. (Wederom dank aan @floorbakhuys.)
Punt 6: Interpretatie
Wie of wat het doelwit van een grap is, is soms lastig te achterhalen. Dat maakt het moeilijk. Gaat het hier alleen om de intenties van de maker, of speelt de interpretatie ook een rol? Met andere woorden: wat als een deel van het publiek De luizenmoeder leuk vindt om de racistische grappen en voorbij gaat aan de diepere boodschap?
Punt 7: Al die toleranten
Wie is het doelwit precies van de grap van Van der Gijp? In de uiteindelijke grap zijn dat transgenders, of misschien Bo van Spilbeeck alleen. Zij worden geraakt (en gekwetst) door de grap, wat precies de reden is dat ik vind dat Van der Gijp de grap niet had moeten maken. Maar volgens mij komt de grap wel voort uit het afzetten tegen een wel degelijk machtige groep, namelijk de linkse, hoogopgeleide, progressieve en o zo ruimdenkende intellectuelen. Zij die er te koop mee lopen verschrikkelijk tolerant te zijn tegenover bijvoorbeeld homo’s en transseksuelen. Die dat allemaal maar begrijpen. En die in het geval van een intolerante opmerking of grap onmiddellijk reageren met een opgeheven vingertje. Vaak verontwaardigd en diep beledigd. Voor de goede orde: ik ben zo iemand. En ik vind de boze reactie van ‘ons’ op intolerante uitingen verschrikkelijk terecht. Maar ik snap ook de afkeer van anderen, die langzaam het gevoel krijgen niks meer te mogen zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die moeite hebben met het idee van transgenders, die het moeilijk vinden om te begrijpen. En hoewel ik vind dat dat nooit mag resulteren in een grap die minderheden pijn doet, snap ik dat er grappen gemaakt worden die de spanning tussen hen en de tolerante vingertjes ontladen. De beschuldiging dat dergelijke grappen puur en alleen voortkomen uit diepe haat tegen iedereen die anders is, lijkt me daarom iets te kort door de bocht. (Ik zie nu dat Paulien Cornelisse een soortgelijke gedachte mooi en helder formuleert in haar column.)
Punt 8: Wel lachen
Ik vraag me af hoe en of mijn oordeel over of een grap wel of niet kan (dus los van vrijheid van meningsuiting) afhangt van hoe leuk de grap is. Als het een goede grap is, kan er dan meer? Of is dat inherent aan elkaar verbonden en kan ik per definitie niet lachen om een grap die ik in de kern ongepast vind?
Punt 9: Conclusie
Ik zou graag een conclusie schrijven, maar ik heb geen conclusie. Mijn belangrijkste punt: qua vrijheid van meningsuiting mag alles, maar dat geeft de tegenpartij het volste recht om er superkwaad op te reageren en het fatsoen van de ander aan de orde te stellen. Nooit echter om een uitspraak te bieden of taboe te verklaren. De vraag waar ik mee blijf zitten is hoever die kwade reactie mag gaan. Kun je zeggen dat VI van de buis moet? Oproepen tot een boycot? Moeten zenderbazen met Van der Gijp gaan praten? Moeten investeerders zich terugtrekken? Ik weet het niet.
Gijp is een lul. Dat boven alles. Maar dat is niet het enige waar mijn mening uit bestaat. Helaas passen de overige 1176 woorden niet ook in een tweet.
Ik overweeg een rubriek te beginnen met de titel 'Bij nader inzien', waarin ik gewoon standaard begin met 'Ik heb er nog even over nagedacht' en dan net iets te laat reageer op actuele kwesties. De vraag is of mijn drang dingen te zeggen die me van belang lijken het wint van het belang dat ik hecht aan vrijheid van meningsverzwijging. We zullen zien.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bij nader inzien,
column,
René van der Gijp
woensdag 16 augustus 2017
#ophef om Ruud Gortzak
BIES
try-outpodium van Theater Bellevue in Amsterdam
,
PeP
Theater PePijn in Den Haag
niet bezoekt.’ Ik was benieuwd waar dit over ging. En wie Ruud Gortzak was. Toen ik zijn artikel in het NRC las, werd mij een hoop duidelijk. Het was, laat ik het zo zeggen, een opmerkelijk stuk.'Het Nederlandse cabaret is alleen nog maar comedy' stond er groot boven. Oud-journalist Ruud Gortzak betoogde dat er tegenwoordig geen actueel, geëngageerd cabaret meer bestaat. 'Verbale slapstick worden hun programma’s genoemd of kolder in het kwadraat.' ... 'Over voorstellingen die schuren als zand in je badpak of die niet geschikt zijn voor lange tenen, lees je nergens iets.'
Daar was men het op Twitter niet mee eens. Nu is men op Twitter wel vaker ergens niet mee eens, maar dit keer kwam de kritiek toch behoorlijk eensgezind.
Geëngageerd cabaret bestaat zeker wel
Theaterredacteur en cabaretrecensent van het NRC schrijft:
'Er zijn natuurlijk ongelofelijk veel geëngageerde cabaretiers', licht hij per mail toe. 'De lijst is lang.' Hij verwijst naar een artikel dat hij schreef vlak voor de verkiezingen in maart, waarin onder andere Theo Maassen, Nathalie Baartman, André Manuel en Claudia de Breij genoemd worden als maatschappelijk betrokken cabaretiers. En 'Kiki Schippers won nota bene dit jaar de Annie M.G. Schmidtprijs met een lied dat Er spoelen mensen aan heet.'Ik krijg van zijn opiniestuk niet de indruk dat Ruud Gortzak veel cabaret ziet. Of snapt wat engagement ishttps://t.co/PDW8B9eKLe via @nrc— Ron Rijghard (@rrijghard) 14 augustus 2017
Politiek ≠ engagement
'Relevant is als het iets raakt wat mensen bezig houdt. Dat hoeft helemaal niet uit de krant, maar kan heel goed over het leven van de cabaretier zelf gaan.' Zegt Johan Goossens later in een Twittergesprekje met mij. Ron Rijghard maakt hetzelfde punt. 'Engagement kan wat mij betreft ook vervat zijn in verhalen die ogenschijnlijk als ‘particuliere beslommeringen’ overkomen. Als Richard Groenendijk vertelt over hoe hij als homo botst met een gelovige is dat verhaal met een groter bereik dan zijn persoonlijke frustratie.'Vind het ook ouderwets gezeik. Alsof je de politiek moet bespreken om relevant cabaret te maken. Hou toch op zeg, jaren 70 gelul..— Johan Goossens (@goossensjohan) 14 augustus 2017
Ik hoop dat één ding in mijn leven niet gebeurt. Dat ik zuur word als ik oud word. Zoals Freek en Ruud Gortzak! De nieuwe generatie heeft...— Jochem Myjer (@jochemmyjer) 14 augustus 2017
...altijd gelijk. Zij doen waar de tijdsgeest om vraagt. Er is wel degelijk genoeg engagement op tv en theater. Maar anders dan vroeger.— Jochem Myjer (@jochemmyjer) 14 augustus 2017
Red het cabaret
De tijden veranderen, maar betrokkenheid blijft wel. Johan Goossens: 'Hij ziet ook niet in dat we leven in hele ingewikkelde tijden. Je kunt niet meer eenvoudig links geluid laten horen en dan denken dat dat engagement is.'
En Claudia de Breij:
Achterhaald geneuzel van mensen die alleen hun eigen betrokkenheid bij de wereld herkennen als 'engagement'. Zo stoffig.— Claudia de Breij (@claudiadebreij) 15 augustus 2017
Maar los daarvan is de nieuwe generatie natuurlijk heus wel bereid het cabaret te redden.
Om het cabaret te redden zal ik het in mijn volgende voorstelling wat vaker over Den Uijl hebben.— Katinka Polderman (@Poldermanie) 14 augustus 2017
En hoe.
Na mijn conference over Den Uyl (misschien pik ik Ruijs de Beerenbrouck ook nog even mee) zal niets meer hetzelfde zijn in cabaretland.— Katinka Polderman (@Poldermanie) 14 augustus 2017
Ook Jochem Myjer staat paraat om mee te denken.
Ik stop er een imitatie van Koos Speenhoff erin!— Jochem Myjer (@jochemmyjer) 14 augustus 2017
Dan komt alles goed.
En omdat Twitter ook maar Twitter is, schreef Micha Wertheim een mooie reactie in het NRC. Het lezen waard.Wordt wel de vijftiende keer in tien jaar dat het cabaret wordt gered, maar inderdaad, wat moet dat moet.— Jasper van Kuijk (@jaspervankuijk) 14 augustus 2017
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Claudia de Breij,
Jasper van Kuijk,
Jochem Myjer,
Johan Goossens,
Katinka Polderman,
Kiki Schippers,
NRC Handelsblad,
Overig,
Ron Rijghard,
Ruud Gortzak,
Twitter
zondag 11 juni 2017
Stilte verklaard
Hallo. Ik schrijf vrij weinig tegenwoordig. Omdat ik per ongeluk opeens een fulltime baan had, heb ik niet zoveel tijd. En vooral niet zoveel ruimte in mijn hoofd. Maar dat komt wel weer. Korte samenvatting van het gemiste: ga naar Marcel de Groot (zie vorige post), luister Er spoelen mensen aan van Kiki Schippers want die won volledig terecht de Annie M.G. Schmidtprijs, laat dit je troosten en kijk smachtend uit tot wanneer Geen sprake van van Ronald Goedemondt op tv komt want zeg, dat was weer hilarisch. Nou dag hoor.
maandag 20 februari 2017
#HELD
Man, wat was ik onder de indruk van Marcel de Groot gisteren. Nee, ik was niet eens onder de indruk. Het was zo'n avond dat je zit, en dat je wilt dat het altijd zo blijft. Pas na afloop was ik onder de indruk. Ik dacht nog even dat het tijdelijk was. Maar ik bleef eraan denken. Ik dacht eraan toen ik naar huis fietste en toen ik ging slapen. En dacht er weer aan toen ik wakker werd. Het was verschrikkelijk prachtig.Vertrouw me nou maar. Ga naar die held volgend jaar.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
maandag 9 januari 2017
Amstel 56-58 | Ik vermoedde het al
Geschreven op 5 januari 2016. Ik vermoed het nog steeds.
Ik vermoedde het al. Nadat we zondag 4 januari 2015 De Kleine Komedie uitstapten – we waren bij het nieuwjaarsconcert van Het Nieuwe Lied geweest – vermoedde ik al dat dit de mooiste theateravond van het hele jaar zou worden. En verdomd, of ik gelijk had. Natuurlijk, de avond met Van der Laan en Woe was tamelijk fantastisch en ook de dag dat we naar Yentl en de Boer gingen werd vrij memorabel. Maar toen we 4 januari 2015 De Kleine Komedie uitstapten, zeiden we al tegen elkaar: “volgend jaar weer”.
4 januari 2016, een maandag. Drie keer raden wie er intens gelukkig in een propvolle zaal op een stoeltje zat. Peter van Rooijen, Yentl en de Boer, Maarten Ebbers, Jeroen Woe, stuk voor stuk was iedereen van Het Nieuwe Lied steengoed. Om over de magische combinatie nog maar te zwijgen. Een prachtige Bende van Elf.
De associatie met De bende van Vier komt niet uit de lucht vallen. Samen solo in De Kleine Komedie is blijkbaar om te janken zo mooi. Wanneer ik aan de bar sta me een glas in mijn hand, wanneer ik opsta voor de staande ovatie en zelfs wanneer ik de trap afloop naar de wc – een onopvallend knikje naar meneer Van Roozendaal – voelt het kloppend. De mooiste theateravond van het jaar, ik vermoed het al.
Dit is een vervolg op: 'Leidsekade 90 | Ik wist het niet'.
Vanavond ga ik voor het derde jaar op rij naar het nieuwjaarsconcert. Ik zag de soundcheck al even op de bewakingscamera. Want sinds vorige week loop ik stage in De Kleine Komedie.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
column,
De Kleine Komedie,
Het Nieuwe Lied
zaterdag 24 december 2016
De angst van iedere acteur
![]() |
| V.l.n.r. Yorick Zwart, Niels Croiset en Koen Wouterse. |
‘Welkom bij Nachtgasten!’ Het publiek in theater Bellevue wordt stil en kijkt naar het podium, waar Jef Hoogmartens, Koen Wouterse en Yorick Zwart elk op een stoeltje zitten. Niels Croiset staat en spreekt het publiek toe. ‘Zijn er nog mensen die ons niet kennen?’ Er wordt gelachen als een paar mensen aarzelend hun hand opsteken. ‘Oké, dan zal ik het voor hen nog één keer kort uitleggen.’
De zaal zit vol om voor de allerlaatste keer te kijken naar het fenomeen dat Nachtgasten heet. Een nooit eerder vertoond concept in de theaterwereld, dat zeven jaar geleden werd bedacht door vier bevriende acteurs: Zet (gast)acteurs op het toneel, laat het publiek binnenkomen en vertel hen dan pas het verhaal en de rollen die zij moeten spelen.
Het concept bleek vanaf de eerste voorstelling gigantisch goed te werken. Misschien wel omdat het raakt aan de grootste angst voor elke acteur: geen tekst, geen controle, geen regie. Sterker nog: het publiek kent het verhaal beter dan de acteurs. Het publiek is namelijk verteld hoe de rollen in het spel zich tot elkaar verhouden, welke geheimen ieder personage heeft gekregen.
Dit alles maakt het kijken naar deze vorm van improvisatietoneel tot een opwindende ervaring. Het publiek zit vanaf de allereerste scène in het verhaal en voelt de spanning. Voor hun ogen ontstaan de mooiste dialogen en situaties. Het idee dat de bedenkers aan het begin hadden, bleek te kloppen: acteurs spelen op hun best als ze lichtelijk in paniek zijn.
Nu, na zeven jaar, 460 unieke voorstellingen, 750 verschillende gastacteurs en 150 verhalen heeft het theatergezelschap besloten te stoppen. Ik spreek de huidige drie Nachtgasten over hun besluit. Met Koen praat ik op vrijdag, terwijl we van het theater in Leiden naar de Jumbo lopen en weer terug (zie kader). Niels en Yorick spreek ik in een cafeetje, de middag voor de laatste voorstelling. Waarom gaan ze stoppen? Wat hebben ze geleerd?
Koen en ik staan in de Jumbo in Leiden, voor het wijnrek. “Toen we net begonnen met Nachtgasten voelden we ons zo schuldig dat we dit vroegen aan de gastacteurs. Ze spelen voor niets, terwijl het zó eng is. We dachten: we moeten de goeie snackjes en heel veel drinken hebben. We hadden elke avond een krat bier, 2 wijnflessen rood en 2 flessen wit. Dat ging bijna allemaal op. Zelf hadden we ook vreselijk veel gezopen. Toen we gingen touren, hebben we dat maar een beetje geminderd.”
Waarom gaan jullie stoppen?Koen: “De rock-‘n-roll ging er een beetje vanaf. We zijn ooit begonnen met het idee om verschillende acteurs bij elkaar te zetten en samen te jammen. Maar het werd steeds meer het perfect uitvoeren van het format. Vorig jaar deden we drie voorstellingen in Engeland en dat was doodeng. Ik kwam erachter dat ik in Engeland helemaal niemand versta en we speelden in een heel kleine ruimte voor dertig man publiek. Het was verschrikkelijk spannend, maar ook vreselijk leuk, want het was weer die rock-‘n-roll zoals vroeger. Dat is het moment dat we gingen praten: wat willen we, wat is onze toekomst? En daar denken we alle drie net iets anders over.”
Niels: “Ik vind het spelen nog steeds ontzettend te gek. De avonden en de nieuwe gastacteurs, dat is superleuk. Maar aan de andere kant, de voorbereidingen en het productionele, daar kreeg ik op een gegeven moment wel genoeg van.”
Koen: “Het is heel veel werk geworden. We moeten de publiciteit doen, we moeten subsidieaanvragen schrijven, we moeten acteurs bellen en 280 gastrollen per seizoen verdelen, wat een enorm gepuzzel is. Dat doen we bijna allemaal zelf.”
Jullie hebben een indrukwekkende lijst aan gastacteurs. Stefan de Walle, Loes Luca, Nasrdin Dchar, allemaal deden ze eens mee, ze werden er niet eens voor betaald. Was het moeilijk ze te vinden?
Yorick: “In het begin wel. Er waren acteurs die meteen ja zeiden, omdat we goed bevriend waren. Maar er waren ook die zeiden: ‘Daar ga ik me niet aan branden.’ Dat kantelde langzaam”
Koen: “Toen hebben we de fout gemaakt het in onze promo’s ‘bungeejumpen voor acteurs’ te noemen. Die opmerking vonden acteurs zo eng, dat het dat jaar heel moeilijk was acteurs te vinden. Daarna zijn we het ‘schaken voor acteurs’ gaan noemen, wat ook eigenlijk een terechtere naam is voor het spelletje. Op een gegeven moment deden er zoveel verschillende acteurs aan mee, dat het een ding werd: ‘als je niet meedoet met Nachtgasten als ze je bellen, ben je echt stom. Eigenlijk is onze wachtlijst nu even groot als acteurs die meegedaan hebben.”
Wat was de meest memorabele voorstelling?
Niels: “De allereerste voorstelling is misschien wel het meest memorabel, omdat het de eerste keer was dat we het deden. Koen had het verhaal geschreven, Yorick, Jef en ik speelden. We hadden één iemand uitgenodigd, Aus Greidanus, om mee te kijken. Het was een experiment en duurde drie en een half uur.”
Yorick: “Ik ben in mijn leven nog nooit zo zenuwachtig geweest.”
Niels: “Ik ook niet. Ik dacht dat dit het einde was van de samenwerking met de heren, omdat ze erachter zouden komen: ‘oh leuk, zo’n improvisatiegezelschap, maar Niels kan dat niet.’ Het was een waanzinnige ervaring. We waren heel erg hyper en enthousiast. En dronken. We wilden meteen weer.”
Ging er weleens iets mis?
Koen: “Ja, in het begin wel. We hebben weleens een acteur gehad die een geheim jatte. Een van de personages had een blauw oog en hij dacht: het zou wel mooi zijn als mijn rol dat meisje een blauw oog had gemept. Dus hij bekent dat. Het publiek ziet dat meisje schrikken en het publiek ziet die andere jongen ook schrikken, want hij had in zijn geheim staan dat hij dat had gedaan. En vervolgens dacht de acteur ook nog: het zou wel mooi zijn als ik ook nog een affaire met haar heb. Dus hij bekende ook nog die affaire. Toen ging dat meisje maar af, helemaal in paniek. En de andere acteur op de vloer stortte helemaal in, want die was zijn geheimen kwijt. Uiteindelijk hebben we hem ge-sms’t dat hij het terug móest draaien. Hij heeft het toen prachtig opgelost.”
Niels: “Het is ook eens voorgekomen dat een acteur een geheim verzon dat groter was dan de geheimen die in het verhaal stonden. Als wij schrijven dat het grootste geheim op overspel zit en iemand vervolgens komt met ‘ik heb een moord gepleegd’ maakt dat hele overspel natuurlijk niks meer uit. Dan kun je het hele verhaal direct in de prullenbak gooien. Het was de derde of vierde voorstelling met publiek, dus we raakten volledig in paniek: deze voorstelling is mislukt. Maar na afloop bleek dat het publiek de mislukking zag en ze vonden het fantastisch! Daar kwamen we erachter dat er eigenlijk helemaal niks fout kan gaan, want het publiek is medeverantwoordelijk. “
Koen: “Op een gegeven moment kwamen we erachter dat we de acteurs van tevoren heel goed de regels moesten uitleggen. En dat we zeker ook even moeten zeggen ‘durf het mis te laten gaan’, want het mag misgaan. Het publiek kijkt naar zoekende acteurs. Sinds dat geaccepteerd werd, ging het niet meer mis.”
Hoeveel leggen jullie van tevoren uit?
“De gastacteurs komen om half zes, dan gaan we eten. We eten altijd heel goed, daar steken we ons subsidiegeld in, want we hebben gemerkt dat acteurs beter spelen naarmate ze beter eten. Tijdens het eten hebben we het er nog weinig over, behalve dat het spannend en leuk is. Tijdens de koffie gaan we door de regels met Nachtgasten (zie kader 2) heen, daar nemen we een uur de tijd voor. En dan komt het publiek al bijna binnen, dus dan gaan ze zitten en is het opeens heel spannend.”
De zeven regels van Nachtgasten
Wat hebben jullie geleerd in die zeven jaar?- Ontken het publiek te allen tijde
- De acteurs zijn de baas over het verhaal
- Op de spelvloer speel je altijd door
- Koester de stilte
- Geen herhaling van zetten
- Wees tactisch met je geheim
- Blijf luisteren en reageren op elkaar
Yorick: “Heel veel, bijvoorbeeld een bedrijf runnen. Alles hebben we zelf uitgezocht en ontdekt. Een stichting oprichten, subsidieaanvragen schrijven, verkopen aan theaters. We hebben op een gegeven moment nog gedacht, dit is hartstikke leuk, dit zouden we ook voor anderen kunnen doen!”
Niels: “En improviseren. Tijdens de eerste improvisaties die ik deed, was ik altijd bezig met ‘wat vindt het publiek van mij’. Dat ben ik helemaal kwijt. Ik ben veel meer bezig om het verhaal, dus ik ben dienstbaarder en daardoor beter.”
Yorick: “Ik merk dat ik echt wel veranderd ben als acteur door Nachtgasten. Je moet het samen doen. Je kunt niet alleen maar op jezelf gericht zijn, dat is het leuke van improviseren. Als je die open houding vervolgens ook in een stuk doet waar je wel gewoon tekst hebt, wordt het beter. Want daar gaat toneelspelen om, dat je luistert.”
Wat gaan jullie nu doen?
Niels: “Ik ga me vooral richten op het schrijven.”
Yorick: “Ik heb met Koen in Schiedam een nieuw gezelschap opgericht, de Stokerij.”
Komen jullie terug?
Niels: “We stoppen in principe anderhalf jaar, maar we hebben geen afspraak gemaakt over wat we daarna gaan doen.”
Koen: “We blijven eigenlijk al wel hier en daar een voorstellinkje spelen. We vinden die avonden zo leuk, als ze ergens een voorstelling willen, dan zijn we nog wel te krijgen. Alleen die hele machine van een tournee van zeventig voorstellingen per seizoen, die stekker trekken we er even uit.”
Lykele Muus: "Ik zou heel graag nog eens meedoen"
Ik heb veel Nachtgasten-voorstelling gezien, omdat ik tijdens de toneelschool in het theater werkte waar zij wekelijks speelde. Na de toneelschool was de drempel voor mij niet zo hoog, daarnaast haal ik veel plezier uit improviseren. Ik had al tientallen keren gezien hoe vrolijk de acteurs, die voor aanvang nog doodzenuwachtig waren, de zaal uiteindelijk verlieten.
Ik heb uiteindelijk twee keer meegedaan en zou dat heel graag nog eens doen. Het lastige is niet dat je van te voren niet weet welk personage of verhaal je speelt, maar dat de chemie van de 'casting' pas op de vloer merkbaar wordt. Ik had één keer geluk en toen speelde we heel leuk en mooi samen met een tof resultaat. En één keer was het een totale chaos van onbegrip en een verkeerde mix van speelstijlen. Als de een denkt een drama neer te zetten en de ander gaat volle bak comedy, krijg je een taaie avond. Maar ook dat is achteraf super grappig.
Ik heb uiteindelijk twee keer meegedaan en zou dat heel graag nog eens doen. Het lastige is niet dat je van te voren niet weet welk personage of verhaal je speelt, maar dat de chemie van de 'casting' pas op de vloer merkbaar wordt. Ik had één keer geluk en toen speelde we heel leuk en mooi samen met een tof resultaat. En één keer was het een totale chaos van onbegrip en een verkeerde mix van speelstijlen. Als de een denkt een drama neer te zetten en de ander gaat volle bak comedy, krijg je een taaie avond. Maar ook dat is achteraf super grappig.
Bram Coopmans: "Een staat van zijn die ik niet met plezier opzoek"
Ik heb wel getwijfeld om mee te doen. Improviseren is een kwetsbare blootstelling voor een acteur. Ik ben ook snel onder de indruk van andere acteurs die ad rem, gevat en grappig zijn. Dan kruip ik het liefst onder een steen, denk dat ik faal en wordt onzeker over mijn eigen kunnen. Een staat van zijn, die je je wellicht kan voorstellen, niet een staat is die ik met plezier opzoek.
De jongens van Nachtgasten zijn heel goed, zeer aardig en trekken je met hun enthousiasme volledig mee. Al met al een leuke avond ondanks mijn eigen rotgevoel.
Ik heb wel getwijfeld om mee te doen. Improviseren is een kwetsbare blootstelling voor een acteur. Ik ben ook snel onder de indruk van andere acteurs die ad rem, gevat en grappig zijn. Dan kruip ik het liefst onder een steen, denk dat ik faal en wordt onzeker over mijn eigen kunnen. Een staat van zijn, die je je wellicht kan voorstellen, niet een staat is die ik met plezier opzoek. De jongens van Nachtgasten zijn heel goed, zeer aardig en trekken je met hun enthousiasme volledig mee. Al met al een leuke avond ondanks mijn eigen rotgevoel.
Pepijn Schoneveld: "Een feest op mee te doen"
Binnen de acteurswereld werd het op een gegeven moment een ding; wie is er al voor Nachtgasten gevraagd en wie niet. Ik vond het dan ook een eer toen ik ze mij vroegen. Op de toneelschool hield ik al erg van improviseren dus ik vond het een feest om mee te doen. De jongens zorgden voor genoeg vertrouwen en slimme trucs om het nog spannender te maken, voor ons en het publiek. En een acteur die geen houvast heeft en aan het zoeken is wat hij moet doen, is sowieso altijd leuk om naar te kijken.
Binnen de acteurswereld werd het op een gegeven moment een ding; wie is er al voor Nachtgasten gevraagd en wie niet. Ik vond het dan ook een eer toen ik ze mij vroegen. Op de toneelschool hield ik al erg van improviseren dus ik vond het een feest om mee te doen. De jongens zorgden voor genoeg vertrouwen en slimme trucs om het nog spannender te maken, voor ons en het publiek. En een acteur die geen houvast heeft en aan het zoeken is wat hij moet doen, is sowieso altijd leuk om naar te kijken.
Maarten Wansink: "Dat Nachtgasten is afgelopen is een verarming van jewelste."
Het is een ramp dat Nachtgasten is afgelopen. Het enige podium voor serieus improvisatietoneel sluit. Dat is een verarming van jewelste. Ik heb zo'n twaalf keer meegedaan aan Nachtgasten en heb er alle keren van genoten. De eerste keer vond ik zenuwslopend, de karrenvracht aan intriges en verhaallijnen overdonderde me. Het pakte echter geweldig uit. De Nachtgasten zijn expert in het je op je gemak stellen en het samenbrengen van een cast die elkaar vertrouwt en opzweept. Nadien heb ik schaamteloos gebedeld om vaker mee te doen en het is een heerlijke tijd geweest. Hoewel ik weet dat veel toneelspelers het doodeng vinden kan ik me nauwelijks voorstellen dat je van deze oervorm van toneel niet zou houden.
Het is een ramp dat Nachtgasten is afgelopen. Het enige podium voor serieus improvisatietoneel sluit. Dat is een verarming van jewelste. Ik heb zo'n twaalf keer meegedaan aan Nachtgasten en heb er alle keren van genoten. De eerste keer vond ik zenuwslopend, de karrenvracht aan intriges en verhaallijnen overdonderde me. Het pakte echter geweldig uit. De Nachtgasten zijn expert in het je op je gemak stellen en het samenbrengen van een cast die elkaar vertrouwt en opzweept. Nadien heb ik schaamteloos gebedeld om vaker mee te doen en het is een heerlijke tijd geweest. Hoewel ik weet dat veel toneelspelers het doodeng vinden kan ik me nauwelijks voorstellen dat je van deze oervorm van toneel niet zou houden.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Interview,
Koen Wouterse,
Nachtgasten,
Niels Croiset,
Yorick Zwart
zondag 27 november 2016
Dit lijkt misschien een liefdesverklaring ❤
Dit lijkt misschien een liefdesverklaring, maar dat is het ook. Ik heb alle voorstellingen van Helsen gezien, waarvan de laatste twee in het theater. Hij is een meester in de combinatie van absurdisme en ontroering. Hallo, hij maakte een voorstelling met de titel Het uur van de prutser. Dat is bijna net zo’n mooie titel als De helaasheid der dingen.
Zijn nieuwe voorstelling Er wordt naar u geluisterd is opnieuw absurd en opnieuw ontroerend, maar toch anders dan de eerdere. Het is rustiger. En ongemakkelijker. De setting is een begrafenis en biedt ruimte aan een voorzichtig begin. (De mensen die al vanaf het begin zaten te lachen zijn af! Die moeten weg.) Natuurlijk loopt alles steeds volledig tot het absurde uit de hand, maar steeds keer je weer terug naar het ongemak, in het begin vergezeld van irritatie, aan het einde van ongegeneerd medelijden.
Kijk, mij heb je al snel hoor. Hij hoeft maar op een licht afwijkende manier het podium op te wandelen en ik ben verkocht. Maar serieus, deze voorstelling. Wim kan je ontzettend ongemakkelijk laten voelen en je vervolgens ontroeren met het meest belachelijke dansje dat je ooit hebt gezien.
Aan het eind hield ik van The Guido. Van de uitvaartleider. En van Wim Helsen.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
woensdag 26 oktober 2016
Ook ik, Tjeerd
Hij zal vast een beetje zenuwachtig zijn geweest, vermoed ik, toen Tjeerd Gerritsen twee weken geleden een kwartier voor aanvang in zijn kleedkamer zat. Hij ging voor het eerst zijn avondvullende voorstelling Je kunt het ook omdraaien try-outen in de kleine zaal van theater Bellevue. Wat hij vast niet wist, was dat ook ik een beetje zenuwachtig was.
Er is weinig zo eng als een ander iets laten zien wat jij mooi vindt. Dimitri Verhulst is mijn lievelingsschrijver, toch dwing ik zelden iemand zijn boeken te lezen. Muziek luister ik met oordopjes, De vloer op kijk ik alleen, en als een vriend oppert om Martin van Roosdaal (of hoe heet ie?) op te zetten - want dat luister ik toch altijd- , ren ik weg. Pure angst.
Die angst voor wederzijde teleurstelling krijgt stevig tegenwicht van mijn evangelisatiedrang. De manier waarop iemand door Red mij niet heen praatte en mijn daarop volgende paniek zit nog vers in mijn geheugen, toch kan ik het al snel niet meer laten; stuur ik toch weer een linkje van www.henkvanstraten.nl naar iemand, geef ik iemand De helaasheid der dingen cadeau, neem ik iemand mee naar theater Bellevue.
En daar zit ik dan, in Klein Bellevue, mijn eigen zo veelbelovende woorden te vervloeken. Halsoverkop probeer ik nog het een en ander te nuanceren tegenover de meegenomen vriendin. Ondertussen kijk ik naarstig om me heen. Ik ben bezorgd of het wel vol raakt en of die CKV’ers daar in het hoekje zich niet gaan misdragen (spoiler: ja, ze liepen op de helft weg). En: (het toppunt, ik geef het toe) is er niet iets mis met die microfoon?
Tjeerd zal, zittend in de kleedkamer, geen idee hebben gehad van mijn zenuwen. Hij zal, met recht, genoeg hebben gehad aan zijn eigen zenuwen. Hij zal niet geweten hebben dat ik net als hij tijdens de voorstelling blij was dat het publiek om de juiste grappen lachte en zal niet geweten hebben dat ook ik aan het eind opgelucht was. Het ging goed, het was leuk!
Bij hem zag je die opluchting mooi. Toen het slotapplaus inzette, zag je iets van hem afglijden. Speelstand uit, Tjeerdstand aan. Grijnzend nam hij het in ontvangst. Even maande hij het publiek nog tot stilte om hen iets mee te delen over een optreden in de andere zaal. Toen keek hij de stille zaal in, deed een klein sprongetje en riep: ‘En nu weer klappen!’
Iedereen deed het. En ik het hardst.
Er is weinig zo eng als een ander iets laten zien wat jij mooi vindt. Dimitri Verhulst is mijn lievelingsschrijver, toch dwing ik zelden iemand zijn boeken te lezen. Muziek luister ik met oordopjes, De vloer op kijk ik alleen, en als een vriend oppert om Martin van Roosdaal (of hoe heet ie?) op te zetten - want dat luister ik toch altijd- , ren ik weg. Pure angst.
Die angst voor wederzijde teleurstelling krijgt stevig tegenwicht van mijn evangelisatiedrang. De manier waarop iemand door Red mij niet heen praatte en mijn daarop volgende paniek zit nog vers in mijn geheugen, toch kan ik het al snel niet meer laten; stuur ik toch weer een linkje van www.henkvanstraten.nl naar iemand, geef ik iemand De helaasheid der dingen cadeau, neem ik iemand mee naar theater Bellevue.
En daar zit ik dan, in Klein Bellevue, mijn eigen zo veelbelovende woorden te vervloeken. Halsoverkop probeer ik nog het een en ander te nuanceren tegenover de meegenomen vriendin. Ondertussen kijk ik naarstig om me heen. Ik ben bezorgd of het wel vol raakt en of die CKV’ers daar in het hoekje zich niet gaan misdragen (spoiler: ja, ze liepen op de helft weg). En: (het toppunt, ik geef het toe) is er niet iets mis met die microfoon?
Tjeerd zal, zittend in de kleedkamer, geen idee hebben gehad van mijn zenuwen. Hij zal, met recht, genoeg hebben gehad aan zijn eigen zenuwen. Hij zal niet geweten hebben dat ik net als hij tijdens de voorstelling blij was dat het publiek om de juiste grappen lachte en zal niet geweten hebben dat ook ik aan het eind opgelucht was. Het ging goed, het was leuk!
Bij hem zag je die opluchting mooi. Toen het slotapplaus inzette, zag je iets van hem afglijden. Speelstand uit, Tjeerdstand aan. Grijnzend nam hij het in ontvangst. Even maande hij het publiek nog tot stilte om hen iets mee te delen over een optreden in de andere zaal. Toen keek hij de stille zaal in, deed een klein sprongetje en riep: ‘En nu weer klappen!’
Iedereen deed het. En ik het hardst.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
vrijdag 1 juli 2016
'Eigenlijk hoef je hierna niks meer te schrijven'
1 juli 2013 overleed Maarten van Roozendaal. Hij liet een hele stapel liedjes na die nog steeds door velen worden geluisterd. Bewonderaars Eva Bauknecht, Maarten Ebbers, Ingmar Hetze, Niels van der Laan, Peter van Rooijen en Jeroen Woe spreken over zijn mooiste zinnen. ‘Maartens teksten zijn poëtisch, zonder dat ze in mooischrijverij vervallen en ze zijn gul en groots zonder dat ze pathetisch of potsierlijk worden.’![]() |
| Maarten van Roozendaal 1962 - 2013 |
‘Maarten is wat ons betreft met afstand de beste Nederlandse liedschrijver ooit.’ Beginnen cabaretiers Niels van der Laan en Jeroen Woe. ‘Hij heeft een enorme stapel liedjes die bijna zonder uitzondering zowel qua tekst als qua muziek onovertroffen zijn. Hij was de koning van de mensportretten, waarin hij met een paar kleine woordjes een heel mens kon scheppen. Zoals in het lied Judith, over Frans die op de camping een eenzijdige verliefdheid ervaart met de nieuwe campinggast Judith. In de eerste zinnen is het al raak’:
Het begon precies als ieder jaar: standplaats 1110
Een beetje scheef maar lekker dicht bij de toiletten
En Frans zet wel eventjes de caravan op z’n plek
De kinderen zijn al aan ’t zwemmen als Marijke thee gaat zetten
‘Door de eerste regel weet je al meteen met wie je te maken hebt: een stel dat niet van avontuur houdt. En al in de tweede regel leer je ze meteen goed kennen. Acht woordjes, maar je weet gelijk wat voor mensen het zijn. Je ziet het overleg voor je, je hoort de afwegingen om te kiezen voor een rechte plek óf voor een plek dichtbij de wc's en uiteindelijk zie je ze tevreden zijn met het gouden compromis. In de derde regel weet je door twee kleine woordjes wat voor man Frans is: “wel eventjes”. Daardoor weet je: Frans is een hele meneer. Of althans: dat vindt hij zelf. Die zet een caravan zonder moeite op de goeie plek. Zonder die twee woordjes was het gewoon een mededeling, nu is het een karakterschets.’
‘Ik vind Maarten vooral heel goed om dat wat er niet gezongen wordt. Om de beelden die hij oproept.’ Zegt cabaretier en liedschrijver Maarten Ebbers. ‘Bijvoorbeeld het nummer Graf waarin Maarten langzaam het beeld schets van een oude man die het graf van zijn overleden vrouw komt verzorgen. Hij biecht op dat hij een nieuwe vrouw heeft ontmoet en komt nu toestemming vragen om die “alleraardigste verschijning” te mogen begeleiden tijdens het veertigjarig huwelijksfeest van haar zoon’:
Wat ik jou nou wil vragen
Is of het goed is dat ik volgende week woensdag dan op donderdag kom
En dan neem ik rozen voor je mee
En de woensdag erop kom ik gewoon weer op woensdag
Peter van Rooijen, net als Jeroen Woe en Maarten Ebbers als liedschrijver aangesloten bij Het Nieuwe Lied: ‘Maartens teksten zijn poëtisch, zonder dat ze in mooischrijverij vervallen en ze zijn gul en groots zonder dat ze pathetisch of potsierlijk worden. Er zijn zinnen die ontzettend slim geschreven zijn,’ zegt hij. Net als Niels van der Laan en Jeroen Woe noemt hij de eerste zinnen van Judith als voorbeeld. ‘Maar de zin die mij het meest raakt in al die liedjes van hem, komt uit Het lukt ook zonder jou, ergens halverwege het lied: “Je sterft met soortgelijk geweld als hoe je ooit in 't leven gleed.” Nadat ik die zin voor de eerste keer had gehoord, kon ik een tijdje niet bewegen. Alles was gezegd. Eigenlijk hoef je hierna niks meer te schrijven, dacht ik.’
Dichter Ingmar Heytze merkt op ‘dat veel memorabele zinnen van Van Roozendaal bijzinnen zijn, die sterk ironiserend werken.’ Hij geeft een voorbeeld uit Maaltijd: ‘Dat is helemaal niet erg, kleine moeite…’ ‘Maar het mooist vind ik toch: “Red mij niet”. Want in dat motto van drie woorden zit veel van wat Maarten van Roozendaal volgens mij voorstond, en wat volgens mij elke grote liedjesschrijver en -zanger, van Shaffy tot Brel, letterlijk voorstaat: laat me. Laat me dit doen, laat me leven zoals ik wil, en laat me met rust als je daar niet tegen kunt.’
Ook anderen halen Red mij niet aan. Maarten Ebbers: ‘Wat een fantastisch nummer en wat een zinnen!’ Van der Laan en Woe noemen het ‘misschien wel zijn allerbeste lied - en in onze ogen hét allerbeste Nederlandstalige lied. Een lied dat al jaren actueel is en misschien wel met de dag actueler wordt. Eigenlijk is elke zin in het lied mooi. Maar de eerste is misschien wel het raakst’:
Leg een steen onder je kussen
Brand van mijn part een kaars
Slacht een lam
Maar red mij niet
Maar dé mooiste zin? Dat is eigenlijk niet te beantwoorden, zegt ook geliefde en regisseur van Van Roozendaal Eva Bauknecht. ‘Het is een beetje zoals je een moeder zou vragen van welke van haar kinderen ze het meeste houdt. Ik ben vanaf het begin nauw betrokken bij Maartens werk geweest, en van elk lied weet ik nog hoe, wanneer en waarom hij het schreef. Natuurlijk zijn de liederen die Maarten voor mij heeft geschreven mij extra dierbaar, maar elk lied heeft voor mij zijn eigen schoonheid en kracht.’ ‘Echt kiezen is onmogelijk, daarvoor zijn er te veel mooie zinnen te vinden,’ beaamt Ingmar Heytze. Maarten Ebbers besluit zijn verhaal, na meer dan tien prachtige citaten: ‘Wat fantastisch dat hij zoveel heeft achtergelaten, maar ook zo jammer dat er niks nieuws meer van zijn hand zal komen.’
Joris van Meel en ik kennen elkaar niet, maar hebben elkaar vele mails gestuurd met het onderwerp: "Re: Maarten van Roozendaal". Het werd een gesprek tussen een rookie (ik) en een ervaren rot (hij, 36).
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Eva Bauknecht,
Ingmar Heytze,
Interview,
Jeroen Woe,
Maarten Ebbers,
Maarten van Roozendaal,
Niels van der Laan,
Overig,
Peter van Rooijen,
Van der Laan en Woe,
zinnen
Maarten van Roozendaal 1962 - 2013
‘Kan iets mooier dan het mooi is, kan iets groter zijn dan groot?’
Vandaag is het 1 juli. Vandaag is het precies drie jaar geleden dat Maarten van Roozendaal overleed, iets waar ik het helemaal niet mee eens ben. Ik mailde Joris, die ik niet ken, maar die het er ook absoluut niet mee eens is. Samen wilden we iets schrijven. Maar wat dan? Pas toen we het erover hadden dat we nauwelijks wisten hoe, kwamen we erachter dat het al gebeurd was.![]() |
| Foto: Jaap Reedijk |
van: Lotte Wijbrands
aan: Joris van Meel
datum: 7 juni 2016 16:27
onderwerp: Maarten van Roozendaal
Dag Joris,
Een aantal keer ben ik jouw naam tegen gekomen als ik zocht naar filmpjes van Maarten van Roozendaal. 'Een groot bewonderaar,' noemde Anita Witzier je. Iets waar ik me behoorlijk (en steeds meer) in kan herkennen. Hier heb ik tien minuten geprobeerd in 1 à 2 zinnen op te schrijven wat ik zo bijzonder vind aan die man, ik heb het opgegeven, je snapt het vast wel, toch?
1 juli is het drie jaar geleden dat hij overleed. Voor mijn blog leek het mij mooi hier iets over te schrijven. Een soort 'Maarten voor beginners' of zo. Iets liefdevols, met een paar van zijn beste liedjes. Alleen ben ik daar misschien niet de goede persoon voor. Toen hij overleed wist ik nauwelijks wie hij was, eigenlijk ben ik zelf een soort beginner. Ik ken nog niet al zijn liedjes uit mijn hoofd, omdat ik niet te snel alles naar binnen wil bunkeren. Soms luister ik een paar nieuwe liedjes en daar kan ik dan een aantal weken steeds aan denken. (Op dit moment staat 'Sterk verhaal' op repeat. De. Vis. Is. Blij. 💗)
En toen dacht ik aan jou. Of nou ja, jouw naam. Zou jij het leuk vinden (in meer of mindere samenwerking met mij) iets te schrijven?
Ik ben benieuwd naar je reactie!
Groeten,
Lotte
van: Joris van Meel
aan: Lotte Wijbrands
datum: 8 juni 2016 19:46
onderwerp: Re: Maarten van Roozendaal
Ha die Lotte,
Dank voor je keileuke mail. Doe je goed. ;-)
Ik baal voor je dat je Maarten niet in het echt hebt mee mogen maken. Maarten komt binnen als je zijn muziek terug luistert, maar drong in het echte leven echt door tot diep in mijn ziel. Ik voelde verbondenheid, bewondering en jaloezie ineen. Verstandig dat je niet geprobeerd hebt te omschrijven wat het precies is dat hem bijzonder maakt; ik weet het zelf ook nog steeds niet.
Drie jaar alweer... Poehee. Wat mooi dat je op 1 juli een blog aan hem wil wijden. Ik help je graag om er meer dan alleen een ode van te maken. Om er wellicht een laagje extra aan toe te voegen. Wellicht door er een soort van geschreven dialoog van te maken? Een gesprek, maar dan op papier, tussen een rookie - jij dus - en een ervaren rot - zei de man van 36. Tussen iemand die Maarten alleen van Youtube kent, en iemand die in de regen van zijn speeksel heeft gezeten. Maar ook een gesprek tussen twee mensen die beiden dezelfde bewondering voelen voor iemand die er - godverdomme! - niet meer is. Is dat wat?
Hoor van je!
Groet
Joris
van: Lotte Wijbrands
aan: Joris van Meel
datum: 12 juni 2016 13:14
onderwerp: Re: Maarten van Roozendaal
Hallo Joris,
Leuk dat je zo enthousiast en ook zo snel antwoordt. Iets meer dan een ode, dat vind ik een heel goed idee. Wat ik zo mooi vind aan zijn teksten zit volgens mij in een soort laconiekheid. Het klinkt niet pretentieus, het zijn heel normale zinnen met heel normale woorden. Maar fuck, wat zijn ze goed gekozen. Prachtig vind ik bijvoorbeeld ‘daar neemt een jongen op een bakfiets oude wasmachines mee’ uit Alsof er niets is gebeurd (vol met goeie zinnen). Ook kan hij in een paar goed gekozen woorden een heel persoon, een hele situatie neerzetten. Inclusief tragiek en humor. Uit Graf: ‘Sodemieter, ik wist dat die duiven konden poepen, maar dit is werkelijk je reinste zwavelzuur.’ En ‘Wat ik jou nou wil vragen, is of het goed is als ik volgende week woensdag dan op donderdag kom. Dan neem ik rozen voor je mee en de woensdag daarop kom ik gewoon weer op woensdag.’ En och man, alle zinnen uit Red mij niet. Alle.
De dialoogvorm tussen de nieuwkomer en de ervaren bewonderaar lijkt me mooi. Moeten we wel een manier verzinnen om te voorkomen dat we alsnog vergeefs proberen op te schrijven wat Maarten zo bijzonder maakt. Dat het niet te pathetisch wordt zeg maar, met het risico volstrekt ongeloofwaardig te worden voor hen die nog nooit van Maarten van Roozendaal gehoord hebben. Ik ben heel hard aan het denken voor een vorm hiervoor, ik heb het nog niet meteen, maar ik blijf denken.
Hartelijke groet,
Lotte
van: Joris van Meel
aan: Lotte Wijbrands
datum: 17 juni 2016 22:15
onderwerp: Re: Maarten van Roozendaal
Ha Lotte,
Wat gaan we doen, Lotte? De mooiste liedjeszinnen met elkaar delen? Ik zeg: doen! Dan begin ik met het liedje Alsof. Want hoe geniaal is het dat je een lied schrijft dat alleen maar uit bijzinnen bestaat?
Dat ik jou straks moet gaan vertellen
Dat wij ons veel te lang
Bij elkaar al hebben neergelegd
Dat jij mij best mag haten
Dat ik niet bij jou ben weggegaan
Dat ik jou al had verlaten
(Alsof)
Of wat dacht van Iedereen: een lied over liefde en verliefdheid, waarbij je voelt wat Maarten voelt.
Iedereen is slim.
Iedereen is prachtig.
Iedereen is mooi. En ik wil jou.
(Iedereen)
Jij bent! ;-)
van: Lotte Wijbrands
aan: Joris van Meel
datum: 19 juni 2016 13:14
onderwerp: Re: Maarten van Roozendaal
Ha Joris,
Het is zo verschrikkelijk moeilijk. Ik denk me te pletter, maar ik weet nog steeds niet wat ik zeggen moet. Een citaat, een citaat is een goede oplossing. Een paar prachtige zinnen:
Steeds meer mensen niet ontmoet
Steeds meer liedjes nooit geluisterd
Steeds meer vrouwen niet bemind
Steeds meer liefde onbedreven
Steeds meer stapels
(Stapels)
'Het is een rat,' roepen de kinderen
'Een vieze, vuile rat
Uit de vieze, gore kelders van de huizen in de stad'
'Nee het is een hond,' zegt Otto dan, 'zijn naam is Bas
Het is gewoon een heel speciaal soort hondenras'
(Otto)
Maar wacht. Ik bedenk me iets. Ik ben dan wel steeds aan het strugglen over het begin van onze ode - Waar begin ik? Hoe vertel je dat je iemand zo bewondert dat je niks durft op te schrijven? Hoe leg je eerlijk uit wat je bedoelt zonder pathetisch te worden? Wat is de juiste vorm, toon, geciteerde zin godbetert? -, maar hebben we het niet al bijna gedaan? Kunnen we niet onze eerste mails integraal plaatsen? Oké, misschien niet integraal, maar dan zo bewerken dat het een leesbare uitwisseling is? Dan is het een eerlijk gemeende, precies zo als jij voorstelde, dialoog tussen een rookie en een ervaren rot.
van: Joris van Meel
aan: Lotte Wijbrands
datum: 24 juni 2016 11:15
onderwerp: Re: Maarten van Roozendaal
Ha!
Zojuist onze mailwisseling doorgelezen om te zien of we wat met jouw idee kunnen. En ik denk dat je gelijk hebt! Wij kunnen dan wel proberen uit te leggen wat Maarten zo goed maakt, maar zijn teksten spreken toch voor zich. Hij is geniaal, begrijpelijk, maar toch ongrijpbaar!
In het boek vol liedteksten dat verscheen na de dood van Maarten, heeft zijn vrouw Eva een woord vooraf geschreven. De laatste zinnen zeggen precies wat hij deed (en doet!):
Dit boek
omdat hij ons geraakt, geroerd en bewogen heeft
ons heeft verontrust, verrast en getroost
omdat hij ons mededogen heeft getoond
ons heeft doen schateren
en stil deed staan.
Omdat hij bij ons blijft.
En meer heb ik daar eigenlijk niet over te zeggen. Maarten van Roozendaal is er niet meer, maar hij zal er altijd zijn!
van: Lotte Wijbrands
aan: Joris van Meel
datum: 28 juni 2016 21:41
onderwerp: Re: Maarten van Roozendaal
Amen. ‘Kan iets mooier dan het mooi is, kan iets groter zijn dan groot?’
Bewonderaars Eva Bauknecht, Maarten Ebbers, Ingmar Hetze,
Niels van der Laan, Peter van Rooijen en Jeroen Woe spreken over hun mooiste Maartenzinnen. ‘Wat fantastisch dat hij zoveel heeft achtergelaten, maar ook zo jammer dat er niks nieuws meer van zijn hand zal komen.’
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
gesprek,
Joris van Meel,
Maarten van Roozendaal,
mailwisseling,
Overig
woensdag 25 mei 2016
Martijn Hillenius en de vijftien bezoekers
![]() |
| 'Voor het Prodent-gevoel'. In het echt is het best een knappe jongen, hoor. |
Martijn, vroeger zong hij bij Kinderen voor Kinderen, nu schrijft hij voor Spijkers met Koppen, maakt hij films en staat hij als cabaretier in het theater. Voor vijftien man in ons geval, zestien met hem erbij gerekend. ‘Ja, dit was wel een dieptepunt,’ zegt hij lachend. Meteen aan het begin van de voorstelling loopt hij het zaaltje in en geeft iedereen persoonlijk een hand. ‘Dit kan ik waarschijnlijk nooit meer doen.’ Hij is Martijn Hillenius, hij ziet de dingen graag positief.
Vijftien man, ik tel ze als we met het groepje uitverkorenen door de Zwolse straatjes lopen. In de echte theaterzaal wordt verbouwd, dus zijn we op weg naar een geïmproviseerd theatertje in de Goudsteeg, een medewerker van Odeon voorop. Het geeft een grappige sfeer. Een klein sliertje mensen, het zou ook een familie-uitje kunnen zijn, of losse individuen die toevallig op hetzelfde stuk stoep wandelen. Vijftien man publiek is zo weinig dat het heel makkelijk een ongemakkelijke avond kan worden. Óf, zo bleek, een heel gezellige avond. En dat kwam niet in de laatste plaats door Martijn zelf.
Kijk, die voorstelling, die zit wel snor. Dat ik een stukje van De man in bonus zag bij Cabarestafette en toen in mijn eentje naar Zwolle ben gegaan om het totaal te bekijken, is niet voor niks. Het is geen stand-up, een beetje in de richting van toneel zelfs, met leuke, niet geforceerde grapjes, goed uitgevoerde typetjes en mooie liedjes. Maar dan ben je er nog niet. ‘Bij een volle zaal kan je een redelijke stabiele reactie verwachten, maar voor een klein groepje is het anders spelen.’ Zegt hij daar later zelf over.
En dat deed hij dus goed, dat anderse. Hij is geen stand-upper en houdt zich het liefst woordelijk aan zijn script, maar toch voelde het alsof hij speciaal voor ons aan het spelen was. Het handjesgeven aan het begin brak het ijs, daarna was het gewoon ontzettend gezellig. Z’n technicus merkte het verschil met andere avonden. ‘Af en toe zei je dingen net iets anders, met een andere intonatie, dat werkte goed.’ Toen hij na afloop het terras op kwam, staken mensen gemoedelijk hun hand op. Bijna schudde hij weer iedereen de hand. Het was toch een beetje ‘onze Martijn’ geworden.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
cabaret,
De man in bonus,
Martijn Hillenius,
Odeon,
Stanley en de Menzos,
voorstelling,
Zwolle
woensdag 18 mei 2016
Ken je Theo?
Met Christy was ik bij de voorstelling van Peter van Rooijen in het Usva-theater. Ik ging er niet onbevooroordeeld heen. Ik ken Peter van Het Nieuwe Lied – nou ja, ik kén hem natuurlijk niet echt. (Dit is problematisch, schrijf ik ‘Van Rooijen’ klinkt dat oud en afstandelijk, schrijf ik ‘Peter’ suggereert dat dat we regelmatig samen een biertje drinken in een hippe kroeg in Amsterdam-Noord, quod – hoe helaas dan ook – non). Ik hem ‘ontdekt’ bij Het Nieuwe Lied en sindsdien verkeer ik in de compromisloze overtuiging dat hij een van de beste liedjesschrijvers van zijn generatie is. En met de beste baard.Na afloop zochten we hem nog op. Christy zei dat ze het een leuke voorstelling vond, ik complimenteerde hem met zijn nieuwe cd. Peter zei dankjewel. Ik vertelde dat ik een paar weken daarvoor in De Kleine Komedie was geweest, bij de eenmalige voorstelling ‘Theo zelf even niet’. Daarin zongen verschillende artiesten (Wende Snijders, Paul de Munnik, Marcel de Groot) nummers van Theo Nijland, een van de beste liedjesschrijvers aller generaties, die zelf aan het herstellen was van een gescheurde aorta. Peter zong mijn lievelingsliedje en het was heel mooi.
‘Dat was een bijzondere avond hè?’ zei hij. ‘Ja, wow, zei ik, ‘vooral toen hij tóch aanwezig bleek te zijn.’ De tot nog toe best stugge man glimlacht breed. ‘Dat was zo’n gaaf moment, Theo die-.’ Hij kijkt Christy aan. ‘Ken je Theo?’ ‘Nou niet echt, ja, Lotte heeft het wel eens over hem.’ Peter schetst de situatie. ‘Theo was bijna dood dus hij kon zelf even niet optreden. Daarom was er in De Kleine Komedie een soort verkapte benefiet waar allemaal andere zangers zijn liedjes zongen. Ze hadden gezegd dat Theo zelf niet aanwezig was, maar op een gegeven moment kwam hij toch het podium op.’ Ik herinner met het moment nog haarscherp. Zijn wankele tred, mijn blijdschap dat hij er was, de minutenlange staande ovatie die hij kreeg. Peter wendde zich weer tot mij. ‘Het was alsof er een dode was opgestaan. De mensen bleven maar klappen en Theo stond daar maar. Het was zo mooi, ik moest bijna huilen.’
Ik glimlachte. Ook ik had met tranen in mijn ogen staan klappen alsof zijn leven ervan afhing. Ik was niet de enige die had gevoeld dat het een bijzondere avond was.
’s Avonds in bed dacht ik terug aan het gesprek en lachte weer. Het was een kort gesprek, lichtelijk stroef soms, maar toch heb ik er nog heel vaak aan terug gedacht. Misschien omdat Peter mij begreep. Ik heb tientallen mensen over de avond in De Kleine Komedie verteld. Iedereen vond het leuk voor mij, niemand begreep het. ‘En dat was helemaal in Amsterdam?’ Ze waren er niet bij en hebben bovendien andere prioriteiten. Maar ik ben toch niet de enige. Er zijn deelgenoten. Ik heb alleen de pech dat ik vrienden heb die nog nooit van Maarten van Roozendaal, Bram Vermeulen en laat staan Theo Nijland hebben gehoord. Dat is niet per se erg (oké, een beetje), maar dat Peter, zonder blikken of blozen, vanzelfsprekend enthousiast, zei dat hij bijna moest huilen en dat ik exact wist wat hij bedoelde, vergeet ik niet meer. En dat hoef ik aan niemand te vertellen, want dat snappen ze toch niet. Peter Wie?
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
vrijdag 25 maart 2016
Zeven bezoekers en hun mening
Woensdagavond reisden Rutger en ik af naar de Catharinakapel te Harderwijk, voor de voorstelling Voors en Tegens van stand-up comedian Murth Mossel. Rutger met zijn fotocamera, ik met mijn notitieboekje, wij beiden met gemeende belangstelling. Murth zit nog in de try-out fase dus we hebben plechtig beloofd geen recensie te schrijven. Nu doe ik dat nooit, maar om mijn belofte extra na te komen én uit de show geleerd hebbende dat een beetje dialoog de boel ten goede komt (krantenman, als je dit leest, bedankt!), doen we het anders. Ik vraag, bezoekers geven antwoord.
Onze interview-fotosessies duurden net zo lang als het duurt om het te lezen, want opeens was iedereen weg. Helemaal niet erg.
“Wij gaan al jaren naar zijn shows. Ik vind het bijzonder dat Murth zo zijn eigen verhaal vertelt, zijn eigen mening. Bijvoorbeeld zijn verhaal over vluchtelingen, dat zet je toch aan het denken. Hoe denk ik er zelf eigenlijk over? Denk ik dan.”
“Murth gaat heel veel de dialoog aan. Het is bijna meer iets voor in het Lagerhuis. Debat in plaats van cabaret, haha.”
“Ik heb me zeker vermaakt. (Lacht). Dat stuk met die tieten, dat was echt hilarisch.”
Onze interview-fotosessies duurden net zo lang als het duurt om het te lezen, want opeens was iedereen weg. Helemaal niet erg.
![]() |
| Tafeltje 1 |
“Wij gaan al jaren naar zijn shows. Ik vind het bijzonder dat Murth zo zijn eigen verhaal vertelt, zijn eigen mening. Bijvoorbeeld zijn verhaal over vluchtelingen, dat zet je toch aan het denken. Hoe denk ik er zelf eigenlijk over? Denk ik dan.”
![]() |
| Tafeltje 2 |
“Murth gaat heel veel de dialoog aan. Het is bijna meer iets voor in het Lagerhuis. Debat in plaats van cabaret, haha.”
![]() |
| Dit is geen tafeltje, meer een soort van bar. |
“Ik heb me zeker vermaakt. (Lacht). Dat stuk met die tieten, dat was echt hilarisch.”
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Catharinakapel,
Harderwijk,
Interview,
Murth Mossel,
Voors en Tegens,
voorstelling
woensdag 9 maart 2016
Bedankt voor de mooie avond
Je mag gratis naar het theater, schrijft op wat je ervan vindt en krijgt er nog betaald voor ook. Is het vak van recensent echt zo ideaal als het lijkt? Cabaretrecensenten van de Volkskrant, het NRC Handelsblad, Trouw en het Dagblad van het Noorden geven antwoord. ‘Ik ben eens fysiek bijna bedreigd.’Maar waarom dan?
Als recensent bezoek je regelmatig voorstellingen, soms zo’n vier keer per week. Vaak ligt daar een grote liefde voor het theater aan ten grondslag. ‘Al als jochie van twaalf wilde ik naar Toon Hermans,’ vertelt Jacques d’Ancona. De inmiddels 78-jarige d’Ancona is bij het grote publiek bekend geworden als juryvoorzitter van de Soundmixshow en is nog steeds werkzaam bij het Dagblad van het Noorden. ‘Ik mocht niet van mijn moeder, “dat is niet voor kinderen,” zei ze, maar ik wilde toch.’ Al gauw was hij zo’n drie à vier keer per week in het theater te vinden. Ook anderen ontwikkelden hun liefde al vroeg. Rinske Wels, recensent bij Trouw, deed in haar studententijd de programmering van het cultureel studentencentrum de Usva in Groningen. ‘Dat was met name cabaret, dus toen ben ik het veel gaan kijken.’Na het vele kijken is het opschrijven van je mening een volgende stap. NRC-recensent Henk van Gelder: ‘Vanaf het begin heb ik veel artiesten geïnterviewd, maar na een jaar of tien begon ik, eerlijk gezegd, mijn eigen mening over het gebodene interessanter te vinden dan wat de artiest er zelf over te zeggen had.’ Het podium dat hem hiervoor geboden wordt, vindt hij fantastisch. ‘Volgens mij willen de meeste mensen na het zien van een voorstelling gráág aan hun vrienden en kennissen vertellen wat ze ervan vonden. En ik mag dat in de krant zetten, wat een voorrecht!’ Ook Volkskrantrecensent Joris Henquet combineert graag zijn enthousiasme voor schrijven en theater. En ‘omdat ik inmiddels zoveel voorstellingen heb gezien komt de mening eigenlijk altijd vanzelf.’
En dat verveelt nooit?
‘En dat verveelt nooit?’ vraag ik. ‘Nee.’ Is het korte maar overtuigende antwoord van d’Ancona op die vraag. Toen laatst zijn partner er even niet was, is hij acht keer op rij naar het theater gegaan. Zes keer voor een recensie en twee keer alleen als liefhebber. Ook Henquet gaat nog uit eigen beweging, bijvoorbeeld naar musicals en ander theater in New York. ‘Dat is volledig voor mijn plezier - en moet ik zelf betalen.’Ieder hebben ze wel hun eigen favorieten. Micha Wertheim wordt opvallend vaak genoemd, Ronald Goedemondt, Wim Helsen. En ook als ze er zelf niet zo van houden, kan er best een goede recensie uit rollen. Wels noemt Jochem Myjer als voorbeeld. ‘Het is niet helemaal mijn smaak, maar ik kan wel zien dat het goed gemaakt is,’ zegt Wels, ‘en ontzettend goed getimed.’ ‘De vraag is, doen ze goed wat ze willen doen,’ voegt D’Ancona toe. Van Gelder: ‘Er zijn wel artiesten die ik zo vreselijk vind dat ik er nooit meer heen wil. Als ik van tevoren al weet dat ik het waarschijnlijk niet te harden vind, heeft het geen enkele zin om überhaupt te gaan. Voorbeeld van vroeger: Arie en Silvester. Voorbeeld van nu: Jandino.’
Boze reacties
Er is eigenlijk maar één ding dat echt niet leuk is: ‘als een voorstelling heel slecht is,’ zegt Wels. Dat is vervelend om op te schrijven. ‘Ook slechte voorstellingen zijn met hart en ziel gemaakt.’ Toch moet het wel opgeschreven worden en dat leidt soms tot boze reacties van cabaretiers. ‘Als ik een slechte recensie schrijf, heb ik het vaak niet goed begrepen,’ lacht d’Ancona. Wels kreeg eens een boze sms van Jan-Jaap van der Wal na een negatieve recensie. Henk Elsink schreef, tevergeefs, een brief aan theaters om Jacques d’Ancona de toegang te ontzeggen. D’Ancona: ‘Jack Spijkerman heeft mij in de Leidse Stadsschouwburg fysiek bijna bedreigd.’ Het was nog een try-out, Spijkerman vond dat je daar nog niet over mocht schrijven. ‘Maar er zaten zo’n achthonderd mensen in de zaal, dat vind ik geen try-out hoor.’Wels begrijpt wel dat artiesten in eerste instantie niet zo vrolijk reageren. ‘Voor een cabaretier is dat niet leuk, die moet de voorstelling daarna nog honderd keer spelen.’ Van Gelder: ‘Je wil als artiest niet meteen na de geboorte horen dat je een lelijke baby hebt gebaard.’ Maar de incidentele negatieve reacties zullen de recensenten nooit weerhouden op te schrijven wat ze vinden. ‘Als je nooit reacties losmaakt, ben je een saaie recensent en schrijf je blijkbaar niet prikkelend genoeg.’ Zegt Henquet daarover. ‘Daarnaast is het natuurlijk het allerleukste om heel mooi op te schrijven waarom je een voorstelling fantastisch vond en dat dan de wereld in te sturen.’ Daar is Van Gelder het mee eens: ‘Soms roept een artiest of impresario: bedankt voor de mooie recensie! Dan zeg ik: bedankt voor de mooie avond.’
De vier verschillende recensenten zijn het al met al ontzettend eens: het is een prachtig beroep. Als ik aan het eind van mijn vragen ben gekomen, schrijft Van Gelder bijna triomfantelijk: ‘Zie je hoe leuk het is cabaretrecensent te zijn?’
Lees hier het korte stukje met de titel die eigenlijk dit stukje had moeten krijgen.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Dagblad van het Noorden,
Henk van Gelder,
Interview,
Jacques d'Ancona,
Joris Henquet,
NRC Handelsblad,
Overig,
recensent,
Rinske Wels,
Trouw,
Volkskrant
zondag 6 maart 2016
Het lot van de recensent
Iedere keer dat ik een stukje schrijf over een voorstelling, merk ik dat ik het er maar moeilijk mee heb. Veel vaker dan ik zou willen, schrijf ik iets op dat neerkomt op ‘ik heb eigenlijk geen flauw idee’. Aan de ene kant wil ik een goede beschrijving van de voorstelling geven, aan de andere kant wil ik niet dat het een recensie wordt – want wie ben ik om een oordeel te vellen? Het neutraalblije geleuter brengt me soms enorm in de problemen. Als ik niet voor mijn blog naar een voorstelling ga, neem ik me altijd zo hard mogelijk voor er geen artikel over te schrijven, uit angst dat ik de voorstelling voor mezelf verpest door er ondertussen al van alles over te vinden. Ook als ik er wel iets over ga schrijven, probeer ik eerst gewoon fijn te kijken, en dan pas na te denken wat ik er allemaal van vond. Wat moet het verschrikkelijk zijn om recensent te zijn, denk ik dan.
Ik heb het ze gevraagd. Aan vier recensenten van vier verschillende kranten legde ik mijn kwestie voor. Jacques d’Ancona van het Dagblad van het Noorden, Joris Henquet van de Volkskrant, Henk van Gelder van het NRC Handelsblad en Rinske Wels van Trouw. Ik heb er een paar dramatische citaten aan overhouden die mooi pasten bij de titel ‘Het lot van de recensent’ die ik van tevoren al had bedacht. Wat dacht je van ‘Ik ben eens fysiek bijna bedreigd’ of het minstens zo mooie ‘Er zijn wel artiesten die ik zo vreselijk vind dat ik er nooit meer heen wil.’ Hartverscheurend niet?
Spijtig voor hen die al bijna een gironummer hadden geopend, dit was het ook wel. De titel ‘Het lot van de recensent’ heb ik overboord moeten gooien. ‘Bedankt voor de mooie avond’ heet het nu. Klinkt blij hè? Lees het hier.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
column,
Dagblad van het Noorden,
Henk van Gelder,
Jacques d'Ancona,
Joris Henquet,
NRC Handelsblad,
recensent,
Rinske Wels,
Trouw,
Volkskrant
dinsdag 26 januari 2016
Leidsekade 90 | Ik wist het niet
![]() |
| Ansichtkaartje door Ruben Steeman |
Aan het mooiste theater dat ik ken. Geschreven op de avond van 19 mei 2015. Het gevoel is nooit verdwenen.
Met in mijn hand de geprinte tickets liep ik met mijn vader over het Leidse Plein, naar theater Bellevue. Ik hing mijn jas op een plek waar hij één keer eerder had gehangen en ging in de rij staan voor de kleine zaal, waar ik nooit eerder kwam. Het was niet teleurstellend. De kleine zaal doet zijn naam eer aan, het is er klein. De muren hingen vol met Polaroidfoto’s van de liedschrijvers van Het Nieuwe Lied, die allemaal aanwezig waren voor de cd-presentatie. Achterin was een bar waar ik thee bestelde. Daarna zetelde ik mij op een van de stoeltjes, slechts een paar meter van het podium – alle plaatsen zijn slechts een paar meter van het podium – en wisselde een paar woorden met de mensen om mij heen die ik niet kende. Veel mensen leken elkaar te kennen, artiesten zeiden enthousiast gedag tegen familie en vrienden. Het was een fantastische avond. Misschien kwam het door het volle podium, of door het feit dat artiesten die even niet hoefden te spelen aan de bar een biertje dronken. Misschien door de gezellige rommeligheid waarmee de boel verliep of door de liedjes waar ik zo van hield. Maar feit is dat ik aan het eind van de avond helemaal niet weg wilde. Vanaf het moment dat we Amsterdam uitreden, deed ik niets anders dan me verheugen op twee weken later, wanneer ik er weer zou zijn. Ik voelde me thuis. Veel meer dan in de enorme stadsschouwburg in mijn woonplaats of het kleinschalige theater in mijn geboorteplaats. Ik voelde me thuis op de manier die ik ken van het hangen op de bank met middelbare schoolvrienden. Na het eten, we lachen en ouwehoeren en ik hoef niet per se iets te zeggen. De manier die ik zo vaak tevergeefs zoek als ik nieuwe mensen ontmoet. De manier van vanzelfsprekend vertrouwd.
Ik wist het niet. Ik wist niet dat ik me ergens waar ik nog nooit was geweest zo thuis kon voelen. De weken erna leed ik aan een prettige vorm van licht melancholische heimwee naar iets van nog geen maand geleden. Toen was ik er weer. Het gevoel is nooit verdwenen.
“Weet je nog toen je zei ‘als alles dicht is, gaat er altijd nog een laatste tram van jou naar mij’” – Trailer van Het Nieuwe Lied
Er is een vervolg. Het heet: "Amstel 56-58 | Ik vermoedde het al".
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!
Labels:
Bellevue,
column,
Het Nieuwe Lied,
Ruben Steeman,
Theater Bellevue
zaterdag 23 januari 2016
Hoe ik een per ongelukke groupie werd
De afgelopen jaren heb ik mij ontwikkeld tot per ongelukke groupie van Tim Fransen. Maar liefst vier keer heb ik hem gezien zonder dat ik daar zelf van tevoren van afwist. Drie keer comedy train (Heerenveen, Groningen, Amsterdam) en een keer cabarestafette. Sinds gisteren kan ik zeggen dat ik ook al zijn theatershows heb gezien: ik ging naar ‘Het failliet van de moderne tijd’ in Stadsschouwburg Deventer.Tim Fransen maakt cabaret, maar van een soort dat voor zover ik weet nog nergens bestaat. Het is een merkwaardige combinatie van ‘filosofie en slap geouwehoer’, zoals een jonge bezoeker na afloop opmerkte. Behalve dat ik moest lachen om de (meer dan de beloofde handvol) flauwe grappen, wilde ik ook echt weten wat hij vertelde. Over grote filosofen als Nietzsche, Camus en Rousseau, over het Duitse dorpje Röcken en over de pianostemmer.
In zijn voorstelling neemt hij ons mee in zijn zoektocht naar de vraag of we niet beter zelfmoord kunnen plegen. De vraag wat eigenlijk ons fundament is, waar we alles op baseren. Het is een interessante zoektocht waarin hij niet alleen vertelt wat hij er zelf van denkt, maar juist ook filosofische achtergrond geeft. Nietzsche speelt daarin de grootste rol. Dat Tim Fransen behoorlijke eerbied voor die man met snor heeft, blijkt alleen al uit de manier waarop hij het fotolijstje vast heeft en ernaar kijkt, een bijna ontroerend beeld.
Nooit wordt het te zwaar, want altijd liggen er – zonder dat hij daarmee zijn verhaal afbreekt - grappen op de loer. Grappen die ik dus soms, als volwaardige groupie, voor de vijfde keer hoorde en waar ik nog steeds om moest lachen. Terwijl ik dacht dat ik helemaal niet van piemelgrappen hield.
Ik heb nooit bewust voor het groupieschap gekozen (je zou kunnen zeggen, het groupieschap koos mij). Toch kan ik me er best bij neerleggen, want er zijn mindere cabaretiers om achterna te reizen. Tim – ik mag Tim zeggen – is slim, geloofwaardig en grappig. Ik ben nu al erg benieuwd naar zijn volgende voorstelling en wacht tot de webshop met Tim-mokken, Tim-dekbedovertrekken en Tim-t-shirts opent. Een shirt met ‘Het failliet van de moderne tijd’, ik zou het aantrekken.
Abonneer je op mijn stukjes. Krijg een mailtje als er iets nieuws geplaatst wordt!











